Een bestuurskamer. Een flip-over, elf rondjes, elf kruisjes, een stift. Een bevlogen trainer die schijnbaar vol vuur een stortvloed van woorden aan elkaar koppelt. En een onderuitgezakte spelersgroep die uitstraalt ‘Daar heb je hem weer met hetzelfde praatje.’ Herkenbaar? Tegelijkertijd kan je als trainer-coach extra winst boeken wanneer je de spelersgroep wel weet te raken. Het is namelijk een van de laatste voorbereidingen op de wedstrijd die volgt. In dit artikel geven we een zestal tips voor een wedstrijdbespreking die daadwerkelijk aankomt.

Autonomie

Een wedstrijdbespreking dient altijd ter voorbereiding op de wedstrijd. De bespreking staat nooit op zichzelf. Het is een gevolg van de speelwijze zoals die voorafgaand aan het seizoen is bepaald. Over de speelwijze ga je als trainer aan het begin van het seizoen in gesprek met de spelersgroep. Door de spelers daarin te betrekken, ervaren ze een gevoel van autonomie. Ze zijn zelf medeverantwoordelijk voor de manier van spelen. Dit zorgt voor een hogere mate van motivatie. Dit is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie, een theorie over menselijke motivatie. Deze gaat uit van drie psychologische basisbehoeftes. Autonomie is er een van. Tevens wordt het op die manier voor de trainer duidelijk hoe de spelers naar bepaalde zaken kijken.

wedstrijdbespreking

Zes tips voor de wedstrijdbespreking

Bram Meurs: “Er staat mij een situatie bij toen ik op topniveau bij de amateurs speelde, en we moesten spelen tegen een ploeg die onderin stond. De trainer deed elke week hetzelfde: de tegenstander de lucht in praten en van onszelf de underdog maken. Zelfs nu we tegen een ploeg moesten waarvan we wisten dat we die normaliter zouden oprollen. Later die middag bleek dat ook wel, want we wonnen probleemloos. Tijdens die bespreking zat ik eens om me heen te kijken en ik zag een groep teamgenoten verveeld om zich heen kijken. Wat ik toen om me heen zag, komt ontzettend veel voor. Een trainer die geweldig zijn best staat te doen, maar met een verhaal dat totaal niet aankomt bij de spelers. Er zijn zes tips om te zorgen dat het wél aankomt.”

1. Houd de wedstrijdbespreking kort

De spanningsboog van spelers tijdens een bespreking is maar kort. Je moet echt heel boeiend zijn, willen ze niet afdwalen. Dat is lastig, dus houd het daarom kort. Hetgeen jij wilt zien, is meestal doordeweeks op het trainingsveld al aan de orde geweest. Je wedstrijdbespreking hoeft niet meer te zijn dan de bevestiging van wat je die week al gedaan hebt. Aangevuld met misschien wat specifieke informatie over de tegenstander. Als een trainer een wedstrijdbespreking van een half uur moet geven, is er die week echt iets grondig verkeerd gegaan.

2. Varieer

Niets is zo eentonig als een trainer die elke week weer hetzelfde verhaaltje opdreunt. Een ploeg is daar snel klaar mee en luistert niet eens meer. Je kunt dit voorkomen door te variëren. Een mogelijkheid is om een speler naar voren te halen en hem te laten vertellen hoe, op basis van wat we de afgelopen week getraind hebben, we deze middag gaan spelen. En dan neem je in het begin natuurlijk de groot lolbroek van het gezelschap, want dan heb je meteen de attentie van de hele groep. Bovendien denkt iedereen: opletten, want volgende keer kan ik aan de beurt zijn.

3. Gebruik beelden tijdens de wedstrijdbespreking

Een andere mogelijkheid is het gebruik van beeldmateriaal. Veelal zul je, zeker op amateurniveau, alleen beschikken over materiaal van je eigen ploeg. Dat is niet erg, want zo kun je spelers vooral goede momenten van zichzelf en van het team laten zien. Je wilt ze toch niet naar buiten sturen terwijl ze net hebben gezien hoeveel fouten ze maken? Nee, je wilt ze met een goed gevoel op het veld hebben. Maar ook hier geldt: overdrijf niet, houd het beperkt.

4. Probeer niet alles mee te geven aan iedereen

Bij Noordwijk maakten we wel degelijk een uitgebreide analyse van de tegenstander. Maar als de trainer dan tien minuten gaat praten over die geweldige linksbuiten van die ploeg, kakt iedereen behalve de rechtsback waarschijnlijk in. Daarom deden wij dat in die tijd anders. De trainer zorgde op papier per speler voor informatie over diens waarschijnlijke directe tegenstander van die middag. Dat kon je dan rustig lezen, en jezelf zodoende goed voorbereiden. Niet iedere speler heeft belang bij alle informatie over elke tegenstander op het veld, want je kunt het toch niet allemaal onthouden. Zelf vond ik dit een heel prettige wijze van voorbereiden op de komende wedstrijd.

5. Aandachtspunten bepalen

Beperk je nu tot een aantal zaken die je op het trainingsveld minder kunt behandelen, aspecten die specifiek in deze wedstrijd anders zijn dan anders of waar je gedurende die week niet aan toegekomen bent. Bespreek bijvoorbeeld kort de opstelling en speelwijze van de tegenstander. En bepaal daarna wie exact wat doet bij de spelhervattingen. Verder weet je als trainer best welke speler nog net even iets extra’s nodig heeft. Die neem je even apart.

6. Motiveer

De wedstrijdbespreking moet er voor een groot deel op gericht zijn dat de spelers er zin in hebben en met vertrouwen aan de aftrap staan. Dat heeft een veel groter effect dan de hoeveelheid informatie die zij vooraf hebben gekregen. De speler moet voelen dat de trainer vertrouwen in hem heeft. Het grootste deel van het niveau dat je in de wedstrijd gaat halen, wordt niet bereikt door alle informatie die je hebt maar door het gevoel waarmee je aan de wedstrijd begint.

CoachVak

Ken je CoachVak al? Dat is in feite een online archief van artikelen, onder andere over de wedstrijdbespreking, die de afgelopen jaren in vakblad De Voetbaltrainer stonden. Met de zoekfunctie vind je gemakkelijk en snel de artikelen over onderwerpen waarover je meer wilt weten. Gratis voor abonnees, vanaf €2 per maand voor niet-abonnees.

Meer informatie >>