De Voetbaltrainer 246

Pagina 35 van: De Voetbaltrainer 246

meeste spelers wier potentieel nog verder kan worden benut, zitten on- derin het sociogram. Van troep naar groep ‘Als we praten over de rol van in- vloed in je groep, is het belangrijk te beseffen dat het dus ook in positieve z...

meeste spelers wier potentieel nog

verder kan worden benut, zitten on-

derin het sociogram.

Van troep naar groep
‘Als we praten over de rol van in-

vloed in je groep, is het belangrijk te

beseffen dat het dus ook in positieve

zin voorkomt. Er zijn teams waarin

het gaat over gezamenlijkheid, over

het feit dat je met elkaar iets voor

elkaar wilt krijgen. Als je kijkt naar

groepsontwikkeling, heb je in het be-

gin een soort troep. In deze fase is de

ordening nog een groot vraagteken.

Al snel ontstaat er een groep, waarbij

duidelijk wordt wie veel en wie weinig

invloed heeft. Daarbij is het ook nog

eens zo, dat spelers onderin het soci-

ogram dat prima kunnen vinden, ze

hebben vrede met hun positie. ‘Ik heb

niet veel invloed, maar dat maakt me

niet uit. Laat iemand anders de keuze

maar maken en dan volg ik wel.’ Dit

zie je vooral in groepen waar de in-

formele leider een positieve invloed

heeft. Hij zorgt ervoor dat iedereen in

de groep het gevoel heeft erbij te ho-

ren, dat er voor ze wordt gezorgd.’

Leidersrol
‘Voor trainer-coaches is het lonend

om met de informele leider om tafel

te gaan. Eigenlijk, en dat is voor mij

een kenmerk van een goede coach,

durf je het leiderschap dan als het

ware wat te gaan delen. Zo kun je in

de winterstop aan spelanalyse doen:

terugkijkend naar het eerste deel

van de competitie, in welk deel van

het spel kunnen we nog winst boe-

ken? Wie laat in jouw ogen nog niet

zijn volledige potentieel zien? Welke

spelers kunnen voor ons de kans

vergroten om, bijvoorbeeld tegen een

specifieke tegenstander, een beter

resultaat te halen? Het is het meest

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 6 2 0 1 9 35

krachtig wanneer die informele leider

hetgeen besproken is meeneemt naar

de groep en op zijn beurt jongens

gaat beïnvloeden. Ik geloof erin dat

een speler op dat vlak een fantastisch

voorbeeld kan geven, hij is iemand die

positief groepsgedrag stimuleert. Maar

– en dat is een stap die je moet durven

maken – dan zul je de overtuiging dat

jij als formele leider altijd boven de

groep moet staan, los moeten laten.’

Groot en klein
‘In een ideale situatie gaat het princi-

pe van het elkaar positief beïnvloeden

verder dan de relatie tussen trainer-

coach en spelersgroep. Ook het be-

stuur van een club kan dat positieve

uitstralen. Zodra je uitstraalt dat je

een trainer steunt, dat je samenwer-

ken en zorgen voor elkaar belangrijk

vindt dan sijpelt dat door naar de

andere geledingen binnen de club, tot

en met de spelersgroep aan toe. Alles

wat er is in het groot, is er ook in het

klein.’

Veel beïnvloeding in groepen gebeurt

op non-verbale wijze. Het is een blik,

een gebaar, wat maakt dat gedrag las-

tig te vangen is, laat staat te beïnvloe-

den. Door een paar handige trucs en

interventies, bijvoorbeeld bij het hou-

den van (wedstrijd)besprekingen, kun

je een eventueel negatieve invloed

van de natuurlijke pikorde in de groep

op de kwaliteit van de bespreking be-

perken. Hierdoor wordt meer ruimte

gemaakt voor de ideeën van spelers

die minder makkelijk ruimte nemen.

Houding
‘Voor trainer-coaches kan het interes-

sant zijn na te denken welke rol non-

verbaal gedrag heeft in het team. Stel

je ervaart bij een wedstrijdbespreking

op het veld of in de kleedkamer dat

bepaalde spelers met veel invloed hun

blik afwenden, of een ongeïnteres-

seerde houding aannemen. Dat is van

invloed op hoe andere spelers zich

gaan gedragen. Je kunt, als je vindt

dat non-verbaal gedrag van bepaalde

spelers je uitleg in de weg staat, bij-

voorbeeld afspraken maken over de

plekken die je spelers innemen bij be-

sprekingen.’

M I N I – S P E C I A L
W I N T E R S T O P

‘Wat is de functie van het gedrag
dat je bij een speler ziet?’

‘Als je met de informele leider om
tafel gaat, durf je het leiderschap

te delen’
Suïcideloop in teamverband
Een simpel voorbeeld om groepsgedrag in po-

sitieve zin te stimuleren, kan al zitten in hoe je

de warming-up doet. Steeman legt uit: ‘Spelers

leggen bij een suïcideloop (buiten of binnen) een

parcours af waarbij het opwarmen van het lijf cen-

traal staat. De speler die het snelst loopt, wint: dat

staat eigenlijk vóórdat er gelopen wordt al vast.

Een competitie-element ontstaat vaak vanzelf en

op zich is daar niets mis mee. Interessanter wordt

het wanneer je je hele groep de opdracht geeft om

binnen maximaal anderhalve meter van elkaar te

blijven lopen. Dan moet de snelste letten op de

langzaamste, en ga je van individueel lopen naar

samen lopen. Lukt het spelers niet om binnen die

anderhalve meter van elkaar te blijven, dan blaas

je af en gaan ze nog een keer. Ze doen nog steeds

hetzelfde (het lijf opwarmen) maar de manier is

anders (letten op elkaar). Het stimuleert wederke-

righeid zonder het oorspronkelijke doel uit het oog

te verliezen. Zo wordt groepsdynamisch werken

een deel van het dagelijks handelen van een trai-

ner.’

32-33-34-35_groepsdynamica.indd 35 04-12-19 09:19