Een rondo is een oefenvorm met twee teams. Het ene team speelt op balbezit, terwijl het andere team de bal juist wil onderscheppen. Bij de rondo is het kenmerkend dat de teams in aantallen verschillen. Het team dat op balbezit speelt heeft meer spelers dan het team dat verdedigt. In een eerder artikel benoemden we al verschillende methodische stappen. In dit artikel komen verschillende variaties terug die je als trainer-coach kan toepassen.

Een rondo met steeds meer tegenstanders

Zoals eerder benoemd kenmerkt een rondo zich door het verschil in aantal spelers tussen de twee teams. Het gevolg hiervan is dat deze oefenvorm te makkelijk wordt voor het team dat op balbezit speelt. Zeker bij grote verschillen in aantallen. Om de vorm uitdagend te houden is het belangrijk om hierin methodische stappen te maken. Een voorbeeld van een dergelijke methodische stap is het toevoegen van steeds meer tegenstanders. Deze vorm is daarvan een mooi voorbeeld. Het balbezittende team bestaat uit tien spelers. Zij beginnen tegen één verdediger. Dat maakt het relatief gemakkelijk om balbezit te houden. Om die reden komt er ieder vijf seconden een speler bij. Zo wordt de moeilijkheidsgraad geleidelijk verhoogd. De vorm werkt met een vast aantal ballen. Wanneer de verdedigers de bal onderscheppen, wordt er een nieuwe bal ingespeeld. Houd de tijd bij die de verdediger nodig hebben om alle ballen af te pakken. Zo voeg je een wedstrijdelement toe aan de oefening.

Meer informatie >>

rondo steeds meer tegenstanders

Door de lucht

De “normale” rondo wordt over de grond gespeeld. Manchester City-trainer Pep Guardiola bedacht daarop een variatie. In deze vorm is het juist de bedoeling dat de bal niet op de grond komt. De spelers moeten de bal dus in de lucht houden. In deze oefenvorm speelt City 3:1 binnen een afgebakend vak. Elke speler van het team dat op balbezit speelt mag de bal maximaal drie keer raken. Als de bal op de grond komt, wisselt deze speler met de speler in het midden. Naast de technische vaardigheden komt dit ook het spelplezier ten goede. Uiteraard kan ook deze rondo worden aangepast aan het niveau. Wanneer de oefening te moeilijk is kan de trainer één stuit toestaan. Om diezelfde reden kunnen ook de aantallen worden aangepast. Speel bijvoorbeeld 4:1 in plaats van 3:1 om het voor het team dat op balbezit speelt makkelijker te maken. Tot slot is het mogelijk om vrij spel te spelen. Dat betekent dat de spelers geen maximaal aantal balcontacten meer hebben.

Meer informatie >>

rondo door de lucht

Gecombineerde rondo in twee vakken

Een andere variant op de rondo is de gecombineerde rondo in twee vakken. Deze vorm is te zien in de tekening hieronder. Wat er opvalt aan de tekening is dat er drie team lijken te zijn. Het rode team is in overtal en speelt op balbezit, er zijn twee gele verdedigers én een blauwe neutrale speler. Dat is echter niet het geval. De blauwe speler speelt met het rode team op balbezit. De reden dat hij een andere kleur heeft, is dat zijn rol verschilt met die van de andere rode spelers. De rode spelers spelen slechts in één vak. De blauwe speler daarentegen doet mee in beide vakken. Hierdoor zal deze speler goed om zich heen moeten kijken. Tegelijkertijd is zijn lichaamsoriëntatie belangrijk. Dit stelt hem in staat om de informatie uit beide vakken goed binnen te krijgen. Voor de rode spelers is de timing van het inspelen van de blauwe speler cruciaal. Als hij in het andere vak bezig is, is het niet mogelijk om hem te gebruiken. Daardoor leren ook deze spelers om goed te kijken.

Meer informatie >>

gecombineerde rondo

Inclusief spelverplaatsing

Een andere manier om te variëren in de rondo is door een spelverplaatsing toe te voegen. Dat kan een trainer op de volgende manier realiseren. Verdeel het veld in een bepaald aantal vakken. In deze vorm is gekozen voor zes vakken, drie in de breedte en twee in de lengte. Op dat veld spelen zich drie rondo’s tegelijk af waarbij 4:1 wordt gespeeld. Elke rondo start in een eigen vak. Na vijf keer overspelen mag de bal naar een ander vak. Als elke speler van de desbetreffende rondo daar is én de bal komt aan, levert dat een punt op. Daarbij mag er slechts één rondo per vak zijn. Dat betekent dat de spelers goed om zich heen moeten kijken naar de andere rondo’s.

Meer informatie >>

rondo met spelverplaatsing

Een rondo en een afwerkvorm in één

De rondo kan ook gecombineerd worden met een andere soort trainingsvorm. In onderstaande oefening wordt een rondo gecombineerd met een afwerkvorm. Er zijn twee teams van zes spelers met elk een eigen vak. De trainer speelt de bal in naar één van de twee teams. Op dat moment mogen er twee spelers van het andere team druk zetten. Als het lukt om de bal zes keer rond te spelen, mag dat team afwerken op één van de twee grote goals. Daar zit een tijdslimiet aan. De twee verdedigers mogen ook meeverdedigen. Op die manier wordt het afwerken wedstrijdechter. Maar als er balverlies wordt geleden tijdens het rondspelen, herstart het spel zich in het andere vak. Daar speelt dat team op balbezit.

Meer informatie >>

TrainingsPlanner

Wil je toegang krijgen tot tientallen oefeningen over de rondo? En daarnaast nog tot vele honderden positiespelen, pass- en trapvormen, partijspelen en andere oefeningen? De TrainingsPlanner is al beschikbaar vanaf €50 per jaar. Daarmee heb je onbeperkt toegang tot alle oefeningen. Daarnaast kun je leerlijnen gebruiken, een agenda aanmaken, gehele trainingen downloaden en je favoriete vormen opslaan.

Meer informatie >>