De Voetbaltrainer 247

Pagina 34 van: De Voetbaltrainer 247

spelers van elkaar weten waar ze zijn. Daar komt kijkgedrag om de hoek. Kijkgedrag ‘Het rustiger worden aan de bal, of het sneller kunnen handelen, komt voor een groot deel voort uit het kijkgedrag. In de zaal zijn spelers als he...

spelers van elkaar weten waar ze zijn.

Daar komt kijkgedrag om de hoek.

Kijkgedrag
‘Het rustiger worden aan de bal, of het

sneller kunnen handelen, komt voor

een groot deel voort uit het kijkgedrag.

In de zaal zijn spelers als het goed is

constant in beweging en constant om

zich heen aan het kijken. Wie loopt

waar? Waar is de ruimte en waar ont-

staat ruimte? Spelers komen zoals al

eerder gezegd ook vaker in dezelfde

situaties terecht, leren daardoor spel-

situaties herkennen. Neem tekening

4, waarin je de gele 4 kunt zien als

de linksback of als de linker midden-

velder. Onder druk moet die speler

beslissingen nemen en dat kan het

beste als hij zoveel mogelijk informa-

tie heeft verzameld. Waar is de tegen-

stander? Waar zijn mijn medespelers?

Als spelers zichzelf aanleren om van

tevoren te kijken, verschaffen ze zich-

zelf meer tijd om de juiste afweging

te maken. Dit kan in de zaal doorslag-

gevend zijn, maar dit geldt natuurlijk

ook op het veld.’

www.devoetbal trainer.nl34

De Jeugd VoetbalTrainer

In tekening 4 komt een tot zover on-

besproken typerend aspect uit het

zaalvoetbal terug, namelijk het ‘bin-

den’ van tegenstanders. Vogels vertelt

over het belang van dat ‘binden’ en

ook wat dat op het veld voor voorde-

len geeft.

Binden
‘Het ‘inspelen-doorbewegen’ dat we

ook van spelers op het veld graag wil-

len zien, krijgt in de zaal nadrukkelijk

vorm. Het moment waaróp je inspeelt

en doorbeweegt, bepaalt voor een

groot deel het succes. Zodra je de bal

hebt, probeer je een tegenstander iets

naar je toe te lokken. Voorwaarde is

dat je durft te wachten met inspelen

en dat kan alleen als je van tevoren

goed gekeken hebt én wanneer je

balbehandeling goed is. Wanneer

de tegenstander eenmaal voldoende

dichtbij is, zeg maar op een halve me-

ter afstand (tekening 5a), speel je af

en beweeg je snel door waarbij je na

een eentweetje door kunt voetballen.

Speel je te vroeg af, bijvoorbeeld wan-

neer de tegenstander nog op twee me-

ter afstand staat (tekening 5b), kan hij

eenvoudig meelopen of je opvangen,

want hij ziet je vertrekken. De denk-

fout die in zaalvoetbal af en toe ge-

maakt wordt, is dat je altijd maar snel

moet afspelen om het tempo hoog te

houden. Juist door te temporiseren, de

tegenstander te lokken, daarna snel

af te spelen en op tempo door te be-

wegen zorgt ervoor dat je binnen een

paar tellen bij het vijandelijke doel

bent. We noemen dit principe ‘binden’

en dat is heel goed trainbaar. Je hoeft

er geen aparte vormen voor te verzin-

nen, door er in je coaching op te letten

maak je spelers hier al van bewust.’

Een van de vormen waarin binden te-

rugkomt is een partijspel 3:3:3. Naast

binden is er ook aandacht voor het

onder de druk uitkomen, het op elkaar

afstemmen van loopacties en het aan-

Tekening 4: Aanvalsvorm vanaf eigen helft

Optie 1, zwarte lijnen

• keeper speelt de bal op 4

• 2 loopt in een boog richting 4

• 3 loopt in een boog de diepte in

• 4 speelt op 2 die kaatst (ballijnen 2 en 3)

• 4 speelt die op 3, die op doel schiet (ballijn 4)

Optie 2, groene lijnen

• als 4 de bal niet diep kan geven op 3, maakt hij een eentweetje

met 2

• speler 5 maakt in dat geval ruimte door naar rechts te bewegen

Tekening 5a: 2 bindt de tegenstander

Tekening 5b: 2 speelt té vroeg in

4

5a

5b

32-33-34-35-36-37_zaalvogels.indd 34 22-01-20 13:42