De Voetbaltrainer 248

Pagina 49 van: De Voetbaltrainer 248

De Jeugd VoetbalTrainer Van Lieshout illustreert nu met een voorbeeld hoe het dichtmaken van de as op het trainings- veld van klein naar groot wordt getraind. Zowel in een vorm 4:2 als in 7:5 kunnen de spelers die verdedigen, afhank...

De Jeugd VoetbalTrainer

Van Lieshout illustreert nu met een voorbeeld

hoe het dichtmaken van de as op het trainings-

veld van klein naar groot wordt getraind. Zowel

in een vorm 4:2 als in 7:5 kunnen de spelers die

verdedigen, afhankelijk van het niveau en hoe

(goed) het gaat, punten scoren. Ze geeft enkele

voorbeelden:

• Punt toekennen zodra de bal is aangeraakt

• Punt toekennen zodra de bal echt is afgepakt

• Punt toekennen zodra de bal is afgepakt én

naar een teamgenoot is gespeeld

• Punt toekennen zodra de bal is afgepakt én

uit het vierkant is gedribbeld

• Punt toekennen zodra de bal is afgepakt én in

een klein doeltje is geschoten

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 49

‘Het bieden van maatwerk is een kenmerk van onze Onder 13. Jongens komen van ver-

schillende amateurclubs en gaan net naar de middelbare school. Tussen speler, ouder

en school is een goede samenwerking belangrijk om in de gaten te houden hoe het met

een speler gaat, en om maatwerk te bieden. Dit laatste komt overigens ook terug op het

veld. Wat heeft een speler binnen zijn individuele mogelijkheden nodig? Waarin kun-

nen we hem verder uitdagen? Concreet kan dit betekenen dat een jongen die normaal

gesproken op 2 speelt, ook eens op 7 neergezet wordt om aan zijn kwaliteiten en/of

ontwikkelpunten te werken. Binnen bijvoorbeeld het dichtmaken van de as en het vin-

den van een moment van druk valt te denken aan: ‘Waar moet ik de as dichtmaken op

deze positie? En wat moet ik doen zodra we druk gaan zetten?’

Het individu

4:2
‘Bij het dichtmaken van de as starten we klein,

bijvoorbeeld in een vorm 4:2 (zie tekening 1). Zo-

als al eerder aangegeven, komt door eerst klein

te trainen het moment dat je wilt creëren vaker

voor. Spelers voeren steeds dezelfde handeling

uit, want ze komen vaker in dezelfde situaties

terecht. Die herhaling maakt dat ze veel leren. In

deze eerste vorm is het de bedoeling dat het vier-

tal probeert om de bal van de pylon te schieten.

De twee verdedigers proberen dat te voorkomen.

De verdedigers schuiven mee rondom het vak.

Wanneer ze zien dat de aanvallende partij een

poging doet de bal van de pylon te spelen, is het

niet erg als ze ook ín het vak komen, want het

gaat om het zien waar de bal heen gaat en om

het dichtmaken van de as.’

7:5
‘Als het dichtmaken van de as in 4:2 lukt, gaan

we bijvoorbeeld via 5:3 over naar 7:5 op een gro-

ter veld (zie tekening 2). Het principe van de as

dichtmaken blijft hetzelfde, alleen werken we

met andere aantallen en andere veldgroottes.

Dit maakt dat spelers andere keuzes maken. Er

moet meer met elkaar gecommuniceerd worden

en spelers moeten meer rekening houden met

onderlinge afstanden. Door bepaalde regels in te

voeren kun je, ongeacht de aantallen, dat mo-

ment van drukzetten stimuleren. Denk bijvoor-

beeld aan het toekennen van een punt aan het

overtal zodra dat tien keer overgespeeld heeft.

Dit dwingt het ondertal namelijk om op een ge-

geven moment actief druk op de bal te zetten.

Samen met spelers komen we tot een aantal her-

kenbare momenten, zoals de bal in de hoek, of

de moeilijke pass.’

2

1

48-49_helmond2.indd 49 04-03-20 11:46