De Voetbaltrainer 245

Pagina 54 van: De Voetbaltrainer 245

www.devoetbal trainer.nl VERTEGENWOORDIGEND VOETBAL www.devoetbal trainer.nl54 Waar liggen de valkuilen? Veel door- vragen dus.’ Impliciet leren Pieter Schrassert Bert: ‘De manier waarop we te werk gaan tijdens trai- ningen, is e...

www.devoetbal trainer.nl

VERTEGENWOORDIGEND VOETBAL

www.devoetbal trainer.nl54

Waar liggen de valkuilen? Veel door-

vragen dus.’

Impliciet leren
Pieter Schrassert Bert:
‘De manier
waarop we te werk gaan tijdens trai-

ningen, is een voorbeeld van die logi-

sche opbouw die ik eerder beschreef.

In trainingen zelf willen we niet alleen

met tactiek bezig zijn. Juist door in

kleinere situaties te trainen met een

hoge intensiteit, en daarmee soms ook

wel chaos, proberen we spelers door

bijzondere spelregels toe te voegen

onbewust met zaken in aanraking la-

ten komen. Dit impliciete leren vinden

we belangrijk. Een situatie op de trai-

ning wordt als het ware zó gecreëerd,

dat bepaalde handelingen vanzelf ont-

staan. Spelers vertonen voetbalgedrag

dat we uiteindelijk terug willen zien in

wedstrijden.’

Blokken
Pieter Schrassert Bert:
‘Zoals al aan-
gegeven werken we ook binnen trai-

ningen volgens een logische opbouw.

(zie ook de vier trainingsvormen, red.).

Naarmate een vorm vordert, wordt

voor spelers steeds duidelijker wat de

bedoeling is. In het begin, het eerste

blok, oriënteren we ons vooral op wat

we zien: de regels, de ruimte, komt de

spelbedoeling en het trainingsaccent

duidelijk naar voren? In het vervolg,

ook wel blok 2 en 3 genaamd, gaan we

toe naar het beïnvloeden van spelers

in de praktische situatie. In deze fase

richten we ons grofweg gezegd op

twee zaken: het beïnvloeden van de

doelstelling, of het beïnvloeden van de

noodzakelijke randvoorwaarden: de

tegenpartij. In dit deel van de training

is het belangrijk om nogmaals heel

goed te kijken naar hoe het gaat: wat

gebeurt er nu exact? Zijn de vooraf

bedachte methodische stappen nood-

zakelijk? Kunnen we situatief spelers

beïnvloeden om de spelbedoeling nóg

verder naar voren te brengen? Kun-

nen we spelers nog meer uitdagen? In

het laatste blok speelt winst en verlies

nadrukkelijk een rol, er komt een stuk

spanning bij. In trainingen doe je dit

normaal gesproken altijd met een

grote partij, maar wat ons betreft kun

je dit principe dus in elke oefening die

je doet toepassen.’

Ontwikkeling
Pieter Schrassert Bert:
‘Het leuke
is dus dat je binnen elke vorm toe-

werkt naar een soort climax, waarin

er gewonnen kan worden en waar

wij als trainers kunnen beoordelen

in hoeverre we de spelers overtuigd

hebben met de oefening en door de

coaching. Bij het zoeken van diepte

bijvoorbeeld zodra spelers dat ook in

het laatste deel van de training op het

juiste moment blijven doen, zijn we

overtuigend geweest. Of, en ook dat is

leerzaam, laten ze zich leiden door de

druk, en spelen zonder goed te kijken

alles maar diep om snel te scoren?

We geloven erin dat als je dagelijks

zo met jongens werkt, dus dat je veel

met ze bespreekt wat je tijdens die

vormen ziet gebeuren, ze op termijn

beter leren handelen in cruciale fases

van een wedstrijd. Ze leren de verta-

ling maken van het trainingsveld naar

de wedstrijd.’

Bas Peijs
is sinds dit

seizoen als

teamarts ver-

bonden aan

de Onder 20.

Dezelfde func-

tie vervulde hij

vorig seizoen al bij de Onder

18. In het verleden werkte Peijs

onder andere bij Ajax en FC

Twente. Rondom wedstrijden

en trainingen let hij (meestal

samen met de fysiotherapeut)

op voeding en op het zoveel

mogelijk voorkomen van bles-

sures.

Voeding
Bas Peijs:
‘Op het gebied van
goede voeding zijn in Neder-

land de laatste jaren behoor-

lijke slagen gemaakt. In jeugd-

opleidingen van BVO’s worden

spelers bewust gemaakt van

wat goede voeding is, en wat

nodig is om een prestatie te

leveren. Spelers worden al

vroeg geprikkeld om serieus

om te gaan met wat ze eten

en drinken, zowel rondom

wedstrijden als trainingen.

We zien deze bewustwording

bij de Onder 20 terug, waarbij

er onderling trouwens nog

wel wat verschillen zijn. Dit

heeft overigens niet eens zo-

zeer te maken met de club

waar de speler vandaan komt;

sommige jongens zijn vanuit

zichzelf heel serieus, terwijl

een ander nog meer gestuurd

moet worden. Dit sturen doen

we zeker niet als een soort

schoolmeester, want wij zien

de spelers maar kort en de

eindverantwoordelijkheid ligt

bij de speler en bij de club

1

50-51-52-53-54-55-56-57-58-59_onder20.indd 54 16-10-19 14:22