De Voetbaltrainer 245

Pagina 11 van: De Voetbaltrainer 245

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 11 Uiteindelijk is van belang dat wij niet het beste uit onze spelers halen, maar dat we de spelers leren hoe zij het maximale uit zichzelf kunnen halen. We kauwen zo min mogelijk vo...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 11

Uiteindelijk is van belang dat wij niet

het beste uit onze spelers halen, maar

dat we de spelers leren hoe zij het

maximale uit zichzelf kunnen halen.

We kauwen zo min mogelijk voor en

laten spelers zelf problemen oplossen.

Je kunt de spelers van bijvoorbeeld

Onder 19 allemaal geselecteerde vi-

deobeelden opsturen van de volgende

tegenstander. Dan hoeven zij dat zelf

niet meer te organiseren. Wellicht een

klein nuanceverschil, maar wij kiezen

liever voor een andere weg. We zor-

gen ervoor dat ze er zelf mee aan de

slag gaan. Als trainer stel je bijvoor-

beeld bij de volgende voorbespreking

vragen die spelers alleen kunnen

beantwoorden als zij goed naar die

beelden hebben gekeken. De groeicul-

tuur binnen de club zorgt er wel voor

dat een speler daar niet laks in wordt.

Onze taak is het die nieuwsgierigheid

en dat leervermogen te stimuleren.

Steeds nieuwe uitdagingen te beden-

ken. Spelers moeten dat oppikken en

ermee aan de slag gaan. Dan zie je ze

vaak in korte tijd grote stappen ma-

ken. Het is een cliché, maar het klopt

wel: ‘Je kunt gras laten groeien door

eraan te trekken of voor een goede

voedingsbodem te zorgen.’ Voor dat

laatste gaan we bij AZ.’

Confirmation bias uitsluiten
‘In de voetbalwereld zijn we meestal

niet zo goed in het objectief analyse-

ren van talenten en vooral niet in het

voorspellen van toekomstig succes.

Dat komt doordat we te vaak ‘zien wat

we willen zien’, ook wel ‘confirmation

bias’ genoemd. Dat is de neiging van

mensen om meer waarde te hechten

aan informatie die de eigen ideeën

of hypotheses bevestigt. Tegelijker-

tijd hebben we de neiging minder

aandacht te besteden aan informa-

tie die eigen ideeën tegenspreekt. Je

hebt bijvoorbeeld in het begin van

een wedstrijd of door voorinformatie

een bepaalde mening over een speler

en de rest van de wedstrijd zoek je

onbewust alleen naar de bevestiging

van die mening. Dat kan zowel in

positieve als negatieve zin. Soms be-

trap ik me er zelf ook nog op, maar

we proberen dat bij AZ uit te sluiten.

Wout Weghorst is een goed voorbeeld.

Zijn maniertjes en gebaren riepen

ook bij AZ weleens irritatie op. Maar

zeggen die iets over zijn potentie om

in de top het verschil te maken? Niet

per se! Toch konden veel mensen zijn

gedrag maar moeilijk scheiden van z’n

potentieel.

Voorkomen van valse observaties is

zeker van belang als je het over de

biologische rijping van jonge spelers

hebt. Hoe kijk je bijvoorbeeld naar

talenten die veel later, nog niet of

pas net aan de grote groeispurt zijn

begonnen? Guus Til en Calvin Stengs

werden door hun late groeispurt in

de jongste leeftijdscategorieën vaker

onder de voet gelopen. Herken je dan

nog hun potentie op langere termijn

en besef je de voordelen van hun

worsteling? Door hun ‘overlevings-

strijd’ ontwikkelden Guus en Calvin

hun huidige karakter en aanpas-

singsvermogen. Myron Boadu was

als 15-jarige fysiek juist veel verder

dan zijn leeftijdgenoten. Bij hem leek,

Myron Boadu en Calvin Stengs: ooit

vroeg- en laatrijper, nu samen naar de

top.

S P E C I A L
A N D E R S D E N K E N , A N D E R S D O E N

Achtergrond Marijn Beuker
‘Als iemand op mijn 16-jarige leeftijd vroeg wat ik later wilde worden, was

het antwoord: Technisch Directeur bij een profclub. Liever dan speler of

trainer. Ik heb altijd een bepaalde visie gehad op hoe ik vond dat een voet-

balclub geleid moet worden. Die visie wilde ik graag in de voetbalwereld

toevoegen. Op de middelbare school kreeg ik niet de vakken die ik interes-

sant vond. Ik ben er ook mee gestopt. Mijn ouders lieten dat gelukkig toe en

stimuleerden me wat later om toch een diploma te halen. Dat werd als tus-

senoplossing een managementopleiding voor de horeca. Maar ik wist precies

wat ik moest doen om ooit bovenaan in de piramide van een club te kun-

nen werken. Om te beginnen minstens vijf talen leren. Ik wilde ook met de

voeten in de klei staan en praktijkervaring opdoen. Om snel kennis van het

voetbalwereldje te vergaren, heb ik de beste zaakwaarnemers aangeschreven

en ben met hen in gesprek gegaan. En daarna ben ik naar het buitenland ge-

trokken om als stagiair in de keuken bij topclubs te kijken. Heb veertig clubs

aangeschreven en clubs als Olympique Nice en RCD Espanyol reageerden

positief. Ik werkte in hotels en restaurants en tussendoor verdiepte ik me

zo vaak als mogelijk wanneer ik bij de club kon zijn. Zo leerde ik ook snel-

ler Frans, Engels, Italiaans, Spaans en Duits en heb bij deze clubs mijn eigen

visie op voetbal, trainen, leren en teamontwikkeling geperfectioneerd. Terug

in Nederland heb ik me ingeschreven voor de Johan Cruijff University (sport-

management, -economie en psychologie). Ik woonde toen in Arnhem, maar

wilde per se stage lopen bij AZ vanwege de visie van de club. In de sollici-

tatiebrief aan Marcel Brands en Aloys Wijnker stond dat ik concrete ideeën

had over hoe hun aansprekende visie beter in de praktijk kon landen. Na

het gesprek kon ik aan de slag in de jeugdopleiding. Dat was in 2006. In 2012

gaf toenmalig directeur Earnest Stewart mij de ruimte om binnen de gehele

voetbalorganisatie te werken. En nu in 2019 zit ik er nog steeds en mag ik

elke dag het werk doen dat ik als puber al voor ogen had. En nog steeds ben

ik bezig om mijn ambitie tot Technisch Directeur te realiseren.’

06-07-08-09-10-11-12-13-14-15-16-17_az.indd 11 16-10-19 14:04