De Voetbaltrainer 248

Pagina 50 van: De Voetbaltrainer 248

O N D E R 1 4 Nyron Wau: ‘Waar spelers in Onder 13 kennismaken met het spelen op een groot veld en met het opleiden volgens principes, gaan we in Onder 14 een stuk verder de diepte in. Dit kan omdat deze groep bekend is met ...

O N D E R 1 4

Nyron Wau: ‘Waar spelers in Onder 13 kennismaken met het spelen op een groot veld en
met het opleiden volgens principes, gaan we in Onder 14 een stuk verder de diepte in. Dit

kan omdat deze groep bekend is met de werkwijze en weet wat er van ze wordt verwacht.

Maar net zo goed omdat spelers qua persoonlijkheid zijn gegroeid: in de Onder 13 helpen

we meer en leggen we meer uit, in de Onder 14 hebben ze al een jaar op het grote veld ge-

speeld, en prikkelen we jongens nog vaker om zelf antwoorden te zoeken op vragen die we

stellen: ‘Wij spelen 1:4:4:2 met een ruit op het middenveld, waar moeten we verdedigend

gezien op letten zodra een tegenstander met de punt naar voren speelt? En wat als ze met

de punt naar achteren spelen, dus met maar één controleur in plaats van twee?’ Spelers

gaan hier over nadenken en, dat is vooral mooi om te merken, zijn al in staat om een ver-

taling maken naar de wedstrijd. Ze leren situaties herkennen.’

Nyron Wau (UEFA-A) debuteerde
op 18-jarige leeftijd in het
betaalde voetbal, in de Europa
Cup-wedstrijd tussen zijn
club PSV Eindhoven en PAOK
Saloniki. In Nederland speelde
hij nog voor MVV Maastricht,
Helmond Sport, RBC Roosendaal
en FC Den Bosch en in het
buitenland voor Nea Salamina
(Cyprus), DAC Dunajska Streda
(Slowakije) en LVV Lommel
(België). Als jeugdtrainer werkte
Wau bij SV Braakhuizen en RKSV
Nuenen, alvorens naar Helmond
Sport te gaan. Daar staat hij (na
een seizoen Onder 13) nu bij de
Onder 14 voor de groep. Tevens
is hij oprichter en eigenaar van
voetbalschool Total Control.

‘Als je met elkaar uitspreekt dat opleiden aan de hand van voetbalprincipes de rode draad

vormt, is de formatie waarin je dat doet van ondergeschikt belang. Sterker nog: het wis-

selen tussen formaties kan juist een enorm leereffect hebben, omdat spelers op andere

manieren leren omgaan met onderlinge afstanden en met ruimtes die ontstaan. Die ruim-

tes ontstaan bijvoorbeeld doordat tegenstanders moeite hebben met het spelen tegen een

1:4:4:2, iets wat zeker in deze relatief jonge leeftijdsgroep het geval is. Doordat we met twee

spitsen spelen, hebben de backs van de tegenpartij namelijk geen directe tegenstander en

dat zijn ze niet gewend. Wat wij zien, is dat tegenstander beide backs in de mandekking

zetten, waarna een centrale verdediger doorschuift naar het middenveld. Onze spelers we-

ten dit inmiddels en, doordat dit scenario van tevoren wordt besproken, proberen daarvan

te profiteren.’

Profiteren

Herkennen

www.devoetbal trainer.nl50

‘In onze selectie zitten veel handige middenvelders, tech-

nisch vaardig en sterk in de kleine ruimte. Dit gegeven

was voor ons een belangrijke reden om naar 1:4:4:2 te

gaan, want we kunnen nu namelijk een extra middenvel-

der opstellen. Door vooral uit te gaan van de kwaliteiten in

onze spelersgroep proberen we, zowel qua formatie maar

ook binnen die formatie, steeds te kijken wat het beste is

voor het team en voor het individu. Stellen we twee con-

troleurs op het middenveld op, of spelen we in een ruit?

Jongens zijn vanuit Onder 13 al gewend om op een andere

positie te spelen, waarbij vooral gelet wordt op hun speci-

fieke kwaliteit. In Onder 14 werpt dit zijn vruchten af: zo

speelden de 2 en 5 uit de huidige Onder 14 vorig seizoen in

Onder 13 nog als vleugelspitsen. Het feit dat deze spelers

aanvallende kwaliteiten hebben, is een groot voordeel,

want in 1:4:4:2 ligt aan de zijkanten ruimte om diep te

gaan. Al helemaal wanneer tegenstanders hun back dus

naar het centrum halen.’

Uitgaan van kwaliteiten

50-51_helmond3.indd 50 04-03-20 11:46