#Nat. (jeugd)teams #EK/WKLeestijd ≈ 26 minuten (5106 woorden)

Wereldkampioen na proces van tien jaar

13 juli 2006: het is zaaitijd. De DFB benoemt na een schitterend WK in eigen land Joachim Löw, de assistent van Jurgen Klinsmann, tot nieuwe bondcoach van die Mannschaft.

13 juli 2014: het is oogsttijd. Dezelfde Joachim Low bewijst dat al zijn criticasters ongelijk hebben gehad en weet met Duitsland voor het eerst sinds 1996 weer een titel te pakken.

De Voetbaltrainer blikt terug op een boeiend proces van vele jaren hard werken om dat ene, ultieme doel te bereiken: ‘Wir sind wieder Weltmeister’.

De zaaitijd in het Duitse voetbal begint met een voorseizoen. Na de EK-winst in 1996 kent Duitsland een teleurstellend WK 1998 en vooral EK 2000. De Duitse voetbalbond (DFB) besluit om de jeugdopleiding drastisch te hervormen. Om dat proces te versnellen wordt in 2006 Matthias Sammer tot Sportief Directeur benoemd. De opdracht van de DFB aan Sammer luidt: “Zorg ervoor dat er nog meer talenten opstaan, die passen bij de nieuwe speelstijl van de nationale ploeg.” Tot 2012 werkt hij daar keihard aan en dat leidt tot een metamorfose van het Duitse opleidingsmodel. Bayern haalt graag alles naar Mu?nchen wat elders in de Duitse voetbalwereld extra klasse heeft, dus is Sammer sinds juli 2012 bij deze topclub in dezelfde functie werkzaam om… vooral voor een goede doorstroming van de eigen talenten te zorgen.

Onomstreden is in 2006 de komst van Sammer niet. De voorkeur van het duo Klinsmann en Löw voor die functie gaat uit naar Bernhard Peters, een ex-bondscoach van de Duitse hockeyploeg. Vertaald naar de Nederlandse situatie: ‘Liever Marc Lammers dan Mark van Bommel.’ In de periode 2006-2012 vechten Löw en Sammer door grote karakterverschillen intern ook heel wat meningsverschillen uit, maar werken zij ook professioneel samen. De invloed van Sammer op de recente ontwikkeling van het Duitse voetbal is uiteindelijk, zoals Bert van Marwijk elders in dit blad ook aangeeft, groot geweest. Daarom eerst wat meer aandacht voor zijn visie en aanpak, die qua opzet sterk lijkt op wat de KNVB al sinds het tijdperk Michels/Van Lingen voor de jeugdopleiding in ons land wil betekenen.

Matthias Sammer

Matthias Sammer is de spelbepalende speler van het Duitse team dat in 1996 onder Berti Vogts in Engeland Europees kampioen wordt met ‘lelijk’, reactief voetbal. Daarom valt het extra op dat Sammer – die altijd en overal precies zegt wat hij vindt – in zijn nieuwe functie bij de DFB meteen het motto van Berti Vogts tijdens dat succesvolle EK, ‘Der Star ist die Mannschaft’, als fnuikend betitelt voor de ontwikkeling van het Duitse voetbal. Vogts doet die uitspraak aan de vooravond van de EK-finale in 1996, omdat hij zoveel geblesseerde spelers heeft en een ster als Lothar Matthäus vanwege een conflict door hem is verbannen. Maar dat motto gaat na het EK-succes een eigen leven leiden. Vooral jeugdcoaches bezondigen zich aan het principe dat het teambelang blijkbaar boven alles moet staan. Sammer gruwelt van dat idee en neemt daar in zijn nieuwe functie nadrukkelijk afstand van. In de media staat hij tijdens zijn DFB-periode vierkant achter spelers als Ribéry, Robben en Özil. Creatieve spelers die vaak het verschil maken, maar een type speler dat in die tijd vaak heftig bekritiseerd wordt door de Duitse supporters en media vanwege hun wisselvallige prestatiecurve.

