De Voetbaltrainer 248

Pagina 21 van: De Voetbaltrainer 248

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 21 bal vaak klein. Om de bal toch met ge- voel achter de verdediging te kunnen leggen, is de lobpass een prima wa- pen. Een voordeel van deze boogbal is dat het op deze manier veel bet...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 21

bal vaak klein. Om de bal toch met ge-

voel achter de verdediging te kunnen

leggen, is de lobpass een prima wa-

pen. Een voordeel van deze boogbal is

dat het op deze manier veel beter mo-

gelijk is om een rechte (verticale) pass

te geven. Over de grond is de passlijn

dicht. Bovendien remt de bal wat af

door de stuit, waardoor de keeper er

minder snel bij komt. Een voorbeeld

van zo’n pass is de assist van Philippe

Coutinho op Robert Lewandowski

(afbeelding 1). Beide verdedigers voor-

komen dat de bal laag kan worden

gegeven. Omdat zij niet staan inge-

draaid, kunnen ze Lewandowski nooit

meer achterhalen na de lobpass van

Coutinho. Ze moeten tenslotte eerst

nog om hun eigen as draaien en op

snelheid komen.

2. Diepte aan de contrakant
Als een team aan een bepaalde kant

van het veld opbouwt, kantelt de te-

genstander vaak ver naar die kant toe.

Soms lukt het de verdedigende ploeg

om de bal aan die kant te houden,

maar regelmatig wordt de bal ook

teruggebracht richting de as. In die si-

tuaties volgen er bij de geanalyseerde

topteams heel vaak diepteloopacties

aan de contrakant. Jordi Alba is daar

bij FC Barcelona bijvoorbeeld een

meester in, waarbij hij meestal be-

diend wordt door Lionel Messi (afbeel-

ding 2a). Alba kan een aanloop nemen

en ligt al op topsnelheid, terwijl de

verdedigers nog op snelheid moeten

komen.

Hetzelfde principe wordt ook vaak

toegepast in de vorm van een pass op

de spits in plaats van de back. Als de

bal vanaf de vleugel naar de as wordt

gespeeld, gaat de spits in dat geval

diep in de rug van de centrale verde-

diger aan de contrakant (afbeelding

2b).

In beide gevallen geldt dat de loopac-

tie met name effectief is als deze bui-

ten het gezichtsveld van de verdediger

plaatsvindt.

3. Diepgang vanuit de eentwee
Een manier van diepgaan die even-

eens vaak terugkomt, is het gebruik

van de eentwee. Een speler heeft de

bal aan de voet, speelt een medespeler

in, staat al met zijn gezicht naar het

doel van de tegenstander gericht, gaat

na het inspelen direct diep en krijgt

de bal terug achter de verdediging. Dit

is erg moeilijk te verdedigen, omdat

de speler die de combinatie opzet al

op snelheid is. Een voorbeeld is de

eentwee van Ivan Perisic en Coutinho

(afbeelding 3). Perisic speelt vanaf de

vleugel Coutinho in en beweegt direct

door richting het doel. Er staan nog

drie (!) tegenstanders tussen Perisic en

het doel in, maar toch komt hij vanuit

deze combinatie oog-in-oog met de

keeper te staan.

4. Zijwaarts ruimte maken
Verder valt in de beelden op dat

geslaagde steekpasses, ook over de

grond, lang niet altijd schuin wor-

den gegeven. Diagonale passes zijn

(logischerwijs) een veelgehoorde

aanwijzing van trainers, maar ook

een verticale steekbal over de grond

kan aan de basis staan van een kans.

Club Gemiddelde kans op een goal per doelpoging

Paris Saint-Germain 15,7 %

Manchester City 13,6 %

Liverpool 13,6 %

Bayern München 13,6 %

FC Barcelona 13,5 %

Juventus 11,2 %

Coutinho vindt Lewandowski in de diepte met een lobpass.

Diepte aan de contrakant door de back (a) en door de spits (b).

1

2a

2a

20-21-22-23_diepgang.indd 21 04-03-20 12:11