De tijd dat een assistent-trainer tijdens de training slechts de pylonen uitzet, ligt al ver achter ons. In het hedendaagse voetbal is de functie van assistent-trainer veelzijdig, boeiend en uitdagend te noemen. Met, als het meezit, een grote verscheidenheid aan taken en verantwoordelijkheden. De assistent-trainer ondersteunt de hoofdtrainer met als doel het team naar grote hoogte te doen stijgen. Sommige assistent-trainers verbinden hun lot steeds aan dezelfde hoofdtrainer. Wie Louis van Gaal ziet, spot altijd Frans Hoek in zijn buurt. En tot na het mislukte EK in 2012 was Dick ‘Cooky’ Voorn altijd en overal waar Bert van Marwijk was. Er zijn ook assistent-trainers die tot clubiconen uitgroeien. Neem bijvoorbeeld Bobby Haarms bij Ajax. In dit artikel gaan we in op de kenmerken van de rol van de assistent-trainer.

Hetzelfde denken

De hoofdtrainer en de assistent-trainer overleggen iedere dag intensief. Om die reden is het belangrijk dat de filosofie, bijvoorbeeld over voetbal en voetbal-conditietraining, goed bij elkaar passen. Eigenlijk is dat, als je praat over de functie van de assistent-trainer, een belangrijk gegeven. Over bepaalde zaken zul je hetzelfde moeten denken als de hoofdtrainer. Alleen dán heeft een goede samenwerking kans van slagen. Als hoofdtrainer ben je namelijk echt een manager. Je hebt te maken met je spelers. Je hebt te maken met je staf. Maar er is nog veel meer: denk aan de media, aan het bestuur en aan de sponsoren. De assistent-trainer heeft daar veel minder mee te maken. Hij heeft een meer ondersteunende rol.

assistent
Hoofdtrainer Stijn Vreven en assistent-trainer Werner Martens.

Knetteren

Voor een hoofdtrainer is het zaak dat hij zijn assistent het gevoel geeft dat die eerlijk en open kan zijn. Voor de assistent is het zaak dat hij van die mogelijkheid gebruikmaakt. Als beide partijen zo willen werken, ontstaan er vast en zeker discussies. Maar die discussies zijn juist essentieel om als team progressie te maken. Het is wel belangrijk dat die discussies binnenskamers plaatsvinden. In de trainerskamer mag je elkaar gerust een weerwoord geven, daar móet dat ook. De wijze waarop dat gebeurt, verschilt van persoon tot persoon. Zo zegt de een wat hij vindt en doet hij dat op een rustige manier, zonder stemverheffingen. Een ander verheft zijn stem iets eerder, dat past misschien wel bij zijn karakter. Vervolgens is het de taak van de hoofdtrainer dat hij niet luistert naar hoe iets wordt gezegd, maar naar wat er wordt gezegd. Het mooie is, die discussies die je met elkaar hebt over bijvoorbeeld de inhoud van trainingen, over wie wel of niet in aanmerking komt voor een basisplaats, die houden je scherp. Maar uiteindelijk is het de hoofdtrainer die beslist, ongeacht of je het er als assistent mee eens bent. In die trainerskamer mag het knetteren, maar we gaan met één gedachte naar buiten.

De signalerende functie van de assistent

Een hoofdtrainer voert een gesprek met een speler die niet tevreden is. Bijvoorbeeld omdat die speler vindt dat hij te weinig kansen krijgt. In principe is een assistent altijd bij dat soort gesprekken aanwezig. Zodoende weet hij wat er is besproken en daardoor ontstaat duidelijkheid. Ben je als assistent namelijk niet op de hoogte, dan ga je misschien wel andere dingen zeggen of andere dingen doen dan de hoofdtrainer heeft gezegd. En dat moet je koste wat kost voorkomen. Aan die gesprekken met spelers, zitten een aantal interessante aspecten. Juist doordat ik erbij ben, hopen we te voorkomen dat een speler de hoofdtrainer op het trainingsveld in diskrediet brengt. Aan de andere kant kan de aanwezigheid van één of meerdere stafleden, ervoor zorgen dat een speler niet het achterste van zijn tong laat zien. Als we denken dat dit het geval is, kan een assistent nog eens individueel met die speler praten. Hij probeert dan te achterhalen wat eraan scheelt, of hoe en waarmee hij het beste geholpen kan worden. Maar, en dan komen we weer terug op dat stukje openheid, de inhoud van die gesprekken moet altijd worden teruggekoppeld naar de hoofdtrainer. Als assistent kun je naar een speler toegaan, het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook. Bijvoorbeeld omdat de assistent en de speler qua karakter goed bij elkaar aansluiten. De assistent-trainer heeft daarom een signalerende functie. Dit signaleren gebeurt in de kleedkamer en op het veld.

Het ontlasten van de hoofdtrainer

Een hoofdtrainer wordt maar op één ding beoordeeld: de prestaties van het eerste elftal. Hij moet zich daarop helemaal kunnen focussen. Zijn hoofd mag niet belast worden met allerlei randzaken, die dat doel in gevaar kunnen brengen. Als assistent-trainer hoor en zie je in principe meer dan de hoofdtrainer. Die input moet je niet altijd een-op-een doorgeven aan de hoofdtrainer. Van een goede assistent mag je verwachten dat hij kan filteren. Ervaring speelt daarbij zeker een rol. Een hoofdtrainer ontlasten doe je ook als je als assistent of medische staf vooral preventief denkt en werkt. Je bent de spin in het web en kunt op basis daarvan heel wat problemen voorkomen. Aan de ene kant moet je als assistent veel geduld hebben, maar je mag ook niet te lang wachten als je ziet dat er iets begint te broeien binnen de groep of als je merkt dat een speler vreemd begint te reageren. Zulke signalen mag je niet negeren door de andere kant op te kijken. Daar moet je iets mee doen.

training assistent

Een assistent-trainer moet verstand van oefenstof hebben

Pierre Denier: “Als speler schreef ik al vaker interessante oefenvormen op. Sinds ik trainer ben, werk ik elke oefenvorm uit en noteer achteraf wat er goed ging en de aandachtspunten voor de volgende keer. Vooral in tactische, wedstrijdgerichte vormen verdiep ik me graag. Het gekozen spelsysteem speelt daarbij een rol. Een 1:4:4:2 vereist andere oefenstof dan 1:5:3:2 of 1:4:3:3. Daar heb ik veel ervaring in en als het om die tactische vormen gaat, schakelt Hans me ook zeker op het veld in. In de loop der jaren zijn we bij Racing Genk steeds specifieker gaan trainen. Voor de periode van Sef Vergoossen trainden we vrij algemeen. Elke speler kreeg meestal dezelfde training. Sef introduceerde ook het trainen in kleine groepen, de linietrainingen en de specifieke trainingen voor bijvoorbeeld spitsen of spelers in de as. En elke assistent-trainer kreeg toen de kans zich te specialiseren, vaak op basis van zijn eerdere kwaliteiten als speler.”

CoachVak

In CoachVak vind je een archief vol met artikelen uit oude vakbladedities, met een handige zoekfunctie op onderwerp en leeftijdsgroep.