Matthias Sammer begint aan kruistocht voor een jeugdopleiding met volstrekt andere accenten dan de traditionele Duitse deugden. Hij kiest voor een groots opgezette DFB-campagne: ‘De ziel van ons spel’. Om aan de jeugdcoaches op alle niveaus duidelijk te maken hoe en waarom het anders moet, komt er een lange film met dezelfde titel. In brochure- en boekvorm en met korte instructievideo’s worden de nieuwe Duitse opleidingsdoelen vertaald in andere trainingsaccenten en oefenvormen voor elke leeftijdscategorie. En steeds maar weer is daar dezelfde boodschap: tijdens de jeugdopleiding mag niet langer de focus liggen op het team, maar gaat het om de ontwikkeling van het individu. Sammer: “Geef vooral de echte persoonlijkheden bij de jeugd een kans, ook al zijn ze minder volgzaam. Maak van onze talenten vooral geen eenheidsworsten. Elk team heeft behoefte aan een mix van dragende spelers, teamspelers en individualisten. Ze hebben recht op een eigen aanpak en moeten leren te beseffen dat ze niet zonder elkaar kunnen als ze prijzen willen pakken.”

In ‘De ziel van ons spel’ werkt Sammer vijf ‘opleidingszuilen’ tot in detail uit: Lichaamsbouw, Conditie, Techniek, Tactiek en Mentaliteit. Wie Sammer nog als speler op z’n netvlies heeft, zal het niet verwonderen dat hij de zuil ‘Mentaliteit’ graag een extra accent geeft. Mentaliteit is niet alles, maar zonder de juiste winnaarsmentaliteit kun je de rest vergeten, is zijn stelling. Van de trainers van de Duitse jeugdploegen eist hij daarom niet alleen veel meer aandacht voor het individu, een betere tactische scholing en technisch verzorgd voetbal, maar ook titels. Sammer: “De belangrijkste prijs tijdens mijn lange voetbalcarrière was de allereerste, behaald in 1986 toen ik met de Onder 18 van de DDR Europees kampioen werd door in de finale van Italië te winnen. Vanaf dat moment wist ik wat winnen op een hoog niveau betekende en begon de honger naar meer.”

In 2012 voorspelt Sammer op tv dat deze zo talentvolle generatie Duitse voetballers ooit een belangrijke titel zal pakken. Een groot aantal van hen is namelijk onder zijn DFB-collega Horst Hrubesch in 2009 met Onder 21 Europees kampioen geworden, zoals Neuer, Boateng, Höwedes, Hummels, Khedira en Özil. Vooral het feit dat onder Hrubesch voor het eerst zo volstrekt verschillende types als Khedira en Özil naast elkaar in één team hebben gefunctioneerd, vindt de Sportief Directeur een beloning voor de nieuwe richting die het Duitse voetbal sinds 2006 mede onder zijn leiding is ingeslagen.

Joachim Löw

Maar natuurlijk is ook het aandeel van bondscoach Joachim Löw in die zaaitijd groot geweest. Vanaf het moment dat hij 2004 assistent van Jürgen Klinsmann wordt, heeft hij een beslissende inbreng in het tactisch concept dat tot het nieuwe verfrissende voetbal van Duitsland leidt. Löw is de denker van het tweetal, die zichzelf graag als voetbalestheticus profileert: “Mooi voetbal vind ik belangrijker dan het resultaat. Dat komt vanzelf wel.” In Brazilië haalt hij zijn gelijk. Precies op tijd snoert hij zijn vele criticasters de mond met het behalen van de belangrijkste titel in de voetbalwereld.

Löws voetbalvisie wijkt honderd procent af van dertig jaar Duits resultaatvoetbal, ingezet door Franz Beckenbauer persoonlijk. Als (West-) Duitsland tijdens het WK in 1974 in eigen land in de poulefase de eerste en enige keer tegen de DDR speelt en die historische klassenstrijd op het voetbalveld met 0-1 verliest, eist sterspeler Beckenbauer van bondscoach Helmut Schön een veel meer op resultaat gerichte en dus behoudende speelwijze. Na de finalewinst op Oranje leidt dat drie decennia lang tot reactief voetbal en een overwaardering voor loopvermogen, duelkracht en altijd dat éne doel: winnen! ‘Hoe’ doet er niet toe. Liever onverzettelijke mannetjesputters op het veld dan fysiek wat minder sterke, creatieve voetballers. Duitse talenten voor de nationale jeugdselecties worden in die tijd vooral geselecteerd op fysieke vermogens en wedstrijdmentaliteit. Maar tijdens het WK 1998 (0-3 verlies in de kwartfinale tegen Kroatië) en vooral het EK 2000 gaat het mis: slechts één gelijkspel en daarmee de laatste plaats in een poule met Engeland, Portugal en Roemenië. In 2002 wordt onder Rudi Völler weer de WK-finale bereikt, maar met een behoudende spelopvatting die ook steeds meer in Duitsland ter discussie staat. Miroslav Klose staat dan al in de basis, maar Ronaldo zorgt er door twee doelpunten persoonlijk voor dat de wereldbeker niet naar Berlijn maar naar Rio gaat. Het roer moet om. Het is eerst aan het duo Klinsmann/ Löw en daarna aan ‘Jogi’ alleen om te bewijzen dat Duitsland ook met mooi voetbal prijzen kan pakken. Daar blijkt uiteindelijk een proces van tien jaar voor nodig te zijn.

