De Voetbaltrainer 245

Pagina 35 van: De Voetbaltrainer 245

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 35 S P E C I A L A N D E R S D E N K E N , A N D E R S D O E N onderzoekers. Dat is tegenwoordig wel anders geworden. Trainer-coaches in Nederland zijn over het algemeen erg nie...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 35

S P E C I A L
A N D E R S D E N K E N , A N D E R S D O E N

onderzoekers. Dat is tegenwoordig wel

anders geworden. Trainer-coaches in

Nederland zijn over het algemeen erg

nieuwsgierig, staan meer open voor

die nieuwe kennis en staan open voor

hulp op vlakken waar ze zelf geen

expert in zijn. Zo zien we inmiddels

dat een aantal studenten banen krijgt

aangeboden, in zowel binnen- als

buitenland. Blijkbaar vinden organi-

saties het van belang om personen

met onderzoekservaring en ervaring

in het omgaan met data aan te stel-

len, om bijvoorbeeld de vertaling van

data naar de praktijk samen met de

coaches te maken. En dat is mooi om

te zien.’

Concurrentie
Koen Lemmink:
‘In de beginjaren wa-
ren het vooral studenten van de Fa-

culteit Bewegingswetenschappen die

betrokken waren bij de onderzoeken.

Ook daarin hebben we een mooie ont-

wikkeling doorgemaakt. Tegenwoordig

werken studenten Psychologie, maar

ook studenten Kunstmatige Intelligen-

tie mee aan de onderzoeken. Vanuit

verschillende opleidingen in Gronin-

gen, maar ook door samenwerkingen

met studenten van universiteiten in

bijvoorbeeld Leiden, brengen we alle

onderzoeksstromingen bij elkaar.

Koppel daar de faciliteiten van FC

Groningen aan, waardoor we hier om

de hoek praktisch aan de slag kun-

nen. Binnen de universiteiten zitten

mensen structureel op posities waarin

ze zich bezig kunnen houden met

sportonderzoek, wat zorgt voor struc-

tuur in kennisontwikkeling. Juist die

structuur en ervaring komt ons weer

van pas bij het aanvragen van sub-

sidies voor onderzoeken, want dat is

echt een vak apart. De concurrentie

is, zowel in binnen- als buitenland,

erg groot. Gelukkig weten we steeds

beter in te schatten welke aanvragen

kans van slagen hebben en werken we

tegenwoordig vanuit een sterk con-

sortium.’

Wat loopt er momenteel?
Binnen de onderzoeken die plaatsvin-

den, is een kritische blik heel belang-

rijk. Want vernieuwen is mooi, maar

wat is de meerwaarde voor de prak-

tijk? Het SSIG en voetbalclubs krijgen

vrijwel dagelijks een aanvraag van

een bedrijf dat iets ‘vernieuwends’ op

de markt wil brengen. In dit tweede

deel van het artikel geven Lemmink,

Brink en Frencken ons een inzichtje

in een aantal lopende onderzoeken

die samen met de voetbalclubs zijn

ontstaan.

1 Anders kijken naar talent
Talentherkenning is een onderwerp

dat ook in dit vakblad met enige

regelmaat de revue passeert. Maar

‘de heilige graal’? Voor zover het al

bestaat op dat gebied, is die nog niet

gevonden. Wat is een talent? En op

basis waarvan selecteer je talenten? In

hoeverre speelt subjectiviteit een rol

en hoe optimaliseren we objectiviteit?

Vanuit het SSIG is Tom Bergkamp mo-

menteel bezig met een nieuw onder-

zoek naar talentherkenning. Wouter

Frencken legt de stand van zaken uit.

Voorspellen
Wouter Frencken:
‘We weten alle-
maal dat hoe jonger een speler is, des

te moeilijker te voorspellen valt hoe

zijn talent zich op latere leeftijd gaat

ontwikkelen. Het selecteren van ta-

lent, op basis waarvan gebeurt dat? Er

komt, hoe je het ook wendt of keert,

toch een stuk subjectiviteit bij kijken,

een soort onderbuikgevoel van een

scout of een trainer-coach. Of hij een

speler al dan niet goed vindt, baseert

hij ook deels op eigen ervaringen,

op hetgeen hij zélf belangrijk vindt.

Bijvoorbeeld: verdedigers zijn minder

wendbaar. Kleine, tengere spelers

verliezen veel duels. Maar in hoeverre

is dat waar? Het is dus de vraag of de

informatie die gebruikt wordt om tot

een oordeel te komen ook daadwerke-

lijk relevant is voor de inschatting van

het prestatieniveau in de toekomst.

Daarom zijn we op zoek gegaan naar

manieren om die vooroordelen weg

te nemen, en om systematischer

tot een beslissing te komen. Minder

subjectiviteit, meer objectiviteit. De

selectiepsychologie geeft daar aan-

knopingspunten voor, namelijk taken

beoordelen die zoveel mogelijk lijken

op 11:11, en systematisch tot beslis-

singen komen.’

Bij het onderzoek van Bergkamp zijn

onder andere de Faculteit Gedrags- en

Maatschappijwetenschappen en de

KNVB betrokken. Gedurende een heel

seizoen wordt er met een groep spe-

lers 7:7 gespeeld, in steeds wisselende

samenstellingen en volgens de offici-

ele regels. Die spelvorm is de kleinste

variant die nog goed lijkt op 11:11. Dus

elke maand weer hetzelfde spel 7:7,

waarbij spelers per partijtje van team

wisselen en waarbij allerlei verschil-

lende soorten informatie bijgehouden

wordt, zoals de acties op het veld,

de stand en individuele bijdrage aan

teamresultaat.

Ranking
Wouter Frencken:
‘Na een seizoen,
en na ‘tig’ keer hetzelfde partijtje 7:7

te hebben gespeeld, moet dit ertoe

leiden dat alle spelers maandelijks in

dezelfde omstandigheden op hetzelf-

de moment systematisch beoordeeld

worden. De criteria waarop spelers

worden beoordeeld bepaal je als club

natuurlijk zelf. Dus aan de voorkant

bespreek en beschrijf je met elkaar

waar je op gaat letten, op het einde

van het seizoen worden alle objec-

tieve beoordelingen bij elkaar opgeteld

en daar komt een ranking uit. Als

het goed is, komen de spelers die het

meest bijdragen aan winnen of het

creëren van kansen bovenaan de lijst.

In het ideale geval komt dat overeen

met de inschatting van coaches welke

spelers zouden moeten doorstromen.

We gaan natuurlijk ook bekijken of

die ranking in seizoen 1, zelfs nog

voorspellend zou kunnen zijn voor

prestaties in seizoen 2 en verder.’

Systematisch beoordelen
Wouter Frencken:
‘Door de voort-
durend wisselende samenstellingen

beperk je de situatie dat iemand al

dan niet toevallig tegen een sterke

directe tegenstander speelt en dus

niet opvalt. Of dat hij toevallig in een

goed team speelt en daardoor juist

veel meer voordeel heeft. Deze manier

van puur systematisch beoordelen

klinkt logisch, toch gebeurt dit in veel

gevallen niet. We hebben dit nu, aan

de hand van een simpel scoreformu-

lier, bij FC Groningen een seizoen lang

van de voetbalschool tot en met de

bovenkant van de opleiding gedaan.

33-34-35-36_ssig.indd 35 16-10-19 14:19