De Voetbaltrainer 246

Pagina 56 van: De Voetbaltrainer 246

www.devoetbal trainer.nlwww.devoetbal trainer.nl56 Leercoach Gerard Marsman In het UEFA Pro-traject is er een aantal bezoekmomenten van zowel de docent als de leercoach. Gerard Marsman is de leercoach van Willem Weijs en kwam in ...

www.devoetbal trainer.nlwww.devoetbal trainer.nl56

Leercoach
Gerard Marsman
In het UEFA Pro-traject is er een aantal

bezoekmomenten van zowel de docent

als de leercoach. Gerard Marsman is de

leercoach van Willem Weijs en kwam

in die hoedanigheid op bezoek bij NAC

Breda voor het bijwonen van een trai-

ning. Niet om te beoordelen, maar om te

spiegelen.

Gerard Marsman: ‘De leercoach on-
dersteunt en daagt uit. Hij helpt de

deelnemer ideeën te ordenen, na te

denken en onafhankelijk tot beslis-

singen te komen. De leercoach deelt

zijn ervaringen en lessen, maar ver-

telt niet hoe dingen gedaan zouden

moeten worden. Ook duwt hij niet in

een bepaalde richting. De leercoach

laat zich leiden door de wensen en

behoeftes van de deelnemer en is

zeker niet degene die de (leer-) weg

bepaalt.’

Open blik
Gerard Marsman:
‘Het woord is aan
jou. We zijn onbevangen begonnen

zonder informatie op voorhand, dus

waar wil je het over hebben?’

Willem Weijs: ‘Vorig seizoen heb ik
bij de Onder 19 een aantal trainers

van buitenaf uitgenodigd om gewoon

eens te komen kijken bij een trai-

ning. Om te observeren en te ervaren

wat iemand dan ziet. Wat zie je in

gedrag bij spelers, in interactie en

in de keuze voor oefenstof? Ik ben

benieuwd wat dan opvalt. Ik geloof

namelijk heel erg dat ik meteen met

verbeterpunten aan de slag zou gaan

als ze voor mij duidelijk zijn. Het is

echter vaak dat je dingen niet he-

lemaal meekrijgt als je er zelf mid-

denin staat. Je hebt op dat moment

immers een andere focus en ziet niet

altijd het grote geheel. Dus geloof ik

dat je andere dingen gaat zien als

mensen van buitenaf komen kijken

zonder alles te weten. En iemand

van buitenaf zorgt weer voor een

frisse blik in vergelijking tot mensen

die dagelijks om je heen bewegen.

Zo hoop je dus ook dat zo iemand

voor scherpe en nieuwe inzichten

zorgt.’

Speelwijze vs. speelplan
Gerard Marsman:
‘Ik vond de trai-
ningsvormen die je gekozen hebt

leuke vormen waar veel beleving in

zit. Hierbij geldt natuurlijk: hoe klei-

ner de vormen hoe makkelijker dat

wordt opgepakt. Op het moment dat

de vormen groter worden, zie je dat

een aantal spelers moeite heeft om

in dezelfde beleving te blijven. Had

je hierbij de bedoeling om de vormen

op elkaar aan te laten sluiten?’

Willem Weijs: ‘Nee, dat was niet de
belangrijkste doelstelling. De trai-

ning van vandaag was voor mij geen

speelplanontwikkeling. In mijn ogen

speelt de komende tegenstander

aan het begin van de week namelijk

een minder dominante rol. Aan het

einde van de week moet het vizier

op de wedstrijd, want in betaald

voetbal gaat het om het winnen

van wedstrijden. Als je op zaterdag

speelt, werk je vrijdag en donderdag

dus echt naar de wedstrijd toe. Op

woensdag en dinsdag kun je er dan

al rekening mee houden in bepaalde

doelen die je stelt. Maar ik vind wel

dat je in het begin van de week in

de breedste zin van het woord bezig

moet zijn met speelwijze ontwikke-

len. Bij mij is dat het toepassen van

spelprincipes en alle hulpmiddelen

die je daarvoor kunt inzetten. Ik

maak daarbij wel echt onderscheid

OPLEIDINGEN

tussen speelwijze- en speelplanont-

wikkeling. Het speelplan gaat voor

mij richting de volgende tegenstan-

der, terwijl de speelwijze onafhanke-

lijker is van de eerstvolgende wed-

strijd die je speelt. Bij speelplanont-

wikkeling werk ik vanuit bepaalde

spelprincipes die dan extra aandacht

krijgen. Het verschil met speelwijze-

ontwikkeling zit hem dan in de

aandacht en verdieping. Dus bij

speelplanontwikkeling zijn bepaalde

of een enkel spelprincipe(s) domi-

nant, afhankelijk van de komende

wedstrijd. Terwijl bij speelwijze-

ontwikkeling er juist meerdere spel-

principes tegelijk getraind kunnen

worden, juist omdat ik geloof dat het

huidige voetbal zeer dynamisch is

en er dus continu tussen principes

geswitcht kan worden. De ontwikke-

ling van je speelwijze is voor mij iets

waarbij alle keuzes die je als trainer-

coach maakt, in het teken staan van

je speelwijze. Dat kunnen spelregels

zijn die je hanteert of een bepaalde

puntentelling, maar ook de afstan-

den die een trainingsvorm heeft.

Maar bijvoorbeeld ook hoe je tacti-

sche en fysieke periodisering eruit

ziet. Als je hoog druk wilt zetten zul

je als trainer namelijk andere dingen

moeten aanbieden dan wanneer je

liever inzakt.’

Kracht van stopmomenten
De training bestond uit een warming-up

met de inspanningsfysioloog, korte duels

1:2 met vier mogelijkheden om te scoren,

een 3:3 vorm met twee ballen in het spel

en een partijvorm K+8:K+8.

Gerard Marsman: ‘De meeste vragen
had ik bij de laatste vorm. Ik heb

vooraf geen informatie gekregen dus

dan ga je kijken naar wat de bedoe-

ling is en wat ervan terechtkomt. Je

kiest bijvoorbeeld tijdens de vorm

bewust voor een gezamenlijke stop

in de rustmomenten waarbij je de

jongens bij elkaar haalt voor de coa-

ching. Ben je nu tevreden over de

vorm en kwam eruit wat je vooraf

had beoogd?’

Willem Weijs: ‘Nee, en dat zit hem

52-53-54-55-56-57-58-59-60-61_uefapro.indd 56 04-12-19 16:24