De oogsttijd

Op het WK in Brazilië moet er dus geoogst worden. Alles minder dan de titel zal de positie van Joachim Löw onhoudbaar maken en zal Duitsland waarschijnlijk weer richting meer resultaatvoetbal drijven. Daarom mag het deze keer niet misgaan. Maar de voorbereiding begint rampzalig. Er zijn stevige incidenten, die ook de positie van Joachim Löw aantasten. Hijzelf verliest zijn rijbewijs voor een half jaar nadat hij weer een keer te hard heeft gereden. International Kevin Grosskreutz drinkt na de verloren bekerfinale tegen Bayern München te veel, plast in het openbaar in een hotellobby en ruziet met hotelgasten die daarvan niet gediend zijn. Löw veroordeelt dat meteen en stelt dat internationals altijd en overal moeten beseffen dat ze een rolmodel zijn en dus een voorbeeldfunctie hebben. Tijdens het trainingskamp in Zuid-Tirol zijn de twee internationals Höwedes en Draxler betrokken bij een auto ongeluk. Ze zijn voor een reclamefilmpje bijrijder in door professionele coureurs Pascal Wehrlein (DTM) en Nico Rosberg (Formule 1) bestuurde bolides als het ongeluk plaatsvindt. De voetballers en coureurs blijven ongedeerd, maar twee mensen langs het circuit worden aangereden. Zulke incidenten dragen natuurlijk niet bij aan het bereiken van de doelstelling van dit eerste trainingskamp op weg naar Brazilië: in alle rust herstellen van een slopend seizoen en als teamleden nog meer naar elkaar toe groeien. Tot overmaat van ramp valt in de laatste oefeninterland voor het vertrek naar Brazilië (6-1 winst op Armenië) Marco Reus van Borussia Dortmund met een enkelblessure uit. De wellicht beste aanvaller uit de Duitse selectie mist daardoor het WK. Löw verklapt eind mei in een van de zeer sporadische interviews die hij geeft, dat hij in het verleden soms wat meer met individuele spelers bezig had moeten zijn: “Zo’n toernooi vliegt voorbij en achteraf kom je dan tot de conclusie dat je misschien nog wat opmerkzamer had kunnen zijn op signalen die sommige spelers afgaven. Vertrouwen geven en waardering uitspreken kun je in deze gevoelige wereld van het topvoetbal niet genoeg doen. Van de andere kant moet je als coach ervoor waken dat je door al die persoonlijke aandacht geen te sterke band met sommige spelers krijgt, zodat die een voorkeursbehandeling dreigen te krijgen. Mijn stelregel is: “Voor elke speler een hoofdrol, of het nu mijn aanvoerder of een reserve in de Duitse selectie is.” Dat inzicht past hij ook op hét beslissende moment tijdens het WK toe als hij in de verlenging van de finale alsnog Mario Götze het veld instuurt met de uitdaging: “Mario, dit is het moment om de hele wereld te laten zien dat je beter bent dan Messi. Beslis de finale voor ons.” En zo geschiedt een paar minuten later.

Maar Löw heeft meer geleerd. Hans- Dieter Hermann, de teampsycholoog van het Duitse elftal, adviseert hem minder snel en vaak in het openbaar tactische beslissingen te benoemen en uitgebreid toe te lichten. Als bondscoach van een titelfavoriet zit je nu eenmaal in een glazen huis en ben je in het openbaar altijd nog kwetsbaarder dan je denkt. In de media worden je woorden steeds opnieuw op een weegschaal gelegd en vaak anders uitgelegd. Louis van Gaal zal dat alleen maar beamen. Een goed voorbeeld is de persconferentie in maart vóór het oefenduel tegen Chili. Löw heeft geconstateerd dat enkele internationals, onder wie Özil, bij hun clubs stevig vormverlies vertonen. Hij adviseert hun in scherpe bewoordingen om meer tijd en energie in de voorbereiding op het WK te steken, omdat in Brazilië alleen het beste team van dat moment zal spelen en niet het op papier beste elftal. In een aantal media wordt dat uitgelegd als een gebrek aan authenticiteit, een doorzichtig, gespeeld trucje om je als coach vooraf in te dekken voor het geval dat het mis gaat…

