#Senioren #Omschak. a/vLeestijd ≈ 3 minuten (534 woorden)

Omschakeling na balverlies

Omschakeling na balverlies Mischa Visser: ‘Een ander thema in onze trainingsweek had betrekking op de omschakeling na balverlies. Om die goed uit te voeren, is onze veldbezetting op het moment dat we nog in balbezit zijn cruciaal. De onderlinge afstanden zijn dan relatief klein, omdat onze verdedigers en middenvelders aansluiten en een of twee aanvallers ook in de bal spelen. Omdat veel kansen in wedstrijden uit de omschakeling komen, willen we de counter van de tegenstander er zo snel mogelijk uithalen door na balverlies direct druk op de bal te zetten. Dat lukt veel beter als onze veldbezetting in orde is op het moment dat we de bal verliezen. In het ideale geval veroveren we de bal zo direct terug om zelf te kunnen counteren, als de tegenstander de defensieve organisatie net verlaat. Om te meten hoe de onderlinge afstanden zijn, onder meer op het moment dat we de bal verliezen, hebben we een oefenwedstrijd met GPS-hesjes gespeeld. Daaruit kwam bijvoorbeeld naar voren dat de verdediging na een lange pass van achteruit niet opsluit zoals we dat graag zien. De onderlinge afstand tot de aanvallers was op zo’n moment zelfs dertien meter langer dan vóór het versturen van de lange bal. In de aansluiting van de defensie gaat er dan dus iets mis. Ook de afstand tussen de middenvelders en onze centrumspits werd op dat moment groter. Terwijl je in onze visie als team moet meebewegen tijdens het aanvallen. Hoe harder de bal, hoe sneller je moet meebewegen. Dat gebeurde dus te weinig. Een andere conclusie die eruit naar voren kwam, was dat de onderlinge afstanden maximaal twintig meter mogen zijn als wij succesvol druk willen zetten na balverlies. Wordt die afstand groter, dan komen we te laat om de tegenstander af te kunnen jagen. Het mooie van GPS-gegevens is dat dit geen onderbuikgevoelens zijn, maar harde feiten waarmee we kunnen laten zien wanneer we het drukzetten goed en minder goed uitvoeren. We laten de spelers overigens niet alleen zien wanneer dit misging, maar ook wanneer zij het goed uitvoerden. In het ideale geval zijn dat momenten waarop we de bal razendsnel heroveren en zelf gevaarlijk worden. Ook het drukzetten na balverlies kwam gedurende de gehele trainingsweek terug. Ik geloof er namelijk in dat als je iets wilt verbeteren, je er gestructureerd en herhaaldelijk aandacht aan moet besteden. Tijdens de dinsdagtraining, waarin we de afstanden klein willen houden omdat er zondag nog is gespeeld en we high intensity runs willen voorkomen, laten we dit accent terugkomen in kleine positiespellen, zoals 3:3 of 4:4 met twee neutrale spelers. Daarbij delen we de teams in op basis van posities: aanvallers bij aanvallers bijvoorbeeld, om de onderlinge samenwerking te verbeteren. De kleine positiespellen bouwen we uit naar een grotere variant: 7:7 plus drie neutrale spelers. Ook tijdens de partijspelen in de voetbalconditionele training komt de omschakeling na balverlies aan de orde. Een extra regel die we daarbij instellen, is dat het team dat scoort, de bal ook uitneemt. Zo krijgt het defensieve team direct weer een impuls om druk te zetten op de aanvallers. Dit is wellicht onnatuurlijk en niet wedstrijdecht, maar geeft wel een extra prikkel om continu druk te blijven zetten, óók als de vermoeidheid toeslaat.’

Gerelateerde artikelen