Bij PEC Zwolle zijn de jeugdtrainers zélf verantwoordelijk voor hun oefenvormen. Maar Jan Borghuis, die in Zwolle als Hoofd Fysieke Performance binnen de voetbalacademie werkt, denkt waar mogelijk graag mee. Bij PEC houdt hij zich bezig met GPS data-analyse, fysieke testen, krachttrainingen en de integratie van fysieke componenten in de voetbaltrainingen. Waar trainers letten op tactische doelstellingen, let Borghuis met name op de voetbalconditie. In dit artikel geeft hij een aantal mooie praktijkvoorbeelden hoe die twee elementen met elkaar worden gecombineerd.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 292, een special over voetbalconditie.
Optimaliseren
Jan Borghuis: ‘Bij PEC Zwolle werk ik met teams van Onder 11 tot en met Onder 21. Bij de jongere teams ligt de focus vooral op breed motorisch opleiden en algemene testen op het gebied van snelheid, wendbaarheid en sprongkracht. Deze tests voeren we minimaal twee keer per jaar uit. In Onder 15 laten we spelers, vooral diegenen die lichamelijk wat verder volgroeid zijn, al kennismaken met conditionele periodisering. Pas vanaf Onder 16 zetten we echt de VCT in, omdat de meeste spelers dan voorbij hun maximale groeispurt zijn. Vanaf die leeftijd passen we gerichte periodisering toe in de trainingen. Spelers beschikken dan ook over GPS-apparatuur tijdens zowel trainingen als wedstrijden, waardoor we de trainingsbelasting per dag kunnen plannen en optimaliseren.’
Accenten
‘In principe zijn veel oefenvormen bij PEC gelijk, alleen zie je dat naarmate spelers ouder en volwassener worden, de intensiteit toeneemt. Voor wat betreft de jeugdopleiding nemen we de wedstrijdwaardes die we bij het eerste elftal nastreven als uitgangspunt. Op basis daarvan wordt een weekindeling gemaakt. Bij de Onder 21 willen we conditioneel gezien op zijn minst dezelfde waardes bereiken als men bij het eerste doet, zodat spelers die de overstap maken fysiek niet onder hoeven te doen. Voor wat betreft de overige jeugdteams rekenen we terug. Een voorbeeld: bij de Onder 17 gaan we uit van 90 procent van de waardes die men bij het eerste elftal haalt. Op de club overleggen we regelmatig over oefenstof. Trainers vragen mij bijvoorbeeld om oefeningen waarmee ze het aantal meters, sprintmeters, en de intensiteit kunnen vergroten of verhogen. Intensiteit is hier enorm belangrijk. De trainer is verantwoordelijk voor de oefenvorm. Ik denk bijvoorbeeld mee over de ruimtes waarin wordt gespeeld of hoe een trainer bepaalde accenten extra naar voren kan krijgen in zijn vorm.’
Sneller
‘Om nog meer spelers een prikkel te geven, kun je deze vorm tegelijkertijd ook twee kanten op laten spelen (zie tekening 5, red.). Alleen heb je dan wel twee trainers nodig die een dieptebal geven. We spelen dit op een half veld, maar de daadwerkelijke sprintafstand in deze oefenvorm bedraagt ongeveer veertig meter. In dit soort sprints zie je namelijk vaak dat spelers eerst voluit gaan, maar vervolgens gecontroleerd afremmen omdat ze toch gaan inschatten waar zo’n voorzet komt. Het veld moet dus écht lang genoeg zijn om aan een bepaald aantal sprintmeters te komen. In deze vorm zoeken we bij PEC naar sprintafstanden waarbij de snelheden boven de 25 kilometer per uur uitkomen. Oftewel: als je fysieke en tactische componenten combineert, moet je er wel zeker van zijn dat je veld groot genoeg is omdat bepaald voetbalgedrag zoals het inschatten van een voorzet, van invloed is op de mate waarin wordt gesprint. Deze vorm ziet er, qua organisatie, bij het eerste elftal hetzelfde uit als bij de Onder 16. Alleen is de kwaliteit van de handelingen bij het eerste elftal hoger. Plus de spelers zijn daar ook gewoon sneller.’


Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis
