De Voetbaltrainer 247

Pagina 42 van: De Voetbaltrainer 247

De Jeugd VoetbalTrainer www.devoetbal trainer.nl42 is niet slecht. Er bestaat alleen een belangrijk verschil tussen iets vinden en iets doen. Zelfmanagement gaat dus niet om het onderdrukken van je emoties, want die ontstaan on...

De Jeugd VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl42

is niet slecht. Er bestaat alleen een

belangrijk verschil tussen iets vinden

en iets doen. Zelfmanagement gaat

dus niet om het onderdrukken van je

emoties, want die ontstaan onbewust.

Daar kun je niet zoveel aan doen. Waar

je als trainer op stuurt, is de uiting

die spelers aan deze emoties geven. Je

hoeft je niet altijd te gedragen naar je

gevoelens.’

Besef van een ander
De derde competentie gaat niet over emo-

tionele, maar sociale vaardigheden: besef

van een ander. Wat houdt dit precies in?

‘Het gaat bijvoorbeeld om het lezen

van iemands lichaamstaal, zodat je

daar je gedrag op kunt afstemmen. Stel

dat je tijdens de training iemand on-

deruit hebt gehaald en de ander daar

boos op reageert. Dan helpt het als je

iemand kunt doorgronden, zodat je

beter kunt inschatten hoe je het best

kunt handelen. Moet je direct naar

hem toe gaan en je excuses aanbie-

den? Of juist even je mond houden en

hem laten afkoelen?

Bij deze competentie gaat het nog niet

om het gedrag dat je laat zien, maar

om het inschatten van de ander. Daar-

in is empathie erg belangrijk. In hoe-

verre ben jij in staat om in de schoe-

nen van een ander te gaan staan en je

te verplaatsen in zijn of haar situatie?

Als jou zoiets zou overkomen, wat zou

jij dan voelen? Wat zou jij denken? En

hoe zou jij reageren?

Zoiets kun je natuurlijk heel goed met

spelers bespreken. Stel dat een spe-

ler een eigen doelpunt maakt en zijn

medespelers boos op hem worden. Dit

kun je in de nabespreking gebruiken

om meer besef voor een ander te cre-

eren. Hoe zou jij je voelen als dit jou

was overkomen? Hoe zou je willen dat

anderen daarop zouden reageren? En

wat leer je hiervan voor de volgende

keer dat deze situatie zich voordoet?

Dat is in grote lijnen dé manier om al

deze sociaal-emotionele vaardighe-

den aan te leren: er gebeurt iets en je

maakt dit bespreekbaar met het team,

waarbij je de juiste vragen stelt. Heb je

beelden tot je beschikking, dan is dat

nog mooier. Spelers zien dan zelf wat

er gebeurt. Als een speler bijvoorbeeld

negatieve lichaamstaal laat zien, dan

kun je hiervan beelden laten zien. Is

dit nog niet gangbaar in het team, dan

kun je dit eventueel eerst in kleine

groepjes doen. Als spelers er meer aan

gewend zijn, doe je dit met het hele

team.

Het is dan wel belangrijk hoe je de

boodschap brengt. Je geeft eerst al-

leen een feitelijke beschrijving van

wat je ziet gebeuren. Heb je daar een

bepaalde interpretatie bij, dan is het al-

tijd wenselijk om dit te checken bij de

desbetreffende speler. ‘Klopt het dat je

je in deze situatie gefrustreerd voelt?’

Vervolgens kun je vragen hoe het komt

dat een speler zich zo voelt en op deze

manier reageert.’

Relaties kunnen hanteren
De vierde competentie heeft betrekking op

relaties kunnen hanteren. Wat houdt dit in

en hoe stimuleer je dit bij spelers?

‘Relaties kunnen hanteren gaat vooral

om sociale vaardigheden, zoals de te-

genstander een hand geven na de wed-

strijd, je excuses aanbieden als je iets

hebt gedaan wat niet mag en dank je

wel zeggen als jou een drankje wordt

aangeboden. Over het algemeen zit het

hiermee wel goed bij voetbalteams en

hoef je hier minder tijd en aandacht

aan te besteden dan de eerdergenoem-

de competenties.’

Een checklist om de verschillende competenties binnen sociaal-emotioneel leren in

kaart te brengen. 1 = geen ontwikkelpunt, 2 = mogelijk een ontwikkelpunt, 3 = ont-

wikkelpunt.

Besef hebben van jezelf (emotionele competentie) 1 2 3

* Herkent eigen emoties

* Kan eigen emoties benoemen

* Kent eigen sterke en zwakke punten

Zelfmanagement (emotionele competentie) 1 2 3

* Kent de triggers die gedrag uitlokken

* Controleert eigen gedrag in stressvolle situaties

* Weet wat zijn gedrag bij de ander teweegbrengt

Besef hebben van de ander (sociale competentie) 1 2 3

* Begrijpt hoe een ander de wereld ziet en daarover denkt

* Kan zich in de gevoelens van de ander verplaatsen

* Heeft oog voor het non-verbale gedrag van de ander

Relaties kunnen hanteren (sociale competentie) 1 2 3

* Is beleefd

* Werkt goed samen

* Staat op tegen pestgedrag

Keuzes kunnen maken (morele competentie) 1 2 3

* Neemt verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag

* Draagt bij aan een positieve sfeer

* Reflecteert over het eigen gedrag

40-41-42-43_overveld.indd 42 22-01-20 13:44