#Groepstraining #Training #Opbouwen #StorenLeestijd ≈ 5 minuten (1035 woorden)

Opbouwen versus drukzetten

Hoe wedstrijdechter situaties tijdens trainingsvormen zijn, hoe groter uiteindelijk de transfer is naar de wedstrijd. Zo geredeneerd, waarom dan niet daadwerkelijk voorkomende wedstrijdsituaties als uitgangspunt nemen, inclusief de aantallen en afstanden? In dit artikel komt dit terug voor het thema opbouw vanaf de keeper versus hoge pressie, van makkelijk naar moeilijk voor het opbouwende team.

Overtal +3

Een overtal van twee veldspelers en een keeper in de eerste fase van de opbouw is zeldzaam. Herkent het druk-zettende team deze aantallen, dan is ondersteuning onderweg of plooit het team snel terug naar eigen helft. Toch komt deze situatie soms voor, zoals in afbeelding 1a. Wolverhampton Wanderers zet hoog druk met twee voorhoedespelers, Manchester City haalt twee middenvelders terug om er 5:2 van te maken.

Dit is te trainen met de vorm in afbeelding 1b. Het opbouwende team speelt in een grote ruimte met een fors overtal. Een accent kan zijn dat het tweetal, hoe onrealistisch ook, probeert de bal te veroveren in plaats van de doeltjes te beschermen. Om dit impliciet te sturen kun je doelpunten die zij na balverovering maken meer waarde geven (scoren binnen tien seconden na balverovering telt voor drie punten) of kun je drie kleine doeltjes plaatsen op de achterlijn, zodat het minder aantrekkelijk wordt om er twee te beschermen.

Een fors overtal in een grote ruimte: voor het opbouwende team een makkelijke vorm om mee te beginnen.

Overtal +2

Een overtal van twee spelers – de keeper en één veldspeler – komt een stuk vaker voor. Dat betekent dat de tegenstander aan de andere kant van het veld tijdens het verdedigen +1 achterin behoudt. In de wedstrijd Wolverhampton Wanderers-Manchester City was dit het geval (afbeelding 2). City bouwde op met de keeper, twee centrale verdedigers en een middenvelder, tegen twee voorhoedespelers van Wolves. Het is voor het tweetal lastig om in deze situatie de bal te veroveren. Anderzijds offert Wolves zo relatief weinig spelers op en houden ze een keeper en acht veldspelers goed in positie.

Een keeper, twee centrale verdedigers en een middenvelder tegen de 9 en 10 van de tegenstander.

Een heldere stelregel is dat in dezelfde speelruimte, met hetzelfde verschil in aantallen, méér spelers lastiger is voor het opbouwende team. Oftewel, in dezelfde ruimte is 4:2 makkelijker dan 5:3, maar moeilijker dan 3:1. Om het opbouwen moeilijker te maken, is 5:3 dus een mooie vervolgstap (afbeelding 3). Deze situatie komt behoorlijk vaak terug in wedstrijden. Meestal doet het opbouwende team dit met een keeper, twee centrale verdedigers en twee centrale middenvelders. Daar stelt de tegenstander dan vaak drie aanvallers tegenover. Of, als een team door de as drukzet, een spits en twee middenvelders.

Een extra middenvelder voor het opbouwende team en een extra spe-ler die drukzet maakt het opbouwen iets moeilijker.

Overtal +1

De volgende stap is het uitspelen van de opbouw in een +1-situatie. De keeper is dan nog de enige speler die voor het overtal zorgt. Deze manier van opbouwen is niet voor elk team geschikt. Er valt tenslotte heel wat voor te zeggen om in zo’n situatie de bal lang te spelen. De tegenstander heeft achterin geen overtal meer óf er staat een back of middenvelder vrij die direct of vanuit de tweede bal te bereiken is. Toch zijn er ook genoeg teams die in deze situatie alsnog voor de voetballende oplossing kiezen. FC Barcelona is een van die teams (afbeelding 4). Wordt Ter Stegen onder druk gezet, dan zoekt hij vaak naar Busquets als vebindingsspeler om via een driehoek de vrije centrale verdediger te bereiken.

FC Barcelona bouwt op in een 4:3-situatie en bereikt de vrije centrale verdediger via een verbindingsspeler.

Zoals gezegd is opbouwen in 5:3 moeilijker voor het opbouwende team dan in 4:2, mits de ruimte even groot is. Dat geldt uiteraard ook voor +1-situaties. In een ruimte ter grootte van twee strafschopgebieden is het lastiger om de vrije man te vinden in 5:4 dan 4:3. Toch probeert Manchester City daarin, met succes, de voetballende oplossing te vinden (afbeelding 5). De spits van Manchester United stapt door op Ederson, waardoor de twee centrale middenvelder in overtal staan tegen de aanvallende middenvelder van United. Een van de twee wordt aangespeeld en de druk van United is voorbij.

Manchester City bouwt op in 5:4, inclusief keeper. In deze situatie be-reiken ze een van de twee middenvelders.

Grotere aantallen

Nóg een drukzettende speler toevoegen is geen realistische vervolgstap. Logischer is uitbreiden naar een grotere ruimte met meer spelers. Dit betekent dat het geheel onoverzichtelijker en dus moeilijker wordt voor het opbouwende team. Bovendien telt het drukzettende team meer spelers om foutjes van elkaar te herstellen en gaten dicht te lopen.

Een voor de hand liggende manier om dit te doen is 8:6, een situatie die bijvoorbeeld tijdens FC Barcelona-Bayern München voorkwam (afbeelding 6). Het opbouwende team speelt met een keeper, vier verdedigers en drie middenvelders. Het drukzettende team zet daar drie of vier middenvelders en twee of drie aanvallers tegenover. In de tekening van de trainingsvorm is een extra doeltje getekend, waardoor er drie opties zijn om te scoren. Deze drie goaltjes vertegenwoordigen de drie aanvallers die bereikt worden vanuit de opbouw.

Het uitbreiden van de opbouwsituatie met extra spelers op de gehele breedte van het veld.

Vervolgens komt het nog meer dan in de verkleinde vormen aan op het maken van keuzes aan de bal. Dat gaat zelfs op topniveau nog lang niet altijd goed. In onderstaande situatie worden de middenvelders van FC Barcelona behoorlijk kort gedekt (afbeelding 7a). De spits van Bayern München zet druk op Ter Stegen. Dat betekent dat Barça aan beide zijkanten in overtal staat (afbeelding 7b). Toch kiest Ter Stegen hier voor een bal door de as, waarna meerdere Bayern-spelers Frenkie de Jong insluiten en hij balverlies lijdt.

In deze 8:6-situatie ligt het overtal aan de zijkant (zowel op rechts als links is het 2:1), maar Ter Stegen speelt de bal door de as in.

Conclusie
• Gebruik wedstrijdsituaties die daadwerkelijk voorkomen als uitgangspunt voor trainingsvormen. Dat kunnen top- of eigen wedstrijden zijn.
• Bouw de vormen op van makkelijk naar moeilijk. In dit geval is dit toegepast op het opbouwende team, maar dit kan ook voor het drukzettende team.
• Voeg waar nodig regels toe om op impliciete wijze voor elkaar te krijgen dat spelers het gedrag vertonen dat je graag van ze ziet.

Dit artikel verscheen in De Voetbaltrainer 255.

Gerelateerde artikelen