In beginsel is voetbal een hele chaotische sport. Eigenlijk is geen enkele situatie exact hetzelfde. De tegenstander die net op een andere manier druk zet, de afstanden tot medespelers die verschillen en de positie van de bal. Tel daarbij op dat ook de omgevingsfactoren zoals de weersomstandigheden en het type ondergrond kunnen variëren, wat voetbal een complex spel maakt. Onder deze continu wisselende omstandigheden moeten de spelers telkens weer de juiste oplossing vinden. Een trainer-coach wil zijn spelers natuurlijk optimaal voorbereiden. Op welke manier kan dit in oefenvormen worden verwerkt? Differentieel leren helpt daarbij!

Geen beweging is hetzelfde

Geen beweging is hetzelfde. Dat toonde de Russische neurofysioloog Nikolaj Bernstein al aan in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hoewel elke beweging anders uitgevoerd wordt, kan het wel zo zijn dat het uiteindelijke resultaat van al deze bewegingen hetzelfde is. Al zien tien verschillende passes met binnenkant voet over vijf meter er hetzelfde uit, er zijn altijd (minieme) verschillen aan te wijzen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er niet alleen tussen succesvolle sporters veel verschillen bestaan in het bewegingspatroon, maar ook op individueel vlak is het bewegingspatroon continu anders. Dat is maar goed ook, want de omgevings- en persoonsfactoren die van invloed zijn op het bewegingspatroon zijn nooit hetzelfde. In het voetballen is dat niet anders. Voetballers moeten aanvallen, verdedigen en omschakelen om de wedstrijd te kunnen winnen en daarvoor gebruiken zij allerlei voetbalhandelingen. Het bewegingspatroon van deze voetbalhandelingen is in de wedstrijd niet van belang. Een effectieve oplossing vinden voor een bewegingsprobleem des te meer. Met andere woorden, de spelers worden niet afgerekend op hoe een pass eruit ziet, maar juist op wat deze oplevert.

Wat is differentieel leren?

Differentieel leren is een onderdeel van motorisch leren. Met motorisch leren wordt het aanleren van (nieuwe) motorische vaardigheden bedoeld. Differentieel leren stelt dat motorisch leren slechts kan ontstaan door interactie tussen het organisme (de speler) en zijn omgeving (zijn medespelers, de tegenstander enzovoort). Deze ontwikkeling is zelf organiserend. Dat wil zeggen dat de speler zelf zijn optimale oplossing gaat vinden door de interactie met zijn omgeving. Dit proces komt spontaan tot stand. De theorie gaat ervan uit dat individuele verschillen onvermijdelijk zijn. Sterker nog, deze zijn essentieel om te leren. Variaties in de uitvoering van ‘dezelfde beweging’ zijn cruciaal om het brein uit te dagen. Differentieel leren streeft er daarom naar om zoveel mogelijk variatie aan te bieden tijdens het leerproces. Dit helpt het brein om de optimale uitvoering van een motorische handeling te vinden. Kortom, wie differentieel leren in zijn training verwerkt, tracht zoveel mogelijk variatie aan te brengen.

Het leerproces versterken

Hoe meer de voetballer met variatie in de beweging te maken krijgt, hoe meer het brein van de speler wordt uitgedaagd om met deze variatie om te gaan. Het oplossen van het oorspronkelijke bewegingsprobleem mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Hierdoor wordt de voetballer uitgedaagd om anders te bewegen, dus andere oplossingen voor het bewegingsprobleem te vinden. Deze variatie wordt gezien als ruis. Door het toevoegen van deze ruis aan trainingen, worden spelers van hun stuk gebracht en gedwongen om onder wisselende omstandigheden hetzelfde bewegingsprobleem op te lossen. Dit principe zou het leerproces versterken. Door de focus in het voetballeerproces te leggen op variatie wordt de speler gedwongen om op verschillende manieren om te gaan met de wisselende omstandigheden. Hij gaat zo zelf op zoek naar een manier om het probleem op de beste manier op te lossen. In het onderstaande figuur is in kaart gebracht wat de verschillen zijn tussen differentieel leren en de traditionele manier.

differentieel en traditioneel

Meer creativiteit door differentieel leren

Creativiteit in het voetballen is het oplossen van een spelprobleem op een nieuwe, haalbare en onverwachte manier waarbij dit leidt tot een positief resultaat. Een leerrijke omgeving waarbij spelers de vrijheid hebben om de mogelijkheden van de voetbalsituatie te verkennen, zich aan te passen én onderweg fouten te maken is hierbij belangrijk. In een onderzoek uit 2018 is gekeken naar het effect van differentieel leren op creativiteit van voetbalspelers. Dit deden ze door het spelen van small sided games met Portugese voetballers via differentieel leren. Er is met name gekeken of spelers beter werden in het op een creatieve manier oplossen van voetbalsituaties. Én of differentieel leren een positieve invloed had op het voetbaltactische gedrag van spelers. Zij kwamen tot de conclusie dat differentieel leren de potentie heeft om een grote bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van creatief en tactisch voetbalgedrag van spelers. In hun experiment liet de differentieel-leren-groep zien dat zij minder fouten maakten naarmate ze vaker wedstrijdjes speelden. Ook lieten ze zien dat de spelers het spel beter gingen snappen. Dit kwam naar voren doordat de spelers steeds gestructureerder positie kozen tijdens de wedstrijdjes. Als we ons realiseren dat bij differentieel leren geen lineaire structuur in methodiek wordt aangeboden en er geen inhoudelijke aanwijzingen gegeven worden door de trainer-coach is dit een opvallend effect. Een effect waar de trainer-coach zijn voordeel mee kan doen.

Toepassing in de training

Als je differentieel leren wilt toepassen in je trainingen, verschuift jouw rol als trainer-coach. Je zult een veel minder instruerende rol, die zo kenmerkend is voor traditioneel leren, hebben. De focus ligt niet langer op de uitvoering van de verschillende voetbalhandelingen. Kortom, je zult meer de rol van architect van voetballeersituaties moeten aannemen. Ga op zoek naar variatie in de bewegingsuitvoering. In plaats van het meest ideale beweegpatroon na te streven, voeg je juist ruis toe. Daarbij zal het op veel verschillende manieren oplossen van bewegingsproblemen wel leidend moeten zijn. Schöllhorn, de grondlegger van differentieel leren, omschrijft dit als ‘Nie das richtige trainieren, um richtig zu spielen’. Tegelijkertijd kun je niet onbeperkt ruis toevoegen. Je zult het oplossen van het oorspronkelijke bewegingsprobleem wel als uitgangspunt moeten blijven houden. In figuur 2 is te zien dat de hoeveelheid ruis die toegepast wordt bepalend kan zijn voor het leerrendement. Uit de grafiek valt op te maken dat een traditionele wijze van motorisch leren met veel dezelfde herhalingen als uitgangspunt, zoals een pass- en trapvorm in een terugkerend patroon, weinig ruis bevat en weinig leerwinst oplevert naarmate de tijd vordert. Vrij bewegen, waarbij heel veel ruis aanwezig is, levert daarentegen ook weinig leerwinst op. Het optimum ligt volgens Schöllhorn et al. bij differentieel leren.

differentieel leermethodes
CoachVak

In CoachVak vind je een archief vol met artikelen uit oude vakbladedities, met een handige zoekfunctie op onderwerp en leeftijdsgroep.