Joachim Löw: “Vooral in het begin van mijn loopbaan liet ik me nog verleiden een rol te spelen die mij als bondscoach van buiten werd opgelegd. Ik hield nog rekening met de publieke opinie over het Duitse elftal of mijn selectiebeleid. Maar al snel kwam ik er achter dat zoiets niet werkt. Ik kan alleen het beste uit het team halen als ik vooral mijn eigen intuïtie en gevoel blijf volgen.” Je ziet de gevolgen op het WK steeds opnieuw terug. Löw verschijnt bijna alleen op persconferenties als dat van de FIFA moet: een dag voor de wedstrijd. Hij kiest ervoor om vaak in z’n eentje op het strand van de uitvalbasis Santo André te flaneren. Oortjes in, zonnebril op. Afgesloten van de rest van de wereld om in gedachten verzonken zich nog meer op zijn team te kunnen focussen. Gesloten naar de boze buitenwereld, maar opener en communicatiever dan ooit richting zijn spelers, die hij veel meer dan tijdens eerdere grote toernooien betrekt bij zijn uiteindelijke keuzes.

Zware kritiek

Het is ook de periode waarin Löw in de media vaak als ‘Dickkopf’ wordt afgeschilderd, omdat hij de mening van de invloedrijke media en de supporters naast zich neerlegt als hij eenmaal voor een bepaalde (tactische) richting heeft gekozen. Zo ook in de aanloop naar en tijdens dit WK. Hij selecteert maar één diepe spits en stelt een verdediging uit louter centrale verdedigers samen. De hele natie schreeuwt het na de moeilijke wedstrijden tegen Ghana en Algerije uit dat aanvoerder Lahm niet op het middenveld maar op de rechtsbackpositie thuishoort en dat Özil niet langer meer in de basis mag staan. Er is zelfs sprake van een nieuwe hetze tegen de Duitse bondscoach met steeds de terugkerende vraag: “Wat heb je aan een mooie, aanvallend gerichte spelopvatting als je daarmee nooit de hoofdprijs pakt?” Met altijd die verwijzing naar eerdere eindafrekeningen tijdens EK’s en WK’s onder Löw: verliezend finalist tijdens het EK 2008, de derde plaats op het WK 2010 en vooral de pijnlijke uitschakeling in de halve finale tegen Italië in 2012. Een paar dagen voor de historische zevenklapper in de halve finale tegen Brazilië wordt Löw nog flink aangepakt in een omslagartikel van het gezaghebbende weekblad Der Spiegel: “Löw mag dan een van de meest constante en moderne trainers zijn, maar niemand die hem nog begrijpt. Na de 4-0 tegen Portugal verliepen de andere vier wedstrijden moeizaam, on-Duits als je het vergelijkt met het sprankelende spel in de afgelopen jaren als gevolg van ene opmerkelijke cultuuromslag.” Na de winst op Frankrijk in de kwartfinale kopt een landelijke krant: “Duitsland in de halve finale… ondanks Löw!” De alleskunner Maar niets is zo veranderlijk als de voetbalwereld. Louis van Gaal wordt door een paar gewonnen WK-duels van een door velen gehate persoonlijkheid plotseling een nationale held met een voorbeeldrol voor de hele wereld. Joachim Löw heeft daar zelfs maar twee duels in de eindfase van dit WK voor nodig. En opeens is hij in eigen land de grote alleskunner, de gevierde coach die niets meer fout kan doen. Zelfs de sensatiekrant Bild, die de kritiek op Löw voor en tijdens het WK graag met vette koppen vorm gaf, schrijft op de dag na het WK: “We maken een diepe buiging voor Joachim Löw. Geconcentreerd leidde hij het team door het WK. Bleef met beide voeten op de grond na grote overwinningen (4-0 tegen Portugal en 7-1 tegen Brazilië) en bewaarde de rust na moeilijke wedstrijden, zoals na het duel tegen Algerije. De WK-titel is zijn ding.”

Werkwijze

1. Joachim Löw coacht altijd heel scherp op een goede uitvoering van de passes. Een beperkte techniek op dit onderdeel belemmert de door hem zo belangrijk gevonden snelheid in uitvoering en combinatiespel. Vooral het hard over de grond inspelen op het juiste been krijgt steeds aandacht. Ook vindt hij dat in de top een perfect balgevoel een vereiste is en daarom moet vooral in de jeugdopleiding altijd de bal centraal staan bij de oefenvormen.

