De Voetbaltrainer 247

Pagina 46 van: De Voetbaltrainer 247

P E D A G O G I S C H Coen Aarts: ‘Naast het trainer zijn van de Onder 11, houd ik me binnen de jeugdopleiding van de club bezig met het pedagogisch leerklimaat. Gelet op welke leeftijd een speler heeft, gaan we daar steeds ande...

P E D A G O G I S C H

Coen Aarts: ‘Naast het trainer zijn van de Onder 11, houd ik me binnen de jeugdopleiding
van de club bezig met het pedagogisch leerklimaat. Gelet op welke leeftijd een speler heeft,

gaan we daar steeds anders mee om. Als je hier in de jongste jeugd binnenkomt, is er veel

veranderd ten opzichte van de periode daarvoor. Vanuit hun vertrouwde omgeving gaan spe-

lers in een nieuwe omgeving (vaker) spelen en trainen. Zodra spelers bij ons in de Onder 13

komen en deel gaan uitmaken van de dagopleiding, betekent het dat ze naar de middelbare

school gaan waar we mee samenwerken. Dit betekent dat spelers ’s ochtends met het open-

baar vervoer naar Venlo te komen om onderwijs en voetbal met elkaar te combineren. Vanaf

de dagopleiding wordt er vaker getraind: waar er in de onderbouw (Onder 11 en Onder 12)

nog drie keer in de week wordt getraind, gaan we naar zes keer in de week bij de Onder 13

en Onder 15. Om dit hele traject goed te kunnen begeleiden, is het nodig dat er een klimaat

heerst waarin spelers zich veilig en prettig voelen, en dat wij als trainer-coaches goed zicht

hebben op hun welbevinden en ontwikkeling.’

Coen Aarts speelde vanaf de
Onder 10 tot en met de Onder
19 voor VVV-Venlo, waarna hij
er als jeugdtrainer aan de slag
ging. Na drie jaren als assistent-
trainer te hebben gewerkt, stond
Aarts vorig seizoen voor het eerst
als hoofdtrainer bij de Onder 10
voor de groep. Dit seizoen is hij
hoofdtrainer van de Onder 11.
Aarts studeerde aan de Fontys
PABO Venlo en combineert sinds
vorig jaar zijn trainerschap met
zijn functie als leerkracht primair
onderwijs op basisschool Sint
Oda in Ysselsteyn.

Cultuur

Klimaat Eigenaarschap

Superwoensdag

‘Door die formele gesprekken nemen we bewust de

tijd voor spelers (én ouders) om samen over hun ont-

wikkeling te praten. Tijdens de gesprekken stellen we

het kind centraal en de input moet dan ook met name

vanuit het kind komen. Dankzij het IOPP wordt eige-

naarschap gestimuleerd. Spelers noteren verbeter-

punten en beschrijven hoe ze daarmee aan het werk

gaan. De rol van de trainer-coach verandert naarmate

spelers ouder worden: bij de Onder 11 ondersteunen

ze vooral. Vanaf de Onder 13 worden spelers al zelf-

standiger en in de Onder 19 ligt de verantwoordelijk-

heid meer bij de speler zelf. Om spelers te helpen bij

het beschrijven is het stellen van de juiste vragen

belangrijk. Vanuit mijn expertiserol wat betreft het

pedagogisch leerklimaat, organiseer ik daarom work-

shops, gastsprekers én bijscholingen voor andere trai-

ners, waarin aan de hand van casussen, stellingen en

theorieën worden onderwerpen zoals bijvoorbeeld het

aangaan van gesprekken behandeld.’

‘Een deel van de input voor gesprekken bij de Onder

11 en Onder 12 halen we uit de woensdag in de vijfde

en zesde week van de periodisering. Die dag noemen

we ‘superwoensdag’ en we gaan dan, telkens vanuit

een ander thema, met elkaar aan de slag. Zo is er

onder andere ‘Stille Woensdag’, waarin we als trai-

nersgroep aanwezig zijn op het veld en materialen

klaarzetten. De invulling van de partijtjes die gespeeld

worden, laten we echter aan de spelers over. We

hanteren twee uitgangspunten: iedereen moet zich

veilig voelen en iedereen moet voetballen. Onze rol

beperkt zich tot het waardevrij kijken en observeren.

Hierdoor hebben we oog voor aspecten als: wie neemt

de leiding? Wie gaat er steeds op doel staan? Wie pakt

bij twijfel de bal? Na afloop bevragen we spelers over

hetgeen we gezien hebben, zonder daar een mening

op te plakken. Op zo’n woensdag spat het plezier en

de positiviteit van de spelers af. Plezier is voor ons de

basis vanwaaruit spelers zich hier ontwikkelen. Als

je op je tiende instroomt en zo rond je negentiende

de stap naar het eerste elftal maakt, kan dat alleen

maar als je plezier hebt. Binnen dat plezier geven we

spelers ook mee dat ze zich mogen onderscheiden. Bij

VVV-Venlo mag je anders zijn. En als je ergens heel

goed in bent, mag je ook uitblinken.’

www.devoetbal trainer.nl46

‘Jeugdspelers van VVV-Venlo werken gedurende hun opleiding aan het

IOPP (Individueel Ontwikkel en Prestatie Plan). Concreet gezegd is dit

een map met opdrachten, die als het ware met spelers meereist gedu-

rende hun tijd in de opleiding. Het IOPP kent een logische opbouw: in

het begin van het jaar ligt de focus op het kennismaken. Het kennen

van het kind, van zijn drijfveren, dat is voor ons de basis voor verdere

ontwikkeling. Vanuit deze basis kan er worden ingestoken op de voet-

balinhoudelijke ontwikkeling van het kind. Gedurende het seizoen

komt het IOPP op vier formele momenten terug. We kennen het ken-

nismakingsgesprek (hierbij gaat het vooral om zaken buiten het voet-

bal), het voortgangsgesprek (een terugblik op de eerste maanden en

een vooruitblik op de komende periode) waar ouders bij aanwezig zijn,

het statusgesprek (hoe sta je er nu voor?) en het afsluitende gesprek in

april.’

IOPP

‘Onlangs was er een documentaire op Fox Sports, waarin Duitse jeugdspelers

die bij ons in de jeugdopleiding spelen, aangeven: ‘In Duitsland gaat het al in de

jeugd om winnen, in Nederland gaat het daar in de eerste plaats vooral om het

ontwikkelen.’ Zo zien wij dat ook: de bewustwording dat fouten maken mag om

ervan te leren, daar werken we aan. In zowel formele als informele gesprekken

proberen we een sfeer te creëren waarin spelers het gevoel krijgen dat ze met

vraagstukken, zowel voetbalgerelateerd als niet-voetbalgerelateerd, bij ons te-

rechtkunnen. Vanuit vertrouwen moedigen we ze aan om uit zichzelf te komen,

zodat ze zelf eigenaar zijn en blijven van hun eigen leerproces. Alleen zeggen dat

spelers bij je terechtkunnen, is onvoldoende: je zult er bewust een ‘cultuur’ voor

moeten creëren. Als trainersgroep maken we spelers deelgenoot van die cultuur,

door ze bijvoorbeeld gericht te vragen wat ze zelf zouden willen leren en wat ze

zelf nog willen trainen. Vervolgens is het van groot belang dat de trainer tijdens

de training bewust tijd reserveert om aan deze door de speler zelf aangedragen

punten te werken.’

46-47_vvv2.indd 46 22-01-20 13:44