De Voetbaltrainer 245

Pagina 30 van: De Voetbaltrainer 245

T E A M N L we nemen gemakshalve vaak de lift. Als je dat lastiger maakt, beïnvloed je mensen op een niet heel nadruk- kelijke, maar wel zinvolle manier. Het is zaak om om al die goed bedoelde adviezen beter te laten renderen....

T E A M N L

we nemen gemakshalve vaak de lift.

Als je dat lastiger maakt, beïnvloed

je mensen op een niet heel nadruk-

kelijke, maar wel zinvolle manier. Het

is zaak om om al die goed bedoelde

adviezen beter te laten renderen.’

Balans zoeken
‘Innovatie kan op twee manieren tot

stand komen: vraaggestuurd en aan-

bodgestuurd. Een bond of een sporter

kan een idee hebben over hoe hij of zij

beter kan presteren. Dan is het zaak

een partij te vinden die kan helpen

iets te ontwikkelen. Het kan ook zijn

dat een bedrijf iets ontwikkelt waar-

mee het verwacht dat de sporter het

beter zal doen. Een lastig aspect in dit

verband kan zijn, dat je dus vaak met

partijen in gesprek bent, die behalve

met het rechtstreeks bijdragen aan be-

tere prestaties ook te maken hebben

met de economische kant van hun

vak, te weten: hun producten verko-

pen. Er moet simpelweg geld verdiend

worden. Je kunt je voorstellen dat een

product voor topsporters goed werkt,

maar dat er in de breedte relatief wei-

nig markt voor is. En daarmee voor de

fabrikant minder interessant om te

produceren. Het lastige bij innovatie is

dan ook vaak om van een idee tot een

product te komen.

Het moge duidelijk zijn dat mijn ren-

dement op een andere wijze gemeten

wordt: meer medailles op Olympische

Spelen, en dan liever gouden dan

zilveren. Vaak is het zoeken naar de

balans tussen mijn doelstelling en die

van externe partners, de produceren-

de bedrijven. Die vinden we dan door-

gaans door een onderzoek of product

voor een gelimiteerde tijd exclusief

beschikbaar te stellen voor TeamNL,

waardoor een voordeel ten opzichte

van de concurrentie ontstaat en

waarna de leverancier dan uiteraard

het recht heeft om het commercieel

verder uit te venten. Aan de andere

kant is het logisch dat het voor een

fabrikant plezierig is wanneer hij zijn

product kan afficheren met NOC*NSF.

Het bedrijf krijgt input van ons en de

samenwerking krijgt op deze wijze

ook geloofwaardigheid.

De samenwerking met bedrijven die

kunnen en willen ontwikkelen en fa-

briceren, is essentieel. Zonder hen en

hun investeringen krijg je vaak weinig

voor elkaar. Evenals de samenwerking

met universiteiten, die onderzoek

kunnen doen. Dat kunnen wij hier

onvoldoende, omdat we op specifieke

terreinen de kennis en bijna altijd de

middelen missen. Dat zit wel bij uni-

versiteiten, die er op hun wetenschap-

pelijke terrein ook weer hun voordeel

mee kunnen doen.’

Arjen Boonstoppel is Prestatiemanager

Teamsporten binnen NOC*NSF. Boonstop-

pel en Maase geven samen leiding aan

Team Up!, dat in samenwerking met de

Rijksuniversiteit Groningen beoogt door

middel van een zgn. embedded scientists

teamsporten te laten profiteren van de

wetenschap. De embedded scientist zorgt

er in de praktijk voor dat nieuwe ontwik-

kelingen getest en gemeten worden en im-

pact gaan hebben op de ontwikkeling van

sporters en sportteams.

Arjen Boonstoppel: ‘Als we praten
over mijn aandachtsgebied, dan heb-

ben we het over de nationale teams.

Ik probeer in samenwerking met trai-

ners en Technisch Directeuren het

topsportprogramma op een zodanig

niveau te krijgen dat ze nog beter

gaan presteren. Daarin zoek ik naar

ontwikkelingen die nog verbeterd

kunnen worden en een daarvan is

de wetenschappelijke ondersteuning

van die programma’s. Wij brengen de

embedded scientists ook regelmatig

bij elkaar zodat ze ook onderling za-

ken met elkaar kunnen uitwisselen

en indien van toepassing ook kunnen

overdragen.

Exact bepalen wat nu echt presta-

tiebevorderend is, is in teamsporten

vaak moeilijker dan in individuele

sporten, zeker wanneer het bij de

individuele sporten om snelheidsspor-

ten gaat. Dan weet je welke afstand

je moet afleggen en de invloed van de

tegenstander is gering. Je kunt je veel

meer op je eigen prestatie richten. Dat

is bij teamsporten vaak anders, want

daar heb je met invloed van tegen-

standers te maken die rechtstreeks

terugslaat op wat je zelf moet doen.

Aan de andere kant bestaan teams

natuurlijk ook uit individuen en die

kun je wel degelijk verbeteren. Ieder-

www.devoetbal trainer.nl30

een heeft in het team een functie, en

die taken kunnen bijvoorbeeld fysio-

logisch aanmerkelijk van elkaar afwij-

ken. Het is een vreemde gedachte dat

een centrale verdediger in voetbal de-

zelfde oefenstof krijgt voorgeschoteld

als een rechtsbuiten. Als je kunt bepa-

len wat de teamsporter op basis van

zijn taak en functie in een team nodig

heeft om zichzelf te verbeteren, kun je

op basis daarvan een programma ma-

ken. Leg je die programma’s op elkaar,

dan heb je een teamprogramma en

een teamtraining.

De belangrijkste ontwikkelingen ten

aanzien van teamsporten zien we op

het gebied van fysieke metingen ener-

zijds en plaatsbepaling anderzijds.

We kunnen almaar nauwkeuriger in

beeld brengen wat de belasting is van

een sporter. Daarvoor komen steeds

meer technologieën beschikbaar en

die worden vanwege het afnemende

kostenniveau ook op lagere niveaus

beter haalbaar. Los van de fysieke be-

lasting kunnen we ook op het gebied

van positiedata steeds meer gegevens

bekend krijgen. Hoe beweegt een spe-

ler zich gedurende de wedstrijd, hoe

ziet dat patroon eruit, hoeveel sprints

en in welke hoeken, hoeveel duels en

wat voor type duels.

Na de Olympische Spelen in Tokyo

denken we aan de psychologische

kant ook meer duidelijk te kunnen

krijgen. We bundelen die activiteiten

onder de naam ‘Team Resilience’. Wat

zorgt er nu precies voor dat een team

op essentiële momenten meer weer-

baarheid en veerkracht heeft? Hoe

halen zij hun beste niveau, en dan

gaat het dus niet alleen over hoe sterk

en snel iemand is. Het gaat dan om

prestatiegedrag. Daar doen we in sa-

menwerking met de Rijksuniversiteit

Groningen en Vrije Universiteit Brus-

sel onderzoek naar en verwachten

we ontwikkelingen in. Daarnaast zijn

de trainer-coaches van de nationale

teams hierbij betrokken. Welk gedrag

moet een sporter vertonen om zijn

hoogste niveau te behalen op de mo-

menten dat het er echt om gaat? En

hoe kan de trainer de sporter daarin

beïnvloeden? Vanuit de voetbalwereld

is onder meer Sarina Wiegman, de

28-29-30-31-32_kamielmaaseea.indd 30 16-10-19 14:18