2. Löw vindt dat snelheid en beweging altijd in dienst moeten staan van intelligente looplijnen. Hij eist van zijn spelers dat er een idee zit achter elke loopactie. Je loopt en versnelt nooit zomaar in een bepaalde richting, want dat is het onnodig verspillen van energie die je op andere momenten heel goed kunt gebruiken. Tijdens dit WK zag je zeker in de eindfase dat door die getrainde looplijnen er automatismen ontstonden waarop de Duitse spelers steeds konden terugvallen.

3. Joachim Löw doet geen enkele concessie als het om de fitheid van zijn spelers gaat. Een goed voorbeeld: zijn middenvelders Khedira en Schweinsteiger kennen voorafgaande aan het WK nogal wat blessureleed. Daarom vindt hij het onverantwoord om beide spelers in de eerste fase van het toernooi samen op te stellen en verhuist aanvoerder Lahm naar het middenveld.

In de aanloop naar het WK in 2006 legt Klinsmann de Amerikaanse coaches Shad Forsyth en Mark Verstegen van het befaamde fitnessinstituut Athletes Performance (het tegenwoordige EXOS) vast. Niet alleen de spelers maar ook Löw zijn zo enthousiast over hun vernieuwende aanpak dat het tweetal, inmiddels uitgebreid met Darcy Norman en Benjamin Kugel (tegenwoordig actief bij 1. FC Köln), sindsdien bij elk EK of WK verantwoordelijk is voor een optimale fysieke voorbereiding van de Duitse spelers. Daarvoor plaatsen zij naast het trainingsveld een indrukwekkende hal waarin heel individueel gericht gewerkt wordt. Aan de vooravond van het WK heeft Forsyth, komend seizoen actief bij Arsenal, een mooie uitspraak: “We moeten ons als Duits team niet bezighouden met het winnen van de titel, maar met het winnen van elke dag. Steeds opnieuw kunnen we die dag ‘winnen’ door bewust met voeding bezig te zijn, het herstel serieus te nemen en door een honderd procent focus en inzet bij elke trainingsoefening.”

Net als bij Oranje wordt al vele maanden voor het WK steeds opnieuw de fitheid van de selectiespelers gemeten. Op basis van die data krijgen de spelers regelmatig de opdracht om hun individuele trainingsprogramma aan te scherpen of juist meer ruimte te reserveren voor herstel. De spelers krijgen ook via een speciale app allerlei data en beelden over hun prestaties tijdens wedstrijden. Veel WK-landen gebruiken daarvoor zelfde sofware van Sportstec die ook veel Nederlandse betaalde clubs benutten om wedstrijden te analyseren. Spelers van Argentinië en Brazilië krijgen voorafgaand aan de wedstrijd een iPad, met Sportstec-beelden afgestemd op hun positie in het veld.

Om te meten of al die fysieke trainingsarbeid ook het gewenste effect heeft, maakt Duitsland deze keer gebruik van de software van Adidas Mi- Coach. Elke speler is tijdens het trainen voorzien van een zogenaamde Player Cell, een klein sensorsysteem dat is verwerkt in de onderkleding. Dat meet hartslag, snelheid, afstand, versnelling en power van elke voetballer en stuurt dat live naar de iPad van de trainers. Specialisten van EXOS zorgen er voor dat uit al die data ook nog nuttige conclusies worden getrokken. De data van MiCoach laten precies zien wie fit is en wie last krijgt van vermoeidheid. Vooral power (kracht) speelt daarin een cruciale rol: de coach kan meteen zien hoeveel power een speler genereert tijdens een oefening, zonder dat daarbij te veel energie wordt verbrand. Dit geeft aan hoe efficiënt een speler omgaat met energie: wie veel energie verbruikt maar nauwelijks iets presteert, is duidelijk vermoeid.

Ook kijken de trainers naar de afgelegde afstand en hoeveel daarvan wandelend, rennend of op topsnelheid werd afgelegd. De positie van de speler in het veld bepaalt daarbij hoe de gegevens geïnterpreteerd worden. Een verdedigende middenvelder legt bijvoorbeeld maar korte stukjes af, terwijl een vleugelverdediger veel langere afstanden op topsnelheid aflegt. Op basis van de data bepaalt de staf van het Duitse team doelen, zowel voor een specifieke wedstrijd als voor het hele toernooi en natuurlijk voor individuele spelers. (bron: de site van EXOS en www.iculture.com)

4. Joachim Löw is een grote voorstander van de snel uitgevoerde combinatiecounter. Naast de algemene kenmerken van een goede counter houdt dat in dat je vooral ook in de eindfase voor het doel van de tegenstander het overzicht behoudt en door korte snelle combinaties de counter helemaal wordt uitgespeeld en er een niet te missen kans ontstaat. Diverse doelpunten in de wedstrijd tegen Brazilië zijn daar ultieme voorbeelden van.

