De Voetbaltrainer 247

Pagina 38 van: De Voetbaltrainer 247

Ik en de bal Jonge kinderen hebben een grote speldrang, ze doen de dingen om het plezier van het doen. Veel energie, een korte spanningsboog, vooral met zichzelf bezig: voor beginnende trainers is het dikwijls al een hele klus om een tr...

Ik en de bal
Jonge kinderen hebben een grote speldrang, ze doen de dingen om het plezier van het doen. Veel energie,

een korte spanningsboog, vooral met zichzelf bezig: voor beginnende trainers is het dikwijls al een hele klus

om een training in goede banen te leiden. Een belangrijk deel van dat goed begeleiden heeft te maken met

de organisatie die gekozen is. Des te minder er tijdens de training geschoven hoeft te worden met pylonen

en doeltjes, des te meer tijd en aandacht er voor de spelers overblijft.

Twaalf vormen in een vierkant

Organisatie
• het veld is 20 meter lang en 20 meter breed

• elke speler heeft een bal

• 8 pylonen

• 1 groot doel met keeper (bij stap 11 en 12)

Stap 1: Alle spelers hebben een bal en dribbelen (afwisselend met het linker- en
rechterbeen) door het vierkant. Op een teken van de trainer versnellen ze, drib-

belen om een van de acht pylonen heen terwijl ze de bal afwisselend met de bin-

nenkant en met de buitenkant van de voet kappen.

Stap 2: De spelers houden de bal onder zich, terwijl ze die met de binnenkant
van de voet van links naar rechts tikken en vice versa. Op een teken van de trai-

ner gaan ze met één voet op de bal staan, en slepen die onder zich door waar-

door ze een draai van 180 graden maken.

In dit beknopte artikel doen we aan

trainers een handreiking om in prak-

tisch dezelfde organisatie spelers

twaalf verschillende vormen te laten

doen. Door de snelle afwisseling en

opvolging, plus de mogelijkheid om

steeds terug te grijpen op reeds door-

lopen stappen, werken spelers aan

hun technische vaardigheden én blij-

ven ze geboeid bezig. Het ‘Ik en de bal’

staat daarbij centraal.’

Tekst: Gerjos Weelink

De Jeugd VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl38

Voordoen
Bij elk van deze oefeningen is het

belangrijk dat de trainer de te ma-

ken beweging eerst voordoet. Het

inslijpen van een nieuwe bewe-

ging, of van een voetbalhandeling,

ontstaat bij jonge kinderen pas

na een goed voorbeeld. Kinderen

hebben een groot uithoudingsver-

mogen, kunnen veel aan in een

relatief kort tijdsbestek. Door het

tempo hoog te houden, actief aan

te moedigen, complimenten te

geven en veel te herhalen blijven

spelers gemotiveerd.

38-39_ikenbal.indd 38 22-01-20 13:43