De Voetbaltrainer 247

Pagina 55 van: De Voetbaltrainer 247

Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN Als het gaat om opleiden, valt ook het woord ‘weerstand’ vaak. We zien een concentratie van de grootste talenten bij een beperkt aantal topopleiding. Wat zijn daar de voor- en nadele...

Voetbaltalent
TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

Als het gaat om opleiden, valt ook het

woord ‘weerstand’ vaak. We zien een

concentratie van de grootste talenten bij

een beperkt aantal topopleiding. Wat

zijn daar de voor- en nadelen van?

Nico-Jan Hoogma: ‘Het is een lastig
thema, want juist door ook tijdens

trainingen met én tegen de besten

te kunnen spelen, ontwikkel je een

hoog niveau. Tegelijkertijd wil je na-

tuurlijk graag zien dat een speler in

de wedstrijden ook tegen ongeveer

even goede spelers uitkomt.’

Art Langeler: ‘Ik vind dat geen groot
dilemma. De economische factor

binnen voetbal is tegenwoordig zo

groot, dat het een utopie is om te

denken dat we kunnen voorkomen

dat de beste spelers naar de beste

clubs gaan. Die clubs vinden ook de

wegen om spelers wél tegen de juis-

te weerstand uit te laten komen. Dat

kan in nationale of internationale

topwedstrijden, of misschien door

een speler vervroegd door te schui-

ven. Je kunt ook in extra doorde-

weekse wedstrijden en trainingsvor-

men voldoende weerstand creëren.

Er kan wel een probleem ontstaan

zodra spelers van kleinere clubs naar

grotere gaan. Daar moet compensa-

tie voor zijn, en die is er in zekere

mate ook wel maar het thema blijft

wel aandacht vragen. Wanneer clubs

zien dat hun talenten bij henzelf

het eerste elftal niet meer bereiken

doordat ze eerder worden wegge-

haald, en er staat ook niet voldoende

compensatie tegenover, overwegen

ze om dan maar te stoppen met die

opleiding. Dat is natuurlijk niet wat

we willen.

Het is onwenselijk dat verschillen in

wedstrijden te groot worden. Het is

voor clubs zaak om vooraf goed in te

schatten welke spelers ze naar een

bepaalde wedstrijd sturen. Ook zie ik

voor me, dat we maatregelen nemen

om de weerstand dusdanig in te re-

gelen dat er spannende wedstrijden

ontstaan. Bijvoorbeeld door te spelen

met aantallen, de grootte van het

veld of wisselmogelijkheden. Als

we maar werken aan min of meer

gelijkwaardige wedstrijden. Het is

een ontwikkeling die al in gang is

gezet, door de scheiding te maken

tussen jeugdteams van betaaldvoet-

balorganisaties en amateurclubs.

Bvo’s kunnen voor wedstrijden met

hun jongste jeugd (leeftijd onder 14

jaar) keuzes maken hoe onderling de

wedstrijden in te kleden. Dat gaat

om aantallen, ondergrond, regels –

bedenk het maar. De ideale situatie

is dat Hoofden Opleiding doorde-

weeks contact met elkaar hebben

en dit bespreken, alles met als doel

om een perfect opleidingsklimaat te

scheppen voor de spelers. Scores zijn

niet belangrijk, het gaat om de er-

varing van de kinderen. Maar er zijn

natuurlijk altijd nog clubs die willen

winnen, en andere aspecten daaraan

ondergeschikt maken.’

Hoe groot is de macht van de KNVB

daarin? De bond biedt immers de com-

petitievormen aan, om maar eens iets te

noemen.

Art Langeler: ‘De macht op het ge-
bied van visie en besluitvorming ligt

juist helemaal niet bij de KNVB. Wij

voeren de besluiten uit die door de

vergaderingen betaald voetbal en

amateurvoetbal worden genomen.

Dat wij daarbij proberen richting te

geven aan denkprocessen, door ad-

viezen te geven die voortvloeien uit

het algemene belang en het belang

van de ontwikkeling van spelers, is

logisch. Maar uiteindelijk slaan de

clubs op de knop en moeten wij met

die gegevens aan de slag. Wij zijn

niet leidend of bepalend, wel sturend

en uitvoerend. De clubs bepalen dus

hoe de competitiestructuur eruitziet,

om maar eens wat te noemen.’

Nico-Jan Hoogma: ‘Maar we moeten
ook rekening houden met belangen,

daar ontkom je niet aan. Als belan-

gen gaan botsen, probeer je tot een

compromis te komen waar iedereen

mee verder kan. Een prominent

voorbeeld is de nieuwe competitie

voor Onder 21-teams. Die gaat er ko-

men, en als we alle stemmen bij el-

kaar gaan optellen, is de kans groot

dat eruit rolt dat alle clubs met hun

Onder 21-ploeg daarin moeten laten

spelen. Het spreekt voor zich dat de

clubs die nu met hun Jong-team in

de Keuken Kampioen Divisie uitko-

men, daar niet op zitten te wachten.

Dan probeer je een voorstel in stem-

ming te brengen dat ook recht doet

aan de belangen van die clubs, zon-

der die van de anderen te schaden.

Je zoeken een democratisch model

waarin zoveel mogelijk clubs zich

kunnen vinden. En dat is in dit geval

goed gelukt.’

Kunt u iets meer vertellen hoe zo’n com-

petitieverandering tot stand komt?

Art Langeler: ‘Anderhalf jaar geleden
zijn wij langs alle clubs gegaan en

hebben we de Technisch Directeuren

en Hoofden Opleiding gevraagd naar

hun visie op de toekomst van jeugd-

teams en de competitiestructuur.

Verder hebben we gesprekken met

onze bondscoaches gevoerd, veel

onderzoeken gedaan, benchmarks

gecreëerd en we hebben er zelf ook

onze gedachten over. Die bundeling

van visies hebben we bij de Hoofden

Opleiding gelegd en met hen hebben

we hierover gedebatteerd. Daaruit is

het huidige voorstel gekomen, dat

we in augustus hebben gepresen-

teerd aan alle bvo’s in de personen

van hun Technisch Directeuren en

Algemeen Directeuren. Tot dat mo-

ment leek iedereen op dezelfde lijn

te zitten.

Daarna bleken vooral de clubs die

al een team in de Keuken Kampioen

Divisie hebben spelen, er toch pro-

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 7 2 0 2 0 55Online: www.knvb.nl/assist

‘Een leven lang leren, niet alleen op het
voetbalveld maar ook daar omheen’

52-53-54-55-56-57_artenhoogma.indd 55 22-01-20 13:46