5. Löw benadrukt in zijn coaching steeds opnieuw dat spelers overtredingen zoveel mogelijk dienen te voorkomen, omdat je dan weer veel energie moet steken in het veroveren van de bal of in het voorkomen van een directe doelkans voor de tegenstander. Hij selecteert alleen verdedigers die positioneel goed kunnen verdedigen.

6. Na de vroegtijdige uitschakeling krijgt de Belgische bondscoach Marc Wilmots nogal wat kritiek over zich heen. Hij zou te veel een gevoelscoach zijn en wat vooral steekt: Wilmots vindt het trainen op spelhervattingen zinloos, omdat hij ervan overtuigd is dat dit zijn ploeg niets oplevert. Ook Joachim Löw heeft bij het Duitse elftal jarenlang niet of nauwelijks bij het Duitse elftal op spelhervattingen getraind. In de volgens hem spaarzame tijd dat hij over de selectie kon beschikken, werkte Löw liever aan zaken als het perfectioneren van het combinatiespel, het passen en het bewegen zonder bal.

Het ‘omdenken’ komt na het succes dat titelconcurrent Brazilië vorig jaar met spelhervattingen oogstte tijdens de Confederations Cup. Daarin speelt assistent Hansi Flick ook een rol. Hij was al langer van mening dat er meer op spelhervattingen getraind moest worden en liet Löw regelmatig ongevraagd beslissende spelhervattingen uit de Champions League zien. In de voorbereiding op het WK spreekt ook de spelersgroep de wens uit om meer op spelhervattingen te trainen. De bondscoach is zo verstandig die signalen niet te negeren. Hij kiest er voor om voor het bedenken van de varianten veel verantwoordelijkheid bij de spelers te leggen. In de eindfase van het toernooi, tijdens de besloten trainingen voor de finale, zijn de spelhervattingen zelfs ‘on-Löws’ het centrale thema. Toch is dat niet zo verwonderlijk, want inmiddels heeft het Duitse team al vijf keer uit spelhervattingen gescoord…

De toekomst

Er bestaat geen discussie over: Duitsland was tijdens het WK in Brazilië het beste team. Gecoacht door een trainer die net als de bondscoach van Oranje in staat was om zijn team op alles voor te bereiden. Op 13 juli 2014 plaatst Joachim Löw zichzelf in het rijtje van Duitse trainers, dat bij elk toekomstig WK weer genoemd zal worden: Sepp Herberger (1954), Helmut Schön (1974), Franz Beckenbauer (1990) en Joachim Löw (2014). De wereldtitel lijkt in eerste instantie het eindproduct van een proces van tien jaar. Maar Joachim Löw gaat door. Het grootste gedeelte van dit Duitse team zal er ook in 2016 tijdens het EK in Frankrijk bij zijn en daardoor als grote titelfavoriet starten. Er staat zelfs weer een nieuwe, nog jongere generatie talenten klaar: de middenvelders Max Meyer en Leon Goretzka van Schalke 04, de aanvallers Kevin Volland van Hoffenheim en Pierre- Michel Lasogga van Hamburger SV. Maar het blijft oppassen voor Löw, Sammer en alle Duitse aanhangers van het mooie voetbal. Het was namelijk niemand anders dan Franz Beckenbauer die direct na afloop de finale riep: “Der Super Star war die Mannschaft”… Gelukkig riep Löw zelf meteen iets anders: “Met alleen de Duitse deugden hadden we het niet gered.”

De speelwijze van de wereldkampioen

Dat de 1-7 monsteroverwinning op Brazilië ongetwijfeld twee oorzaken had (een ijzersterk Duitsland maar ook een totale implosie van het Braziliaanse elftal), was voorafgaand aan de finale Duitsland-Argentinië duidelijk. Niet voor niets was doelman Manuel Neuer steeds bij de Duitse uitblinkers: tegen Algerije, bij vlagen tegen Frankrijk en zelfs in de tweede helft tegen Brazilië toonde Duitsland zich verdedigend kwetsbaar. Zou Argentinië, met topaanvallers als Lionel Messi, Ezequiel Lavezzi en Gonzalo Higuain, hiervan gebruik kunnen maken?

