Steeds meer teams op internationaal niveau zijn er bedreven in: het counteren. Nadat de bal wordt veroverd, gaan ze op volle snelheid richting het doel van de tegenstander. Er worden veel doelpunten gescoord uit deze omschakeling. De tegenstander, die daarvoor nog in balbezit was, staat vaak verder uit elkaar. Er zijn immers meerdere spelers die zich bezighielden met het aanvallen. Dat betekent ook dat ze ruimte weggeven. Het team dat de bal verovert kan van die ruimtes gebruik maken. De intentie is om na balverovering direct vooruit te spelen en de diepte achter de laatste lijn te zoeken. Uiteraard kan dit zowel met een pass als met een dribbel. In dit artikel zetten we een aantal oefenvormen op een rijtje waarmee je als trainer-coach kan trainen op het counteren. Logischerwijs kan je hieruit ook inspiratie opdoen om je eigen vormen te bedenken.

Van een rondo naar counteren

De eerste oefenvorm is er een van PSV onder trainer Roger Schmidt. De vorm start met een rondo 4:2. Daarin speelt het rode team op balbezit. Het gele tweetal probeert de bal te veroveren. Ook staan er vier gele spelers om de rondo heen. Daarnaast staan er ook nog twee spelers van geel en twee rode spelers verder weg. Als het gele team de bal verovert in de rondo, kunnen ze counteren richting het grote doel met de keeper. Er sluiten drie spelers van geel en één speler van rood bij. Dat maakt het in totaal 5:3+K. Na een doelpunt of een uitbal start een nieuwe rondo. De gele spelers die buiten de rondo staan hebben een voorsprong op de rode spelers in de rondo. Dat betekent dat het gele team dus snel moet counteren. Ze hebben dan immers een groter overtal dan wanneer een rode speler meeverdedigt.

Meer informatie >>

van rondo naar counteren

Overtalsituaties uitspelen op volle snelheid

Zoals al eerder benoemd, liggen er vaak ruimtes om te counteren na balverovering. Er staan niet al te veel verderdigers meer achter de bal. Op die manier kunnen er overtalsituaties ontstaan. Voor eigenlijk elk overtal, maar zeker tijdens het counteren, is het van belang om dit overtal op snelheid uit te spelen. Dat komt terug in deze oefenvorm. De trainer speelt de bal in naar een speler van het rode drietal. Dan ontstaat er een 3:1+K. Op het moment dat de trainer de bal speelt, verdedigen er ook twee blauwe verdedigers terug. Alleen zij hebben een achterstand ten opzichte van de drie rode spelers. Op die manier wordt het rode drietal gedwongen om het overtal ten opzichte van de ene blauwe verdediger op snelheid uit te spelen. Zijn ze te langzaam, dan wordt het namelijk 3:3+K. Een extra regel toevoegen kan het moeilijker maken voor het rode team. Zij mogen alleen scoren van binnen de zestien en moeten dat direct (één keer raken) doen.

Meer informatie >>

op snelheid overtalsituaties uitspelen

Omschakelvorm van Jong Oranje

De volgende oefenvorm die in het teken staat van counteren is er een van Jong Oranje onder trainer Erwin van de Looi. Het is een positiespel 6:6+2 met veel omschakel en dieptemogelijkheden. De balbezittende partij speelt een positiespel 8:6 in het centrale vak en heeft twee keer raken. Tien keer overspelen is een punt. Na deze tien keer overspelen heeft het achttal twee passes om een van de twee aanvallers buiten het vak te bereiken en deze 2:1 te laten spelen. Een doelpunt vanuit deze 2:1 telt voor twee punten. Maar het zou ook kunnen dat het balbezittende team na tien keer rondspelen geen mogelijkheid ziet om een aanvaller buiten het vak aan te spelen. In dat geval blijven ze op balbezit spelen. Als de verdedigende partij de bal onderschept mogen ze met de eerste of tweede pass ook ‘hun’ aanvallers inspelen voor 2:1 naar het doel. Lukt dit niet, dan spelen ze op balbezit verder.

Meer informatie >>

omschakelvorm Jong Oranje

Counteren vanuit een positiespel

Ook vanuit een positiespel kan er worden getraind op het counteren richting een groot doel. In de tekening zijn twee organisaties van dezelfde vorm te zien. We beschrijven de vorm vanuit de onderste organisatie. Blauw start met een 6:3 overtal tegen roze. Als roze de bal verovert, kunnen ze counteren richting het grote doel. Op dat moment mogen er drie extra roze spelers meedoen: de twee buitenspelers en de controleur. Als trainer-coach is het hierin belangrijk om te coachen op de goede uitvoering van het counteren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het zo snel mogelijk de diepte zoeken met loopacties, de juiste bezetting voor het doel en de voorkeur voor het counteren via de as.

Meer informatie >>

counteren vanuit een positiespel

Counteren in overtal

Het blauwe drietal start met de bal en speelt een 3:2+K richting de linker goal. Als de middelste blauwe speler start, mag de rode speler op de middenstip terugsprinten om er 3:3+K van te maken. Op die manier worden de aanvallers impliciet gedwongen om tempo te houden tijdens het counteren. Als rood de bal vervovert, kunnen zij de rode medespelers in de middencirkel aanspelen. Op die momenten mogen de drie blauwe aanvallers alleen verdedigen in zone A. De rode speler die de bal ontvangt moet vanuit de middencirkel een rode medespeler wegsturen richting het doel van het blauwe team. Daarvoor heeft hij maximaal één balcontact. Na het onvangen van deze pass, spelen de rode aanvallers 2:2+K.

Meer informatie >>

counteren in overtal

TrainingsPlanner

Wil je toegang krijgen tot tientallen oefeningen over het counteren? En daarnaast nog tot vele honderden positiespelen, pass- en trapvormen, partijspelen en andere oefeningen? De TrainingsPlanner is al beschikbaar vanaf €50 per jaar. Daarmee heb je onbeperkt toegang tot alle oefeningen. Daarnaast kun je leerlijnen gebruiken, een agenda aanmaken, gehele trainingen downloaden en je favoriete vormen opslaan.

Meer informatie >>