De Voetbaltrainer 246

Pagina 44 van: De Voetbaltrainer 246

F U T S A L Jan Vogels: ‘In 2014 is de jeugdopleiding van FC Eindhoven opnieuw adem ingeblazen. Op dat moment hebben we, door de goede contacten die er al lagen tussen de zaalvoetbaltak en het veldvoetbal, besloten om zaal en vel...

F U T S A L

Jan Vogels: ‘In 2014 is de jeugdopleiding van FC Eindhoven opnieuw adem ingeblazen. Op
dat moment hebben we, door de goede contacten die er al lagen tussen de zaalvoetbaltak

en het veldvoetbal, besloten om zaal en veld te integreren. Als BVO zijn we in Nederland

hierin uniek. Rondom dit besluit hebben we een sportwetenschapper mee laten kijken, die

mede onderzoek heeft gedaan naar de mate van blessuregevoeligheid binnen het zaalvoet-

bal. Daaruit bleek, en dat vermoedden we al vanuit een soort onderbuikgevoel, dat er geen

verschil zit in de mate van blessures die ontstaan door het zaalvoetbal en die ontstaan

door veldvoetbal. Het feit dat we zaal en veld als het ware samenvoegen, betekent voor ons

ook dat we niet specifiek gaan opleiden voor een van de twee. We leiden spelers hier op

om individueel zo goed mogelijk te worden. Dát is het doel en we denken dat het zaalvoet-

bal daar enorm bij helpt.’

Jan Vogels doorliep de
jeugdopleiding van PSV en
speelde vervolgens twaalf jaar op
het hoogste amateurniveau van
Nederland. Op zeventienjarige
leeftijd maakte hij bij FC
Eindhoven kennis met futsal,
en werd met die club als speler
een aantal maal landskampioen.
Vanwege blessures rolde
Vogels al vroeg het trainersvak
in. Tussen 2014 en 2016 was
hij Hoofd Opleiding bij FC
Eindhoven, rondde tegelijkertijd
de futsaltrainersopleiding af en is
inmiddels vier jaar hoofdtrainer
bij de zaalvoetbaltak die uitkomt
in de Eredivisie. Verder is hij
ook werkzaam als Technisch
Coördinator Zaal. Bij de
veldafdeling is Vogels assistent-
trainer bij Onder 19.

‘Binnen de jeugdopleiding werken we volgens vijf bouwstenen (technisch, tactisch, fysiek,

teambuilding en mentaal). Deze elementen komen in de zaal allemaal terug, maar dan op

een intensievere manier dan op het veld. Het sneller handelen in een kleine ruimte, het

snel omschakelen, het verantwoordelijk zijn voor je man. Als je op het veld je mannetje

laat lopen, is er nog een redelijke kans dat je teamgenoten dat voor je kunnen oplossen.

In de zaal echter kan één moment van verslapping gelijk fataal zijn. Even niet opletten, en

je krijgt een tegengoal. Doordat alle spelers in de jeugdopleiding minstens één keer in de

week in de zaal trainen en ook wedstrijden spelen, ervaren ze dat aan den lijve en worden

zich daar heel bewust van.’

Verslapping

Opleiden voor veld én zaal

‘In de zaal kan één moment van
verslapping gelijk fataal zijn’

www.devoetbal trainer.nl44

‘Ook aanvallend gezien worden spelers in de zaal op een intensievere manier bevraagd dan

op het veld. Je bent echt constant in beweging, waarbij variatie in spelsystemen boven-

dien voor veel dynamiek zorgt. We spelen 1:3:1, of kunnen ervoor kiezen om in een 1:4:0

te gaan spelen. Dit laatste is een systeem waarbij alle vier spelers in beweging zijn en er

doorlopend wordt gerouleerd. Door die vele loopacties proberen spelers ruimte te creëren.

Voor zichzelf om tot een kans te komen, of voor een ander. Spelers worden zich door deze

systemen meer bewust van het nut van loopacties, maar ook van het belang van het creë-

ren van ruimte. En net als regelmatig op het veld tijdens het aanvallen, zetten we ook in de

zaal een linkspoot op rechts en een rechtspoot op links: naar binnen komen en afdrukken.’

Ruimte creëren

44-45_eindhoven1.indd 44 04-12-19 09:21