In de aanloop naar de finale kreeg Duitsland een grote tegenvaller te verwerken. Sami Khedira, van eminent belang bij het vooruit druk zetten, bleek te geblesseerd om te spelen. Zijn plaats werd ingenomen door de relatief onervaren Christoph Kramer, die overigens slechts twintig minuten bewust op het veld zou staan. Toen werd zijn hoofd getroffen door de schouder van de Argentijnse centrumverdediger Garay waardoor hij zijn oriëntatie verloor. Kramer moest zich uiteindelijk laten wisselen. Over de implicaties daarvan later meer.

Balbezit Duitsland

Argentinië speelde in zijn formatie waarvan de exacte weergave moeilijk is: het hield het midden tussen 1:4:4:2 (of 1:4:4:1:1 omdat Messi nadrukkelijk achter Higuain speelde) en 1:4:2:3:1 wanneer de Argentijnen de bal in bezit hadden. We richten ons nu op het aanpak bij balbezit van Duitsland.

Vanwege de hoog spelende rechtsback Phillip Lahm ontstond voor de Argentijnse linksback Marcos Rojo een dubbelfunctie. Enerzijds moest deze rugdekking verlenen in het centrum, als Lahm echter doorkwam dan stapte Rojo uit om hem in de zone op te vangen. Enzo Perez, op papier de tegenspeler van Lahm, kon zich er in deze wetenschap op richten op het middenveld extra steun te verlenen aan Biglia en Mascherano, de twee defensieve krachten daar.

Ook centrumverdediger Garay had twee taken. Uiteraard bekommerde hij zich met veteraan Demichelis in eerste instantie om het aan banden leggen van all-time WK-topscorer Miroslav Klose. Echter, veelal probeerde met name Mascherano een Duitse middenvelder in balbezit ‘te dubbelen’. Hij liet dan zijn man (Kramer of Kroos) los. Garay stapte op die momenten in om alle Duitse middenvelders onder druk te houden.

Verder waren de taken duidelijk. Zabaleta kwam in de zone veelal Özil tegen. Die mocht hij laten lopen als de Duitse technicus meer in het centrale middenveld ging spelen, maar Zabaleta moest dan wel ogenblikkelijk steun gaan verlenen aan zijn eigen centrale verdedigers. Biglia en Mascherano schermden de as af tegen Kroos en Kramer, maar hadden regelmatig hulp van Perez en/of Lavezzi nodig indien Messi (weer eens) verdedigend verzaakte en Schweinsteiger daardoor vrij spel dreigde te krijgen. Lavezzi aan de Argentijnse rechterkant kon zich deze loopactie veelal veroorloven doordat de Duitse linksback Höwedes aanvallend (een rechtsbenige speler aan de linkerzijde in de verdediging blijft een groot nadeel!) nauwelijks inbreng had.

Balbezit Argentinië

Zoals in vorige wedstrijden probeerden de Duitsers hun tegenstanders vroegtijdig te storen bij de opbouw. Evenals tegen Brazilië zorgde Klose ervoor dat de rechter centrale verdediger bij balbezit direct onder druk werd gezet (toen David Luiz, nu Demichelis). Kramer of Kroos kon dan doorschuiven op Garay. Doelstelling was niet zo zeer de directe balverovering, maar wel het afdwingen van een moeilijke pass waardoor de bal in tweede instantie afgepakt kon worden.

De beweeglijke Lavezzi bewoog regelmatig naar een positie dicht bij spits Higuain. Het opende de rechterflank voor de in de eerste helft gevaarlijke Messi, die vaak achter Höwedes kwam en daar geconfronteerd werd met de minder snelle Hummels. Het had een aantal gevaarlijke momenten tot gevolg. Maar geen doelpunten.

Wissel Schürrle voor Kramer

Door de blessure van Christoph Kramer kwam aanvaller pur sang André Schu?rrle in het veld. Het betekende een omzetting voor Duitsland met gevolgen: de creatieve Özil kwam in de door hem zo geliefde as te spelen.

