De Voetbaltrainer 248

Pagina 18 van: De Voetbaltrainer 248

www.devoetbal trainer.nl18 K E E P E R S T R A I N I N G Trainingsvorm E Trainingsvorm F Klaarstaan 2 De aandacht voor individuele ontwikkeling komt terug in trainings- vorm E, waarin het 1:1 centraal staat en keepers technisch wor...

www.devoetbal trainer.nl18

K E E P E R S T R A I N I N G

Trainingsvorm E

Trainingsvorm F

Klaarstaan 2
De aandacht voor individuele ontwikkeling komt terug in trainings-

vorm E, waarin het 1:1 centraal staat en keepers technisch worden

beïnvloed. De vier doeltjes zijn 2 x 1 meter, de afstand tussen de

keepers onderling bedraagt zo’n 3 meter.

Doordraaien
‘In deze vorm verdedigen de keepers een klein doeltje en draaien op

mijn teken door naar links of rechts, waardoor ze voor een nieuw

doeltje komen te staan. Dankzij dit doordraaien komt tevens hun

wendbaarheid aan de orde. Vervolgens speel ik een bal in naar een willekeurige keeper, die drie opties heeft om te scoren. De keepers

die de bal niet krijgen, verdedigen hun doeltje. Ik let goed op hoe dit verloopt, want op een passend moment schiet ik er nog een bal bij

waardoor alle keepers opnieuw moeten schakelen. Het gaat snel, er is chaos, keepers worden getriggerd om na te denken waar ze mee

bezig zijn. Doordraaien naar links, naar rechts, kan ik zelf schieten op een doeltje of moet ik juist laag bij de grond zitten en een doeltje

verdedigen?’

Naast ‘klaarstaan’ is ook het woord meevoetballen is dit artikel al eens gevallen. Steeds meer trainer-coaches maken de keeper belang-

rijk in het meedoen in de opbouw. Sommige keepers acteren daarin zelfs als centrale verdediger. Ook Ten Rouwelaar traint dit onder-

deel.

Recht voor je
‘In het meevoetballen en in het opbouwen is het in de eerste

plaats belangrijk dat je de bal recht voor je hebt liggen, zodat

je meerdere afspeelopties hebt. Als je de bal namelijk al in je

aanname meeneemt naar een kant, sluit je de andere kant

af en dit maakt het drukzetten voor de tegenpartij gemak-

kelijker.’

In deze vorm wordt het ‘recht voor je’ aannemen getraind.

De ‘werkende’ keeper start vanaf 8 of 9 meter met een ach-

terwaartse beweging, waarna hij na een teken van de trainer

een bal ingespeeld krijgt. De keepers die het dichtst bij de doeltjes met het groene en rode dopje staan, passen (rode ballijnen). De kee-

pers bij blauw en geel schieten (zwarte ballijnen).

‘De werkende keeper neemt ballen die hij van groen en rood krijgt zó aan, dat deze gelijk recht voor hem liggen. Daardoor kan hij im-

mers nog in alle doeltjes passen. Vervolgens roep ik de kleur van het doeltje waar hij de bal in moet spelen. Mist de keeper? Dan krijgt hij

gelijk een schot van de twee middelste keepers te verwerken. Hier kun je als trainer weer mee spelen: als de keeper namelijk niet goed

aanneemt, roep ik de kleur van het doeltje waar hij het lastigst in kan schieten. De beide keepers die schieten, mogen er ook voor kiezen

om het strafschopgebied in te dribbelen. Is dat het geval, dan mogen de keepers die passen ook het strafschopgebied in om te verdedi-

gen. Tot slot kun je als methodische stap invoeren dat je de kleuren wisselt: dus als ik rood zeg, moet de bal naar groen. Zeg ik geel, dan

moet de bal naar blauw en vice versa.’

In het derde deel van dit artikel verschuift

de aandacht van het trainingsveld naar

het wedstrijdveld. Ten Rouwelaar legt

hierin zijn werkwijze met keepers uit.

Waar keepers tijdens trainingen uitge-

daagd worden om hun aandacht erbij te

houden, komt die term ook in de samen-

werking terug: ‘Voor mij is de aandacht

die je aan keepers geeft essentieel.

Want aandacht is goud.’

Deelgenoot
‘Als keeperstrainer werk je heel in-

tensief samen met je keepers. En of

de keeper nu 30 jaar oud is of 18, die

samenwerking staat of valt met het

feit of je een band met elkaar kunt op-

bouwen. Keepers ontwikkelen en hel-

pen bij het plan dat ze voor zichzelf

hebben, dat is voor mij een speerpunt.

In het begin van de samenwerking wil

ik daarom ook veel van de keeper we-

ten: wat is zijn persoonlijke situatie,

wat zijn zijn drijfveren? Daarbij komt,

zeker als het een jongere keeper be-

treft, een doel ter sprake: waar zie jij

jezelf eindigen? Wie is je voorbeeld?

En om bij dat laatste gelijk door te

vragen: waar is die voorbeeldkeeper

nou zo goed in? Ga eens op zoek naar

videofragmenten van je voorbeeldkee-

per waarin die sterke punten terugko-

men.’

14-15-16-17-18-19_rouwelaar.indd 18 04-03-20 13:50