De Voetbaltrainer 248

Pagina 9 van: De Voetbaltrainer 248

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 9 gen dat je het verschil maakt. Werken, niet alleen binnen het veld maar ook erbuiten. Passie tonen voor je sport, je beroep. Ik verwacht eigenlijk van iedereen dezelfde mentaliteit...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 8 2 0 2 0 9

gen dat je het verschil maakt. Werken,

niet alleen binnen het veld maar ook

erbuiten. Passie tonen voor je sport,

je beroep. Ik verwacht eigenlijk van

iedereen dezelfde mentaliteit en het

karakter dat ikzelf altijd heb gehad. Ik

snap ook wel dat dit moeilijk wordt

en dat niet iedereen hetzelfde is. Met

elf Sturings in je elftal red je het niet.

Maar een goede beroepsopvatting en

passie vind ik wel ontzettend belang-

rijk. Ik word echt niet boos wanneer

iemand een fout maakt, maar heb er

wel problemen mee als iemand op het

gebied van beleving verzaakt.’

Evenwicht
In deze situatie bent u begonnen vanuit

een positie buiten de begeleidingsstaf van

het elftal. Hoe gaat u dan te werk?

‘In eerste instantie kijk ik naar de staf

waarmee ik wil werken. Ik heb goede

mensen om me heen nodig. Je zoekt

naar personen die een eigen mening

hebben en input durven te geven, en

die soms ook wat anders in elkaar

steken dan jijzelf als trainer. Ik ben

erg serieus ingesteld en erg structu-

reel, en iemand naast me die het ook

eens met wat humor kan brengen,

kan geen kwaad. Die zijn ook serieus,

maar kunnen met hun eigen aanpak

soms een speler raken die jij wat

minder kunt bereiken. Je zoekt in dat

opzicht naar evenwicht in je staf. In

dit geval was dat vrij eenvoudig, want

ik kon werken met dezelfde personen

met wie ik in 2018, na het vertrek van

Henk Fraser, ook had samengewerkt.

Dat was uitstekend bevallen, zij waren

allen nog bij de club. Dus dat was snel

te organiseren.

Ik kende veel spelers, maar uiter-

aard waren er ook nieuwe bij. Al zijn

er maar drie nieuwe spelers, dan

verandert er al van alles in je groep.

De cultuur die zij met elkaar hebben

opgebouwd, de manier waarop ze met

elkaar zijn omgegaan en uiteraard de

manier van voetballen die ze hebben

gehanteerd, dat zijn allemaal zaken

waarmee je als nieuwe trainer te ma-

ken krijgt. Wat dat laatste betreft, zei

ik al dat de visie over voetballen van

Sloetskij behoorlijk verschilt van die

van mij. Sloetskij wilde vooral vanuit

de omschakeling aanvallend gevaar

stichten. Ik wil graag de bal hebben,

want dan kan de tegenstander niet

scoren. Daarmee is niet gezegd dat

het een beter of slechter is, maar ik

zie het gewoon anders. Pep Guardiola

en Jose Mourinho hebben beiden al-

les gewonnen, maar met een totaal

verschillende kijk op het spel. Een

andere visie op speelwijze en forma-

tie kan bijvoorbeeld betekenen dat je

spelers tekort, of juist spelers op een

bepaalde positie overhebt. Wij heb-

ben aangaande de positie van centrale

spits moeten handelen. We hadden

er vier, ik had er twee nodig. Dus één

is verhuurd (Oussame Darfalou aan

VVV-Venlo), een andere (Nouha Dicko)

proberen we nu op een andere positie

te gebruiken. Als nieuwe trainer moet

je proberen ook wat flexibel te hande-

len, om uiteindelijk zo dicht mogelijk

bij de speelwijze te kunnen komen

waar je naartoe wilt.

Ik houd als interim-trainer geen

rekening met de trainer die na mij

komt en wellicht zaken toch zou wil-

len houden zoals het vóór mij was.

Ik handel zoals ik denk dat het goed

is voor de club. Maar je hebt wel met

de groep te maken die er staat, en

die dingen anders gewend is. Bij Vi-

tesse zie je bijvoorbeeld dat de ploeg

gewend was na balverlies in te zak-

ken in twee linies van vier en één

van twee daarvoor: 1:4:4:2 en vanuit

de middenlijn drukzetten, vanuit de

omschakeling aanvallen. Ik dek liever

vooruit. Dat kan met drie aanvallers,

of met de 9 en 10 waarbij je ofwel van

achteruit doordekt, ofwel een van de

de twee buitenspelers middenvelder

wordt. Daar wisselen we nog weleens

in af, afhankelijk van wat de tegen-

stander opbouwend doet.’

De factor tijd
U maakt het bruggetje naar de speelwijze,

laten we daar dan eens verder op inzoo-

men. U heeft zichzelf in de media nog

niet altijd lovend getoond over de manier

waarop uw team deze speelwijze heeft

uitgevoerd.

‘Hoe ik zou willen spelen, heb ik heel

duidelijk voor ogen. Het staat beschre-

ven in animaties, en die heb ik de

spelers laten zien. Ik kan het trainen.

Maar het vergt tijd. En die tijd heb-

ben we bijna niet, want elke wedstrijd

gaat het om de punten en ik wil uiter-

aard ook graag resultaten halen. Dus

moet je afwegen wat op dít moment

werkt, met de spelers die je hebt en

met de bagage die ze met zich mee-

brengen: hun kwaliteiten en hetgeen

ze gewend zijn. Heel belangrijk als het

gaat om drukzetten, is juist het spel

áán de bal. Dat moet heel goed zijn,

want als je veel de bal verliest, moet

je veel drukzetten en dat houd je op

den duur niet vol. Je ziet, dat we aan

de bal soms niet goed zijn: onrustig,

slordig. Dus we verliezen hem te vaak

en te snel, en dan moeten ze weer

vooruit, druk op de bal zetten. Na zes

keer is de tank leeg, en dan word je

kwetsbaar. Grote teams kunnen goed

drukzetten, en dat kunnen ze doordat

ze 60-65 procent balbezit hebben. Ze

sparen energie en staan goed in posi-

tie, en kunnen daardoor bij balverlies

snel en intensief drukzetten.

Het liefst zou ik zien dat we met de 9

en 10 drukzetten en vervolgens in de

as doorstappen. Dus de 9 zet een cen-

trale verdediger vast, de 10 stapt door

op de tweede centrale verdediger en

de buitenspelers zetten de backs vast.

Doordat de 10 is doorgestapt, moet

onze 8 door op de 6 van de tegenstan-

der die vrijkomt. Hierdoor komen wij

op het middenveld in ondertal. Door

een centrale verdediger door te laten

schuiven en achterin 1-op-1 te gaan

spelen, los je dat op. De backs moe-

ten wel ver naar binnen spelen. (zie

‘Sloetskij wilde vooral vanuit de
omschakeling aanvallen. Ik wil
graag de bal hebben, want dan

kan de tegenstander niet scoren’

06-07-08-09-10-11-12-13_sturing.indd 9 04-03-20 11:39