De Voetbaltrainer 248

Pagina 65 van: De Voetbaltrainer 248

F o to : K N V B M e d ia F o to : K N V B M e d ia Bij de clubbezoeken is dit vaak het grootste bespreekitem: hoe krijg je de jonge spelers van talentvol maar wispelturig, niet constant en soms zelfs op het punt van afval...

F
o

to
:

K
N

V
B

M
e

d
ia

F
o

to
:

K
N

V
B

M
e

d
ia

Bij de clubbezoeken is dit vaak het grootste bespreekitem: hoe krijg je de jonge spelers van

talentvol maar wispelturig, niet constant en soms zelfs op het punt van afvallen naar basis-

spelers van het eerste elftal, en wat voor rol speelt de hoofdtrainer, technisch verantwoorde-

lijke en/of jeugdopleiding hierin? Het antwoord is natuurlijk dat iedereen een rol heeft, maar

zo simpel ligt het bij de meeste clubs niet.

Behalve bij de topclubs is bij veel clubs de doorstroom naar het eerste elftal gebaseerd op

toeval en zit hier niet veel beleid achter. Als je goede spelers hebt en (dus) investeert in een

jeugdopleiding gaan er vanzelf wel wat jongens doorbreken, toch? Tenzij ze voor die tijd al

weggescout worden door de grote clubs en daar zijn we dan voor de bühne boos over, maar

eigenlijk is het geld (de poolvergoeding en wie weet een doorverkooppercentage) zeer wel-

kom.

Soms zijn er wel beleidsplannen, bijvoorbeeld per seizoen drie spelers vanuit de jeugd bij

de eerste selectie. Geen goede regel, en dat kan iedereen bedenken want het gaat natuurlijk

niet om aantallen maar om kwaliteit. Soms doen de technisch verantwoordelijken een sug-

gestie aan de trainer (‘Er loopt een goede speler bij de Onder 18…’) en af en toe zie je een

incidentele impuls: ‘Bij het trainingskamp in de winter hebben we meerdere jeugdspelers

meegenomen!’ Dat deze spelers daarna vaak geblesseerd zijn omdat ze veel te hard getraind

hebben op een voor hen onbekend hoog niveau nemen we dan op de koop toe. Daar worden

ze hard van. Net zoals Spartaanse kleedkamers bij Onder 12, en oplopend in luxe naar een

jacuzzi bij het eerste elftal. Psychologie van de koude grond vind ik dat. De spelers zijn niet

‘slechter’, alleen jonger. Nu pretendeer ik geen bubbelbaden in alle kleedkamers, maar top-

sportomstandigheden voor álle leeftijden lijken vruchtbaarder.

Een paar van de ervaringen en good practices die ik heb mogen zien in de praktijk van het

internationale voetbal van de afgelopen jaren geven beelden van hoe het ook kan:

• Als je spelers wilt laten meetrainen/spelen op eerste-elftalniveau moet je ze consequent

op dit niveau belasten, dus intensiteit en trainingsvormen van het tweede elftal op hetzelfde

level. Een (assistent-)trainer en eventuele fysieke-data-analist die hier oog voor heeft en be-

wijzen voor levert, en regelmatig traint bij het Jong-team helpt hier natuurlijk enorm.

• Geef spelers een reëel beeld van de toekomst, een pop-plan voor de komende jaren opge-

knipt in bijvoorbeeld tweemaandelijkse termijnen waarop een voortgangsgesprek met een

trainer gepland staat.

• Ruim op de bank van het eerste elftal al-

tijd plek in voor één of twee jeugdspelers en

maak beleid op wissels; als de stand het toe-

laat, dan geen sympathiewissel voor een ‘ou-

de’ speler maar ruimte voor een jeugdspeler.

• Laat jeugdspelers en eerste-elftalspelers aan

elkaar wennen door de jaren heen. Bijvoor-

beeld middels een ‘jeugdspeler van de maand’

die meeloopt met het eerste elftal, spelers

van eerste elftallen die incidenteel jeugd trainen (met een cursus, twee vliegen in één klap),

samen vieren van Kerst, Sinterklaas en kampioenschappen of andere bijzonderheden. Eén

club, één gedachte en geen grote scheiding tussen eerste elftal en de jeugdopleiding.

• Koester je talentvolle spelers, door deze te identificeren en vroeg aan je te binden, met

een contract maar beter nog met aandacht en een doordacht plan richting de toekomst. Dan

gaat hij misschien niet al vroeg naar een andere club. Een opleidingsplan voor hem als voet-

baller maar ook maatschappelijk.

De KNVB probeert met beleid te helpen. Vanaf het seizoen 1920/1921 met een andere jeugd-

teamindeling (met name de Onder 21-competitie voor bvo’s en Onder 23-competitie voor

amateurclubs met goede wedstrijden op niveau voor jonge spelers) en een beloning voor

rendement; meer spelers structureel vanuit de jeugd in het eerste elftal, met dan een hogere

financiële bijdrage voor de club vanuit de KNVB. Want de laatste stap is ook de mooiste stap,

voor zowel spelers, trainers, club en bond.

‘Ruim op de bank van het eerste
elftal altijd plek in voor één of

twee jeugdspelers en maak
beleid op wissels’

C O L U M N

Art Langeler is Directeur
Voetbalontwikkeling bij de KNVB.

De laatste stap!

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 65

65_columnart.indd 65 04-03-20 12:08