De Voetbaltrainer 245

Pagina 37 van: De Voetbaltrainer 245

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 37 Innovatie in blessurepreventie Maar liefst één op de vijf spelers krijgt er ooit mee te maken: de hamstringblessure. Uit onderzoek van het UMC in Utrecht blijkt bovendien dat de k...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 37

Innovatie in
blessurepreventie
Maar liefst één op de vijf spelers krijgt er ooit mee te maken:

de hamstringblessure. Uit onderzoek van het UMC in Utrecht

blijkt bovendien dat de kwetsuur bij een derde van de voet-

ballers terugkomt. Het bekendste voorbeeld is Arjen Robben,

die meerdere malen geveld werd door een blessure aan de

hamstring. De hamstringblessure is een doorn in het oog van

de KNVB, dat het euvel veel ziet terugkomen bij Jong Oranje

en het Nederlands Elftal. Dus ging men op zoek naar preven-

tieve mogelijkheden. De uitkomst is hard op weg om zijn in-

trede te doen in de voetbalwereld: de sensorbroek.

Tekst: Job T’Jonck

S P E C I A L
A N D E R S D E N K E N , A N D E R S D O E N

Hoe de sensorbroek de hamstringblessure moet gaan voorkomen

Landelijke blessurepre-
ventie
In april 2018 startte het Project Sen-

sorbroek als onderdeel van een groot

blessurepreventieproject, het Citius

Altius Sanius (CAS) project, waar di-

verse hogescholen en universiteiten in

het land aan meewerken. Naast sen-

sorverwerking, sensortechnologie en

dataverwerking zijn er zes toegepaste

projecten. Een van die deelprojecten

legt de focus op hamstringblessures

in de voetbal- en hockeywereld. Dit

is ontstaan door een idee van Edwin

Goedhart, bondsarts bij de KNVB. De

medische staf kan ondanks verschil-

lende camera- en meetsystemen niet

zien of spelers tegen overbelasting

aan zitten. Er moet dus een tool ko-

men die de belasting van bovenbeen,

knie en heup kan monitoren tijdens

trainingen en wedstrijden. Daarmee

moeten blessures, in het bijzonder de

hamstringblessure, uiteindelijk voor-

komen kunnen worden.

Werking sensorbroek
Professor Kaspar

Jansen van de TU

Delft is een van

de onderzoekers

die bijdragen

aan dit project,

net als de hoog-

leraren Geert

Savelsbergh van

de VU Amsterdam en Koen Lemmink

van de Rijksuniversiteit Groningen.

In Delft wordt vooral gekeken naar

de integratie van de sensoren, in Am-

sterdam en Groningen wordt er naar

de bewegingswetenschapskant van

het verhaal gekeken. In gesprek met

De Voetbaltrainer geeft Kaspar Jansen

tekst en uitleg.

Kaspar Jansen: ‘We hebben een soort
slidingbroek met vijf bewegingssenso-

ren, versnellingsmeters, zo groot als

een euromunt. Die meten de bewe-

gingen, waarbij je per sensor in een

grafiekje ziet wat er gebeurt. Ze meten

ook de hoeken tussen de sensoren.

Daarmee kun je bijvoorbeeld de knie-

hoek berekenen. De grafiek geeft alle-

maal golfjes. Als je hardloopt zijn dat

regelmatige golven, bij een schot of

als je heel snel omdraait of zijwaarts

beweegt zie je dat terug in die golven.

Zo testen we nu in hoeverre de spie-

ren van een speler worden belast als

hij een sprintje trekt of een bal schiet.

Met de manier waarop we de data

verzamelen, kunnen we twee dingen.

Op het moment dat er een oefening of

partijtje gaande is, kun je op afstand

aan de globale data zien dat iemand

nu tachtig of negentig procent kans

op blessures heeft. Dan worden alle

lokale belastingen bij elkaar opgeteld

en wordt er één maat voor blessure-

risico op het scherm gepresenteerd.

Daarnaast kun je achteraf helemaal

precies inzoomen op de bewegingen.

Daar hebben we een spierskeletmodel

voor. De data van de sensoren worden

dan omgezet in een spierskeletmodel,

waarmee je heel precies kunt zien wat

de bewegingen zijn geweest tijdens

een sprintje of een sliding. Dat kun je

ook gebruiken voor het geval dat een

speler last krijgt van een blessure. Je

draait de film terug om te zien waar

het aan gelegen heeft. Dan kun je

terugkijken wat er gebeurt met het

37-38-39_broek.indd 37 16-10-19 14:20