De Voetbaltrainer 248

Pagina 16 van: De Voetbaltrainer 248

www.devoetbal trainer.nl16 K E E P E R S T R A I N I N G Trainingsvorm B In deze tweede oefening opnieuw een voorbeeld van chaos, met daarbij de speciale aantekening dat de trainer zélf bewust een inschatting maakt op welk moment we...

www.devoetbal trainer.nl16

K E E P E R S T R A I N I N G

Trainingsvorm B
In deze tweede oefening opnieuw een voorbeeld van chaos, met daarbij de speciale aantekening dat de trainer zélf

bewust een inschatting maakt op welk moment welke kleur wordt geroepen. Ook kan hij de oefening veranderen

door langs de zijlijn op een andere plek te gaan staan.

Passeren
‘In deze vorm dragen de keepers gekleurde hesjes. Geel en groen spelen elkaar de bal toe, hetzelfde geldt voor blauw

en rood. Zodra ik ‘blauw’ roep schiet de blauwe keeper de bal richting rood, probeert hem tussen de zwarte poppen

door te passeren of zelfs al in het grote doel te schieten. Als ik ‘groen’ roep, dan kan de groene keeper de bal in een

van de kleine goaltjes schieten. Lukt het geel daarbij om de bal te onderscheppen, dan mag hij op zijn beurt probe-

ren in het grote doel achter groen te scoren. Als ik ‘geel’ roep, dan mag de gele keeper proberen de groene keeper te

passeren. En zeg ik ‘rood’, dan speelt de rode keeper een bal op mij (zwart) waarna ik de bal vanaf de zijkant in het

doel schiet. De groene keeper moet al op het moment dat hij ‘rood’ hoort, beseffen dat de bal naar de zijkant gaat,

snel reageren en naar de goal rennen om positie te kiezen. Deze vorm kun je steeds verder uitbouwen, bijvoorbeeld

door in plaats van een schot op goal een voorzet te geven op een inlopende keeper van een bepaalde kleur. Na ver-

loop van tijd wisselen de keepers van positie.’

Ten Rouwelaar vertelde eerder al dat het goed is om, als we praten over de manier van spelen, rekening te houden

met de kwaliteiten van je keeper. Ongeacht hoe je speelt en in welke formatie dat gebeurt, krijgt elk team te maken

met omschakelen. Het verschil tussen spelers en keeper is, dat laatstgenoemde veel extremer moet omschakelen.

Snel
‘Na élke redding, na elke vangbal, is de keeper de eerste van het hele veld die omschakelt naar aanvallen. Het is

vangen, kijken en beslissen. Wel of niet gelijk uitgooien? En als ik uitgooi, heeft mijn medespeler die de bal krijgt

dan opties om af te spelen of komt hij in een ondertal terecht? Dit soort beslissingen worden door een keeper in een

heel kort tijdsbestek genomen, en daar komt een stuk kijkgedrag bij. Andersom geldt het schakelmoment óók: we

raken de bal op het middenveld kwijt, de keeper schakelt direct om en vraagt zichzelf af waar de verdedigers staan,

of waar de ruimte ligt waarin de tegenstander gevaarlijk kan worden. Om ook hier maar weer aan te geven: snel

denken en snel handelen is typerend voor keepers. En als je dat in een wedstrijd van hem verlangt, dan doe je dat

ook op de training.’

14-15-16-17-18-19_rouwelaar.indd 16 04-03-20 13:50