De Voetbaltrainer 245

Pagina 43 van: De Voetbaltrainer 245

om zoveel mogelijk talent te ‘unlocken’. Kinderen moeten dus de kans krijgen om te ontwikkelen door goede trai- ning. Dat unlocken noemen we scou- ting by provision. Dit is het aanbieden van een omgeving waarin talent zich kan...

om zoveel mogelijk talent te ‘unlocken’.

Kinderen moeten dus de kans krijgen

om te ontwikkelen door goede trai-

ning. Dat unlocken noemen we scou-

ting by provision. Dit is het aanbieden

van een omgeving waarin talent zich

kan ontplooien. Wanneer mensen

willen weten hoe we dat doen, zijn ze

altijd welkom om te komen kijken!’

De manier van kijken naar spelers ver-

andert wel naarmate de spelers ouder

worden.

‘Uiteraard is het op oudere leeftijd,

in de Onder 19, wel veel belangrijker

hoe goed de voetbalkwaliteiten zijn.

Je hebt namelijk niet veel tijd meer.

Toch hebben wij de ervaring dat wan-

neer een speler de vaardigheden heeft

om dankzij goede training zich te

ontwikkelen, hij toch nog een aardig

niveau kan halen.’

Voor Riemersma is deze manier van beleid

iets waar hij het graag vaker over zou

willen hebben met mensen in de voetbal-

wereld.

‘Het is een discussie waar het veel

meer over zou moeten gaan tussen de

KNVB en de BVO’s. Hoe kunnen we

met alle kennis en know how zoveel

mogelijk talent unlocken in Nederland

en niet alleen de spelers bedienen die

op vroege leeftijd al opvallen. Natuur-

lijk zijn er jeugdspelers die op die ma-

nier de top halen. Maar het merendeel

stroomt uit en zo krijgen alle niet-

geselecteerde kinderen niet de kans

om zich te ontwikkelen. Het probleem

is dat de beste spelers van nu niet de

beste van later hoeven te zijn. De bes-

te in mijn ogen zijn de jongens met de

meeste potentie om profvoetballer te

worden. Dat is wat anders dan dege-

nen die nu de beste zijn.’

Hoe ziet Riemersma dit in de praktijk voor

zich?

‘In plaats van rangschikken en prijzen

voor de beste opleiding gaat het mij

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 5 2 0 1 9 43

meer om het besef dat we met zijn

allen verantwoordelijk zijn voor het

voetbal in Nederland. Er moet een

gezamenlijk doel komen zodat alle op-

leidingen meer gaan samenwerken, in

plaats van spelers bij elkaar weghalen

en strijden om de beste opleiding. De

verschillen in begroting zijn ook veel

te groot om opleidingen te vergelijken.

Maak bijvoorbeeld iedereen verant-

woordelijk voor zijn eigen gebied en

begin met de kinderen die betrokken

en gemotiveerd zijn.’

Ontwikkelklimaat
Om de ontwikkeling van spelers optimaal

te laten renderen wil Riemersma bij Wil-

lem II een ontwikkelklimaat creëren.

‘Het klimaat waarin wij onze spelers

willen ontwikkelen is voor ons belang-

rijk. Ik denk dat een opleiding goed

moet bedenken naar welke spelers je

op zoek gaat en in welke omgeving

ze hun kernkwaliteiten tot wasdom

kunnen laten komen. De speelwijze

en de manier van trainen is hierin dus

erg belangrijk. Wanneer je kiest voor

fysiek voetbal en speelt op de tweede

bal zul je niet alleen de scouting maar

ook de trainingen die worden aange-

boden hierop moeten aanpassen. Die

kwaliteiten moeten naar voren komen

en worden doorontwikkeld. Wanneer

je een fysiek type speler meer positie-

spel laat spelen komt dat niet goed tot

uiting. De kwaliteiten van de speler

waarop je gescout hebt, moeten goed

passen bij het spelidee van de club.

In onze scoutingactiviteiten zoeken

wij dus naar spelers die al iets hebben

van wat wij zoeken. En in onze trai-

ningen kiezen we voor oefenvormen

die erop gericht zijn die specifieke

vaardigheden te ontwikkelen. Die

specifieke kwaliteiten van een jeugd-

speler worden denk ik vooral in de be-

ginjaren ontwikkeld. Vooral in het vrij

spelen zal de speler gaan ervaren wat

hij leuk vindt en wat hij ook steeds

beter kan. Het is dus belangrijk dat

jonge voetballers die ruimte krijgen in

hun jonge jaren.’

Willem II tracht voornamelijk impliciet

specifieke vaardigheden in oefenvormen te

ontwikkelen.

‘Een speler moet in spelsituaties ko-

men waarin hij een vaardigheid kan

trainen. We trainen daarbij gedragin-

gen. Dit wordt onderverdeeld in indi-

viduele, gezamenlijke en teamprinci-

pes. Een trainer ziet in een wedstrijd

wat niet zo goed gaat en die gedra-

gingen wil hij terugzien in zijn oefe-

ningen. De oefening is gericht op één

ding, anders coach je heel veel, maar

eigenlijk niets. Bijvoorbeeld wanneer

er wordt getraind op het principe dat

je de eerste lijn van druk wilt pas-

seren. Dat is een principe dat je met

het team kunt doen. Een manier om

dat voor elkaar te krijgen zou de derde

man kunnen zijn of het openmaken

van passlijnen. De individuele princi-

pes zijn dan bijvoorbeeld de houding

van de ontvanger, dat hij openstaat

en de lijn openmaakt. Tijdens de

vorm kan het zijn dat er bijna geen

coachmomenten zijn. Zo kunnen ze

bijvoorbeeld punten halen door achter

de lijn van druk te spelen. Dat gaat

vaak vijf of tien minuten niet goed,

maar je ziet dat spelers het daarna op-

pikken omdat ze snappen hoe ze een

punt kunnen maken. Dat gaat heel

erg over het beïnvloeden van voetbal-

gedrag, in plaats van geïsoleerd be-

paalde aanvalspatronen of technieken

aanleren. Dat geeft ons richting om

spelers te ontwikkelen.’

Belang van winnen en
opleiden
In het jeugdvoetbal ontstaat er vaak frictie

tussen winnen en opleiden. Want als de

nadruk op winnen ligt, kun je dan nog wel

opleiden? Moeten winnen zorgt voor keu-

zes, ook als jeugdtrainer, wat ten koste

kan gaan van het opleiden van spelers.

Want opleiden heeft ook met zaken als

vertrouwen te maken, en de vraag is of

dat niet onderdrukt wordt door de druk

van het ‘moeten winnen’. Riemersma legt

uit hoe ze daar bij Willem II naar kijken.

‘Laat duidelijk zijn dat wij, ondanks

dat we het vooral over ontwikkelen

hebben, niet tegen winnen zijn. Er is

‘Onze missie is om zoveel mogelijk
talent te ‘unlocken’’

S P E C I A L
A N D E R S D E N K E N , A N D E R S D O E N

40-41-42-43-44-45_riemersma.indd 43 16-10-19 14:20