De Voetbaltrainer 246

Pagina 46 van: De Voetbaltrainer 246

O n d e r 1 3 v e l d Mike van Dijk: ‘Ik ben zelf een groot fan van Pep Guardiola en heb veel wedstrijden gekeken van zijn teams en veel over hem gelezen. Door dat te doen kwam ik steeds meer te weten over zijn manier van trai...

O n d e r 1 3 v e l d

Mike van Dijk: ‘Ik ben zelf een groot fan van Pep Guardiola en heb veel wedstrijden gekeken
van zijn teams en veel over hem gelezen. Door dat te doen kwam ik steeds meer te weten

over zijn manier van trainen en spelen. Bij teams die hij traint, is het aantal passes per wed-

strijd al erg hoog, evenals het percentage goede passes. Ook bij FC Eindhoven vinden we het

belangrijk om veel aan de bal te zijn, om te zorgen dat de tegenstander achter ons aanloopt

in plaats van andersom. Maar als je dat wilt bereiken, als je dominant wilt zijn, dan zul je

spelers moeten hebben die baas zijn over de bal, die zich comfortabel voelen aan de bal. Een

van de manieren waarop we dit voor elkaar proberen te krijgen, is door veelvuldig in rondo’s

te trainen. Als je dit serieus aanpakt en als trainer-coach goed inricht, dan is het leerrende-

ment voor spelers enorm hoog. Een rondo wordt dan beduidend meer dan een beetje aan-

klooien, zoals je nu nog weleens tijdens de warming-up ziet.’

Mike van Dijk is afgestudeerd
Sportkundige aan de Fontys
Sporthogeschool in Eindhoven.
Hij werkt sinds het seizoen
2016/2017 bij FC Eindhoven.
Drie jaar geleden begon hij als
stagiaire sportpsychologie van de
jeugdacademie, en assisteerde
vervolgens bij zowel de Onder
13 als het beloftenteam.
Afgelopen seizoen was Van Dijk
hoofdtrainer van de Onder 12, het
team waarmee hij na de zomer
de stap naar de Onder 13 maakte.
Naast zijn werkzaamheden
bij FC Eindhoven werkt Van
Dijk sinds dit seizoen als jeugd
talentcoach bij de KNVB, waar
hij het regionale Onder 12 en 14
team begeleidt. Tevens is hij dit
seizoen begonnen met een eigen
techniek/voetbalschool.

Prikkelen

Comfortabel Lef

Automatismen

‘Het interessante aan het filmen op

de training is, dat je bijvoorbeeld bij

een rondo kunt laten zien dat jongens

‘niet klaar staan’. Ze staan te veel op

hun hakken, dus niet open genoeg. Of

je ziet dat jongens voorspelbare, soms

verkeerde keuzes maken. Ze krijgen de

bal van iemand die rechts van ze staat,

en hebben vóórdat ze de bal ontvangen

al besloten om naar links te spelen.

Terwijl, zo kan achteraf op beeld blij-

ken, dat helemaal niet de beste keuze

is. Het aantal keer raken, ook daar kun

je op beeld veel van zeggen. Eén keer

raken zorgt voor meer tempo, echter

kun je ook te snel willen spelen. Het

durven wachten met afspelen, waar-

door je een verdediger naar je toe trekt,

heeft te maken met lef. Als je een

verdediger kunt dwingen tot uitstap-

pen, zal die andere verdediger ook een

keuze moeten maken. En doordat ze

keuzes maken, ontstaat er ruimte aan

de andere kant.’

‘Vanuit de rondo kun je vrij eenvoudig

een link leggen met spelprincipes die je

hanteert. Denk aan een 4:1, waarbij je

het geven van de diagonale bal stimu-

leert. Diepte gaat voor breedte, ook dat

komt in een rondo terug. Naast alleen

aanvallende principes, kun je net zo

goed verdedigend gezien accenten leg-

gen. Stel je speelt 5:2, waarbij het twee-

tal na balverovering kan scoren in een

doeltje. Je kunt ook de twee verdedigers

in lijn van je spelprincipes beïnvloeden:

bijvoorbeeld door ze mee te geven de

binnenkant af te dekken. Al dit beïn-

vloeden gebeurt pas echt als je veel

herhaalt, want door herhaling ontstaan

automatismen. Om die automatismen

te kweken is de rondo, een in mijn

ogen onderschatte vorm, bij uitstek een

geschikt middel.’

www.devoetbal trainer.nl46

‘In de rondo’s die we spelen stimuleren we het zoeken naar diepte,

door onderscheid te maken in eerstelijns-, tweedelijns- en derdelijns-

passes. Een eerstelijnspass passeert de verdediger niet, het is een tikje

opzij. Een tweedelijnspass heeft bijvoorbeeld als doel om een tegen-

stander te lokken, om vervolgens de verdedigende lijn van de tegen-

stander te passeren. Een derdelijnspass betekent dat de verdedigende

lijn doorbroken is, dus dat de pass tussen tegenstanders door gaat, het

spel echt verplaatst wordt en tegenstanders worden uitgeschakeld. Het

geven van een derdelijnspass kun je vergelijken met een pass tussen

linies. Door zo’n laatste pass in een ronde extra te waarderen, merken

we dat spelers daar echt naar op zoek gaan. En doordat ze dat op de

trainingen doen, zien we dat ook in wedstrijden terug.’

In De Voetbaltrainer 243 vertelde Mike van Dijk al eens over de manier

waarop hij tijdens een training filmbeelden van Manchester City inzet

om spelers beter te maken. Inmiddels filmt Van Dijk ook zijn eigen

rondo’s en kan daardoor vrijwel direct feedback geven.

Onderscheid

‘Vanaf de buitenkant lijkt het ogenschijnlijk simpel: één of twee mannetjes in het mid-

den en bijvoorbeeld vier, zes of acht eromheen. Maar als je het goed bekijkt, is een rondo

heel dynamisch, er wordt veel van spelers gevraagd. Zet het bijvoorbeeld eens af tegen een

pass- en trapvorm, waarbij een speler vaak maar één of twee keuzes krijgt om af te spelen.

Spelers hoeven bij wijze van spreken amper na te denken. Bij een rondo ligt dat anders,

want de ruimtes zijn klein, er is constant druk en er moet snel worden gehandeld. Dus in

gedachten steeds schakelen is een vereiste om het goed te doen. Speel ik snel af? Of lok ik

de verdediger eerst iets naar me toe zodat er vervolgens ruimte ontstaat. Het spelen met

verschillende veldgroottes en balformaten zorgt er bovendien voor dat we spelers telkens

proberen uit te dagen en te prikkelen.’

46-47_eindhoven2.indd 46 04-12-19 09:22