Schürrle bleek aanvallend een gevaarlijke factor en vormde de dreiging die tot dat moment vanaf de linkerflank geheel had ontbroken. Al direct moest doelman Romero handelend optreden bij een uithaal van de supersub. Argentinië moest zijn aandacht plotseling op drie fronten richten: de rechterflank met Lahm, de as met de uitstekende combinatiespelers Schweinsteiger, Kroos én Özil en ook op links creëerde Duitsland nu gevaar. Al vóór rust werd duidelijk dat de gauchos moeite hadden dit te belopen. Qua diepgang door het centrum leverde Duitsland wel wat in. Juist hier had Khedira in eerdere wedstrijden zowel aanvallend als verdedigend zich een meerwaarde getoond, en Kramer werd geacht een identieke rol te spelen.

Wissel Aguëro voor Lavezzi

Hoewel Lavezzi voor de pauze zijn verdedigende taken uitstekend leek te vervullen en ook aanvallend met loopacties ruimtes voor Messi creëerde, besloot coach Sabella hem in de rust te wisselen. Waarschijnlijk beoogde hij met de inbreng van Aguëro aanvallend nog meer gevaar te kunnen stichten. Het had positioneel nogal wat wijzigingen tot gevolg. Perez kwam nu op rechts nadrukkelijker op het middenveld te spelen en achter de beide spitsen Higuain en Aguëro werd Messi eens te meer het creatieve brein. Ook Duitsland moest even wennen aan de andere opstelling van Argentinië en Messi miste na anderhalve minuut zijn afspraak met de geschiedenis toen hij in kansrijke positie naast schoot.

Doordat Sabella zijn spelers Lavezzi en Perez aan de buitenkanten weghaalde, ontstond voor de Duitse backs nog meer ruimte om op te bouwen. Lahm bleef tegen Rojo aan lopen, bovendien liep Biglia (nu meer in de linkerzone van het middenveld) de ruimte vaak dicht. Van Höwedes werd het balbezit blijkbaar niet gevreesd. Perez stapte niet uit en ving hem in de zone op, en richtte zich er meer op de weg naar Schürrle samen met Zabaleta te versperren. Verdedigend kon dezelfde Höwedes, omdat zijn directe tegenspeler het veld had verlaten, nu meer steun aan zijn centrale verdediging bieden waardoor Boateng en Hummels niet 1-tegen-1 met de beide Argentijnse spitsen zouden komen te staan.

Gaandeweg werd duidelijk dat de Argentijnse speelwijze én de entree van Schu?rrle vooral een zware wissel trok op het middenveld. Aguëro, Higuain – die wel agressief begonnen was maar die speelwijze niet lang kon volhouden en gewisseld moest worden – en vooral Messi staan er niet om bekend bij balverlies erg veel werk te verrichten. Daardoor moesten de middenvelders Mascherano, Biglia en Perez niet alleen hun drie tegenstanders op het middenveld bespelen, maar ook regelmatig uitstappen op doorkomende Duitse backs. Met een doorlopend in de bal bewegende Schweinsteiger en Kroos werd het steeds moeilijker om door te dekken. Het verschafte Duitsland gaandeweg meer macht over de wedstrijd, die het in het eerste half uur maar niet écht in de greep kon krijgen; toen had het wel veel balbezit, maar de gevaarlijke momenten kwamen meer van de Argentijnen. Dat werd met het verstrijken van de tijd steeds minder het geval. Uiteindelijk was de winnende goal vooral ook een overwinning van coach Löw, die de invallers Schu?rrle en Götze het verschil zag maken.

Wissels Löw pakten beter uit dan de keuzes van Sabella

Al tijdens zijn assistentschap (2004- 2006) onder toenmalig Bundestrainer Jürgen Klinsmann werd Joachim Löw, zoals eerder in dit artikel uitgebreid beschreven, tussen de bedrijven door geroemd als het grote tactische brein achter de nieuwe aanpak in het Duitse voetbal. Klinsmann zou in die periode meer als de motivator en het uithangbord gefungeerd hebben.

Löw bewees in de finale met zijn wisselbeleid, dat meer positieve invloed op zijn team had dan dat van zijn collega Sabella, dat zijn reputatie niet uit de lucht kwam vallen. Zijn ingrepen vormden direct een verbetering voor het Duitse elftal. Vanaf de linkerflank ontstond met Schu?rrle meer dreiging met onder meer de beslissende assist tot gevolg. In de as kregen de Duitsers meer creativiteit met Özil en het inruilen van de puntspeler Klose voor ‘valse spits’ Mario Götze was een gouden greep die de titel opleverde. Vinden wij in Nederland Louis van Gaal de Coach van het Toernooi, de Duitsers hebben op hun beurt alle reden om hetzelfde van ‘hun’ Jogi Löw te vinden.

Gerelateerde artikelen