De Voetbaltrainer 247

Pagina 39 van: De Voetbaltrainer 247

De Jeugd VoetbalTrainer D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 7 2 0 2 0 39 Tips voor het werken met pupillen: • leg impliciet de nadruk op het ontwikkelen van technische vaardigheden en het verkrijgen van balgevoel (tweebenig)...

De Jeugd VoetbalTrainer

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 7 2 0 2 0 39

Tips voor het werken met pupillen:

• leg impliciet de nadruk op het ontwikkelen van

technische vaardigheden en het verkrijgen van

balgevoel (tweebenig); dribbelen, drijven, kappen,

passen et cetera

• leg bij coördinatieoefeningen de nadruk op alge-

mene lichaamsbeheersing, zoals lopen, springen,

wenden en keren

• wissel af en zorg er, in verband met de korte

spanningsboog, voor dat trainingsvormen elkaar

vlot opvolgen

• streef naar een zo maximaal mogelijk aantal

balcontacten (zoals in deze vormen: elke speler

een bal)

• neem de tijd om bewegingen uit te leggen en

voor te doen

• laat spelers vragen stellen en stel zelf vragen;

doordat de communicatie in twee richtingen

verloopt, ontstaat er een goed contact tussen de

trainer en de spelers

• deel complimenten uit en benoem wat een spe-

ler al goed kan of al goed doet

• geef ondanks het ‘Ik en de bal’ al aandacht aan

het groepsgevoel, en laat spelers weten wat er

goed en fout is in de omgang met teamgenoten

Van elke stap in dit artikel is een videofragment te

vinden in de TrainingsPlanner en Mediatheek van

De Voetbaltrainer.

Stap 3: De spelers laten de bal onder zich liggen, en tikken hem om beurten op
de bovenkant aan met de linker- en rechtervoet. Na dit een paar keer gedaan te

hebben voegt de trainer stap 2 eraan toe en wisselt deze in rap tempo af: op de

bal staan, de bal tussen beide voeten tikken.

Stap 4: Afwisselend met de rechter- en linkervoet halen spelers de bal terug on-
der zich en tikken de bal met dezelfde voet weer naar voren.

Stap 5: Hierna volgt een combinatie van stap 2, 3 en 4. De bal tussen je voeten
heen en weer tikken, op de bal tikken, de bal onder je door slepen, om een pylon

heen dribbelen en kappen met de binnenkant of buitenkant van de voet.

Stap 6: Spelers gooien de bal iets op, zetten afwisselend hun linker- en rechter-
knie ertegenaan en vangen de bal vervolgens opnieuw op.

Stap 7: Spelers starten met stap 6, maar nadat ze de bal met de knie hebben be-
roerd moeten ze eerst óók koppen voordat ze de bal weer mogen opvangen.

Stap 8: Spelers gooien, net als bij stap 7, de bal iets op maar schieten hem nu
met de voet wat verder de lucht in waarna ze de bal weer opvangen.

Stap 9: Spelers starten met stap 8, maar nadat ze de bal met de voet hebben ge-
raakt moeten ze eerst óók koppen alvorens ze de bal weer mogen opvangen.

Stap 10: De bal blijft stilliggen, waarbij spelers afwisselend van buiten naar bin-
nen en van binnen naar buiten hun linker- en rechterbeen over de bal heen

zwaaien.

In de beide vervolgstappen komt er een keeper bij:

Stap 11: In het vierkant maken spelers schaarbewegingen terwijl de bal stilligt.
Zodra de trainer een speler bij naam roept, dribbelt deze op hem af, maakt een

schaarbeweging en werkt af op het doel met keeper.

Stap 12: In het vierkant herhalen spelers stap 5 waarna de trainer een speler bij
naam roept. Die speler dribbelt op de trainer af, passeert hem en werkt af. In

plaats van stap 5 te herhalen, kunnen spelers ook zelf kiezen welke stap ze wil-

len herhalen.
MediatheekTrainingsPlanner

1

31

38-39_ikenbal.indd 39 22-01-20 13:43