De Voetbaltrainer 245

Pagina 8 van: De Voetbaltrainer 245

www.devoetbal trainer.nl8 Ik heb het ‘geluk’ dat ik geen trainer, wetenschapper of andere specialist ben, waardoor ik altijd heel goed luis- ter naar vakmensen. In mijn persoon- lijkheid zit dat ik altijd de essentie van iets w...

www.devoetbal trainer.nl8

Ik heb het ‘geluk’ dat ik geen trainer,

wetenschapper of andere specialist

ben, waardoor ik altijd heel goed luis-

ter naar vakmensen. In mijn persoon-

lijkheid zit dat ik altijd de essentie van

iets wil begrijpen. Waarom gebeuren

de dingen zoals ze gebeuren? Wat is

de ‘waarheid’ daarachter? En wat kun-

nen we ermee doen? Kennis proberen

we altijd op drie fronten te halen:

1. Data die de waarheid aantonen van
wat er is gebeurd. Of wat niet.

2. Wetenschap. Bijvoorbeeld als het
gaat om de ontwikkeling van het

brein. Wat weten we bijvoorbeeld over

het verschil in breinactiviteit van een

speler in de Champions League of de

Keuken Kampioen Divisie? Hoe leren

mensen? Welke invloed hebben hor-

monen? En welke gevolgen heeft dat

dan voor het opleiden van onze jeugd-

en seniorenspelers, in relatie met ons

einddoel in 2025?

3. Sparren met ervaren specialisten.
Daarom proberen we vaak te filoso-

feren over de ontwikkelingen in het

voetbal met ervaringsdeskundigen

als bijvoorbeeld Louis van Gaal en

Guus Hiddink. Maar ook met clubs

uit het buitenland. Afgelopen maand

heb ik bijvoorbeeld meegelopen bij

FC Barcelona en Real Madrid. Maar

we sparren ook veel met specialisten

uit andere sporten. We hebben een

heel goede relatie met de mensen van

wielerploeg Jumbo-Visma. Sportief

Directeur Merijn Zeeman en AZ kijken

al jarenlang bij elkaar in de praktijk.

En met Billy Beane, de Amerikaanse

honkballegende die sinds 2015 clubad-

viseur van AZ is. De hele wereld weet,

mede dankzij de film ‘Moneyball’, hoe

hij in het begin van deze eeuw op ba-

sis van data bij Oakland Athletics met

tweederangs spelers een topteam wist

te formeren. En wat te denken van al

die vakmensen die bij onszelf werken.

Iedereen heeft wel een specifieke

expertise of interesse die we kunnen

integreren wanneer dat iets bijdraagt.

Een gesprek met experts levert altijd

energie en nieuwe inzichten op.’

Trainers
Welke eisen stelt AZ op basis van die

visie, dat einddoel en het AZ-DNA aan

nieuwe jeugdtrainers?

‘Samen met Paul Brandenburg als

Hoofd Jeugdopleiding en Max Huiberts

als Directeur Voetbalzaken kijken we

op de eerste plaats naar de karakter-

eigenschappen van een potentiële

nieuwe medewerker:

1. Is hij nieuwsgierig?

2. Heeft hij aanpassingsvermogen?

3. Is hij ‘zelfeffectief’? (heeft hij ver-

trouwen in wat hij kan bijdragen en

weet hij vooral ook wat zijn beper-

kingen zijn?)

4. Is hij leergierig?

5. Is hij bevlogen, straalt hij passie

uit?

6. Heeft hij de overtuiging dat bij hem

nog dingen te ontwikkelen zijn?

Wat dat laatste betreft: belangrijker

dan hoe goed iemand al is, vinden we

hoeveel beter hij nog kan worden. Dat

geldt ook voor alle spelers die voor

AZ kiezen. In de beginperiode zijn we

direct duidelijk en veeleisend naar een

nieuwe trainer. We verwachten en

bewaken dat hij werkt binnen de visie

en het programma van de club. Daar-

over mag vanaf het eerste moment

geen misverstand bestaan. Binnen die

kaders heeft iedereen veel vrijheid

om op een eigen wijze zijn takenpak-

ket in te vullen. We willen geen een-

heidsworsten. Iedereen mag doen wat

hij wil, als het maar past binnen die

visie en het programma van de club.

