De Voetbaltrainer 248

Pagina 41 van: De Voetbaltrainer 248

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 41 genstander meenemen. We hebben afgesproken om te werken met óf hoge druk óf lage druk. De medium- druk hebben we in eerste instantie achterwege gelaten om het niet te moeilijk ...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 41

genstander meenemen. We hebben

afgesproken om te werken met óf

hoge druk óf lage druk. De medium-

druk hebben we in eerste instantie

achterwege gelaten om het niet te

moeilijk te maken.

5. Op eigen helft compact staan, as
dichthouden, diepte afschermen
en druk/doordekken/duelleren.
Dit
spelprincipe spreekt voor zich. Het

heeft veel overlap met spelprincipe

1 van verdedigen, maar dit benoemt

de handelingen expliciet.

Omschakelen naar aan-
vallen
1. De intentie is diep denken, diep

kijken, diep spelen en diep lopen.
Na balverovering moeten we in eer-

ste instantie kijken of we gebruik

kunnen maken van de diepte. Diep-

teloopacties zorgen ervoor dat we

gebruik kunnen maken van de even-

tuele ruimtes die de tegenstander

weggeeft. Tegelijkertijd trek je daar-

mee het veld uit elkaar waardoor er

ruimte ontstaat om te voetballen. In

Nederland zijn er weinig spelers die

zonder bal diepgaan. Veel spelers

spelen in de bal, dat maakt het spel

voorspelbaar.

2. De eerste actie na balverovering is
de bal onder de druk vandaan krij-
gen door de bal te verplaatsen naar
de vrije ruimte.
Als we de bal ver-
overen, staat een tegenstander vaak

met relatief veel mensen rondom de

bal waarmee ze gelijk druk zullen

zetten. Dat betekent dat het op die

plek druk is en dat het moeilijk is

om daar te voetballen. Daarom moe-

ten we zorgen dat we de bal uit de

drukte krijgen en verplaatsen naar

de vrije ruimte.

3. Staat de tegenstander ‘open’?
Tempo hoog door vooruit te passen,
diep te lopen in de ruimte achter de
verdediging en binnen 10 seconden
te komen tot een scoringskans.
Op
het moment dat we de bal veroveren

moeten we eerst kijken of de tegen-

stander ‘open’ staat. Als dit het geval

is, moet dit een teken zijn om snel

tot een scoringskans te komen.

4. Staat de tegenstander goed in de
restverdediging? Tempo laag, kiezen

om balbezit te houden en het langer
voorbereiden van een aanval.
Het
tegenovergestelde van punt 3. Vaak

is dit een moeilijk moment om te

herkennen, omdat het tempo van

omschakelen vrijwel altijd hoog is.

5. Aan de ene kant de bal veroveren
betekent aan de contrakant eindigen
en de tegenstander met diepteloop-
acties pijn doen.
Op het moment dat
de bal wordt veroverd op links, zal

de tegenstander ook aan die kant

proberen de bal snel terug te verove-

ren. Ze zullen dan ruimte weggeven

aan de andere kant. Daar moeten we

dan gebruik van maken.’

Volgende stap
Wat is de volgende stap om de opleiding

verder te ontwikkelen, nu de spelprincipes

zijn geformuleerd en worden gebruikt?

‘We zijn erg blij met de spelprincipes

die we op teamniveau hebben gefor-

muleerd. De volgende stap is om dit

te vertalen per linie en uiteindelijk

zelfs per positie. Dit is een onderwerp

waar veel verenigingen en trainers

mee worstelen. Uiteindelijk willen we

de spelprincipes op team-, linie- en

individueel niveau gebruiken voor de

ontwikkeling van een leerlijn van de

Onder 8 tot en met de Onder 21. Aan

de hand van deze leerlijn kunnen we

vervolgens trainingsvormen ontwik-

kelen waardoor het niveau van de

opleiding nog verder omhooggaat. Op

den duur willen we daar ook de vruch-

ten van plukken richting de senioren.

De jeugd speelt op een extreem hoog

niveau, maar het eerste elftal met alle

respect maar Hoofdklasse. Het eerste

elftal moet herkenbaarder gaan wor-

den. Afgelopen vijf jaar is er enigszins

gebroken met een trend dat er in het

eerste elftal nauwelijks spelers door-

braken vanuit de jeugdopleiding, maar

hierin kunnen we nog stappen maken.

Daarom is voor ons is de nieuwe Onder

21-competitie echt een zegen. Alphen-

se Boys heeft al jaren geen tweede

elftal. Dit heeft als gevolg dat de groep

van het eerste elftal te groot is. Nu

kunnen wij deze spelers in de Onder

21-competitie laten spelen, waardoor

we spelers langer en beter kunnen ont-

wikkelen.’

Dennis van den IJssel is werk-

zaam bij Alphense Boys vanuit

zijn eigen bedrijf Voetbaloplei-

dingscentrum De Complete Tech-

niek. Hij neemt voornamelijk de

voetbaltechnische zaken voor zijn

rekening. Daarnaast is hij assis-

tent-trainer bij Ajax onder 19.

38-39-40-41_alboys2.indd 41 04-03-20 11:44