De Voetbaltrainer 247

Pagina 41 van: De Voetbaltrainer 247

de tegenstander voor de wedstrijd een hand geven en ze een prettige wed- strijd wensen. Het initiëren en uitrollen van deze waarden is in eerste instantie een taak van het bestuur van de ver- eniging, maar trainers kunnen hier na- ...

de tegenstander voor de wedstrijd een

hand geven en ze een prettige wed-

strijd wensen. Het initiëren en uitrollen

van deze waarden is in eerste instantie

een taak van het bestuur van de ver-

eniging, maar trainers kunnen hier na-

tuurlijk altijd initiatief in nemen.’

Besef van zichzelf
De eerste (ik-)competentie is besef van

zichzelf. Wat houdt dit in?

‘Dit gaat om fysieke aspecten. Je krijgt

bijvoorbeeld spierspanning, je hart

klopt sneller, je ademhaling verandert

of je krijgt het warm. Je wordt door iets

getriggerd. De fysieke reacties noemen

we emoties. Op het moment dat je

erover gaat nadenken, noemen we dat

een gevoel. Je hebt woorden nodig om

uiting te geven aan de manier waarop

je je voelt, bijvoorbeeld met termen als

gefrustreerd, boos, verdrietig of blij.

Besef van jezelf gaat om het herken-

nen én benoemen van emoties en ge-

voel. Daarin kun je als trainer assiste-

ren door te benoemen wat je ziet. Het

helpt dan als het in het team gangbaar

is en wordt geaccepteerd dat spelers

hun emoties benoemen. En als trainer

moet je er rekening mee houden dat

iedere speler zich hierin op zijn eigen

tempo ontwikkelt. Dit kan bijvoorbeeld

langzamer gaan als gevolg van een

taalachterstand of ADHD.’

Hoe kun je er als trainer voor zorgen dat

spelers zich in deze competentie ontwik-

kelen?

‘Na een wedstrijd kun je over de tac-

tiek praten, maar ook een aantal situa-

ties aanhalen waarin spelers met emo-

ties te maken kregen. ‘Ik zag je handen

de lucht in gaan nadat je de bal niet

kreeg. Wat voelde jij op dat moment?’

Gedrag wordt altijd voorafgegaan door

een gevoel en een gedachte die je er-

gens over hebt. Door de juiste vragen

te stellen, maak je spelers daarvan

bewust.

Daarbij kan het tonen van beelden hel-

pen. Neem bijvoorbeeld de reactie van

Hakim Ziyech toen een jongen het veld

op kwam in Lille. Hij had gefrustreerd

kunnen raken, maar bleef heel vrien-

delijk en leek zelfs vereerd. Zo’n situ-

atie kun je met spelers bespreken. Hoe

reageert Ziyech hier? Hoe zou je zelf

reageren? En wat zou je waarschijnlijk

voelen? Kinderen hebben rolmodellen

nodig om van te leren.’

Zelfmanagement
De tweede (ik-)competentie is zelfmanage-

ment. Hoe zou u dit omschrijven?

‘Zelfmanagement betekent dat wan-

neer je een sterke emotie opmerkt,

zoals frustratie, woede of intense

vreugde, je daar op gepaste wijze mee

omgaat. Je hoort geen klap uit te delen

als je gefrustreerd bent of de tegen-

stander uit te jouwen als je gewonnen

hebt. Voorbeelden van het toepassen

van zelfmanagement zijn tot tien tel-

len, eerst nadenken voordat je iets

doet, diep ademhalen, weglopen van

de situatie en de verstandigste zijn.

Eerst heb je dus geleerd wat je voelt,

welke emoties en gevoelens je ervaart

en hoe je die benoemt. Daarbij leer je

welk gedrag vervolgens gepast is. Daar-

in moeten kinderen geholpen worden

door volwassenen. Dit gedrag moet

aangeleerd en besproken worden.’

Hoe leer je deze competentie aan?

‘Allereerst kun je vragen welke trig-

gers iemand bij zichzelf herkent.

Waar wordt iemand pissig van? Dat is

natuurlijk voor iedereen anders. Ver-

volgens kun je bespreken wat diegene

kan doen om kalm te blijven als een

trigger zich voordoet. Een bepaald ge-

voel, zoals frustratie, woede of verdriet,

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 7 2 0 2 0 41

??

Afbeelding 1: De vijf competenties die vallen onder sociaal-

emotioneel leren (SEL).

40-41-42-43_overveld.indd 41 22-01-20 13:44