Bij spelers van zes jaar of jonger gaat het in eerste instantie om het ‘baas worden over de bal’. Elementen die in deze fase aan de orde komen zijn onder meer het passen met de binnenkant van de voet, het dribbelen met de bal aan de voet, het aannemen van een bal. Sommige pupillen kunnen zelfs al een wreeftrap geven. Pupillen van zeven of acht jaar zijn al toe aan het leren spelen van bepaalde, uitdagende basisvormen. De Voetbaltrainer geeft een aftrap en komt met een aantal oefeningen waarin langs een aantal methodische stappen het ‘nauwkeurig mikken’ wordt geoefend. Uit stand, daarna met een rollende bal of in een vorm waarin, al dan niet met hulp van een medespeler, pas gescoord kan worden als een verdediger omspeeld is. Uiteraard eindigen we met een partijspel, waarin er ook mogelijkheden zijn om het nauwkeurig mikken te bevorderen. Voor coaches blijft het in deze leeftijdsgroep belangrijk om zich vooral te richten op de technische uitvoering. De trainer kan gebruikmaken van de vele opties die bij vorm 1 genoemd worden onder het kopje Methodiek om deze oefenvormen aan te laten sluiten op zijn eigen groep.