Je vindt hier bijvoorbeeld geen biblio-

theek met opgelegde oefenstof. We

verwachten juist van onze trainers

dat ze daarmee zelf creatief aan de

slag gaan. Het AZ-Programma bestaat

uit een voetbalvisie die tot in detail

is uitgewerkt, een opleidingsvisie en

methodisch plan. Daarin staat niet

voorgeschreven wat de trainers elke

dag moeten doen, maar wat er aan

het einde van een traject bereikt moet

zijn. Hoe je dat doet, bepaal je als trai-

ner. Natuurlijk bespreken en observe-

ren we die aanpak en geven we elkaar

daar steeds feedback over om zo met

elkaar te groeien.

Binnenkort starten we ook weer met

de periodieke coachgesprekken van

de trainers. Zij moeten zich net als de

spelers blijven ontwikkelen, of ze nu

20 of 65 jaar zijn. Dat willen ze ook.

Ze zijn niet voor niets geselecteerd op

nieuwsgierigheid en zelfeffectiviteit.

Een trainer die uitstraalt: ‘Ik ben erva-

ren en weet het allemaal al’, past niet

binnen AZ. Binnen onze groep trainers

wil iedereen stappen maken als spe-

cialist.

We stimuleren dat trainers regelma-

tig naar een andere interessante club

gaan. Een voorwaarde is dat ze daar

niet alleen langs de lijn observeren

of naar een PowerPoint met de ideale

situatie kunnen kijken, maar ook echt

op het veld mogen staan. Die moge-

lijkheid bieden wij hier ook, al zijn we

streng in het selecteren welke clubs

wel of niet. Half september gold dat

bijvoorbeeld voor onze oud-verdediger

Kew Jaliens, die tegenwoordig een van

de trainers van Newcastle United Jets

in Australië is. Hij liep met vijf teams

mee en gaf als tegenprestatie aan elk

van die teams een masterclass verde-

digen. Daar hebben spelers én trainers

iets van geleerd.

Mijn taak is ook trainers te observeren

om hen, als dat nodig is, te helpen een

P R O F V O E T B A L

Innovatie op het veld
‘De grootste innovatie van AZ moet op het veld

plaatsvinden. Logische bijdragen in de voetbal-

praktijk. Daarin willen we echt het verschil maken.

Mijn taak zie ik er vooral in om moeilijke, com-

plexe zaken heel simpel en praktisch op het voet-

balveld te brengen. Natuurlijk staan we open voor

allerlei nieuwe technologische hulpmiddelen. Maar

we stellen ons wel altijd de vraag: levert die inno-

vatie ons punten op? Maakt het de spelers op het

veld beter? Oftewel: is het sap het persen waard?

Nieuwe technologie mag nooit een doel op zich

zijn. Het moet altijd een middel blijven om ons

doel te bereiken. Daar letten we scherp op.

Vaak is het ook een combinatie. Harde data onder-

steunen bijvoorbeeld de scout bij zijn werk. Maar

er zijn ook andere ‘soft skills’ nodig die een speler

in de toekomst succesvol maken. Past die succes-

volle spits ook binnen de speelwijze van AZ? Past

hij als mens binnen onze werk- en trainingscul-

tuur? Heeft hij specifieke karaktereigenschappen

die wij zoeken in mensen? Voor die inschatting

heb je geen laptop, maar het oog van de mees-

ter nodig. Daarin ga je weer op zoek naar andere

manieren om aan informatie te komen. Daarvoor

is een specifieke vraagstelling nodig. Als je bij-

voorbeeld vraagt: ‘We willen hem kopen, want we

vinden hem echt goed. Vind jij dat ook?’ Dan zul je

negen van de tien keer een bevestigend antwoord

krijgen. Is de vraag: ‘We twijfelen of hij voldoende

hard aan zijn zwakkere punten wil werken. Hoe

zie jij dat?’ Dan is de kans groter dat je informant

antwoordt met: ‘Dat zie ik toch anders, want…’

06-07-08-09-10-11-12-13-14-15-16-17_az.indd 8 16-10-19 14:04