De Voetbaltrainer 246

Pagina 25 van: De Voetbaltrainer 246

Of ik kan met die nieuwe speler de aanpak net iets veranderen, wat ons voordelen kan geven. In een enkel geval lopen we ondanks alle pogingen de dynamiek te veran- deren, vast. Het lukt niet. Het elftal zit op slot, onze fans begi...

Of ik kan met die nieuwe speler de

aanpak net iets veranderen, wat ons

voordelen kan geven.

In een enkel geval lopen we ondanks

alle pogingen de dynamiek te veran-

deren, vast. Het lukt niet. Het elftal

zit op slot, onze fans beginnen te

fluiten, die van de tegenstander gaan

zich steeds meer profileren, kortom:

we dreigen het niet te gaan redden.

In dat geval kan ik een speler bren-

gen die juist door zijn mentaliteit

iets teweeg kan brengen. Hij wakkert

het vuur aan in het elftal, door zijn

houding en zijn gedrag. Hij gaat in

discussie met de scheidsrechter, irri-

teert de tegenstander en bespeelt het

publiek. In zo’n geval gaat het hele-

maal niet meer om tactiek, maar juist

om het bespelen van de emoties van

alle betrokken, waarmee je dus de

dynamiek in de wedstrijd wilt probe-

ren in je voordeel te veranderen. Pas

als we dat voor elkaar hebben, het

stadion weer stil hebben gekregen of

juist onze eigen fans weer in posi-

tieve zin horen, kan ik opnieuw gaan

nadenken over het verbeteren van

de speelwijze. Want pas dan kunnen

de spelers het ook in hun hoofd weer

opbrengen om op tactisch vlak iets te

veranderen, hebben ze weer de juiste

spirit.

Een ander belangrijk element voor

mij als trainer is het moment van

wisselen. Het is me tijdens mijn nog

jonge trainerscarrière opgevallen dat

er vaak heel laat gewisseld wordt.

Sterker nog, sommige trainers lijken

alleen maar te wisselen om tijd te

rekken. Ik ga met het wisselbeleid

heel anders om en kan besluiten veel

vroeger tot een wissel over te gaan. Ik

zie een wissel dan ook primair zó, dat

ik een speler ínwissel, niet dat ik de

ander úitwissel. Het is dus zelden zo,

dat ik de wedstrijd analyseer en denk:

speler A moet ik eruit halen. Nee, het

is altijd: kan ik met speler B (die op de

bank zit) de wedstrijd in mijn richting

draaien? Wie kan ik erin brengen, wie

verandert de dynamiek van de wed-

strijd, wie kan het spelverloop laten

draaien?’

Moed en zelfbewustzijn
‘Bij mijn spelers probeer ik altijd te

creëren dat ze durf en lef uitstralen.

Daarvoor is mijn eigen houding als

trainer enorm belangrijk. Hoe kan

ik van mijn spelers moed verlangen,

wanneer zij merken dat ik in mijn

beslissingen geremd word door angst?

En ja, natuurlijk ben ik daardoor ook

weleens op mijn gezicht gegaan. Dat

maakt mij niet veel uit. Ook als ik met

TSG Hoffenheim de afgelopen jaren

naar Bayern München ging, was het

uitgangspunt: op welke manier kun-

nen we deze wedstrijd winnen? En we

hebben dus nooit geprobeerd er met

een kleine nederlaag te vertrekken,

zodat we konden zeggen dat we niet

waren afgegaan.

Zoals ik al zei ben ik van mening dat

de toeschouwers in het stadion een

enorm grote invloed uitoefenen op de

dynamiek binnen de wedstrijd. Daar-

om probeer ik als trainer altijd beslis-

singen te nemen die zorgen voor een

zo attractief mogelijke wedstrijd. Zo

willen we het publiek mee krijgen.

Dat kan ook in uitwedstrijden! Het

mooiste is natuurlijk wanneer je voor

de warming-up het veld betreedt en

je wordt op alle denkbare manieren

uitgescholden en uitgefloten, en na

een half uur wedstrijd heb je het sta-

dion stil gekregen. Dat de toeschou-

wers denken: we kunnen wel fluiten,

maar deze ploeg verdient het niet. Ze

zijn moedig en voetballen attractief.

Dit is voor mij een belangrijke richt-

lijn als ik de aanpak voor een wed-

strijd bepaal.’

Beslissen en reflecteren
‘De gemoedstoestand in een stadion

verandert bijna per minuut. Een ploeg

zet de druk en de aanvallende partij

schiet de bal over de zijlijn: de ene

helft van het publiek juicht, de an-

dere fluit. Enkele tellen later kan het

andersom zijn. Zo geldt het ook voor

spelers, elke beslissing die ze nemen

en elke actie die ze maken leidt tot

een bepaalde gemoedstoestand. Voor

de trainer is het zaak om daarvan los

te komen en doorlopend te reflecte-

ren. Wat wil ik dat er gebeurt, en wat

gebeurt werkelijk? Heeft mijn aanpak

succes? Ja, hoe kan ik het nog beter

maken? Nee, wat moet anders? Wie

kan me daarbij helpen? Zo doorloop

je een wedstrijd bijna van minuut tot

minuut. Het is echt onvoldoende als

een trainer voor de wedstrijd zegt: dit

is de opstelling, dit zijn de reserves,

we spelen op deze manier en jongens,

veel succes ermee! Het is een continu

proces van beslissen en reflecteren,

negentig minuten lang.

Ik ben een trainer die relatief veel ver-

andert en wisselt, zowel van speelwij-

ze als van formatie en opstelling. Te-

gen de spelers zeg ik: weet dit, en voer

zo goed mogelijk uit wat ik wil. Dit is

een van de beste vormen van steun

die je een speler kunt geven: hem ont-

lasten als het gaat om het nemen van

grote beslissingen op tactisch gebied.

Hij moet al keuzes genoeg maken in

een wedstrijd.

En ik vraag de spelers me te vertrou-

wen. Een trainer houdt zich doorgaans

meer met de speelwijze bezig dan de

spelers. Als een speler de opdrachten

zo goed mogelijk uitvoert, kan hij

altijd op mijn bescherming rekenen.

Ik zal als trainer altijd zeggen: het

was míjn idee om zo te spelen, en dat

heeft goed of juist heel slecht gewerkt.

Ik vraag van mijn spelers moed en

zelfbewustzijn, en het getuigt juist

van die aspecten wanneer ik als trai-

ner na afloop van een wedstrijd ook

durf te zeggen: mijn plan heeft niet

gewerkt vandaag.’

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 6 2 0 1 9 25

‘Mijn team en selectie laat ik
afhangen van de veronderstelde

kracht van de tegenstander’

22-23-24-25_nagelsmann.indd 25 04-12-19 09:16