De Voetbaltrainer 249

Pagina 31 van: De Voetbaltrainer 249

ren. Hierover heeft Pepijn Lijnders een heel treffende opmerkingen gemaakt: ‘De afstand naar degene met de bal is ongeveer acht meter. De eerste zes meter kan iedereen belopen, maar het gaat vooral om de laatste twee meter.’...

ren. Hierover heeft Pepijn Lijnders een

heel treffende opmerkingen gemaakt:

‘De afstand naar degene met de bal

is ongeveer acht meter. De eerste zes

meter kan iedereen belopen, maar

het gaat vooral om de laatste twee

meter.’ Daarop is deze oefenvorm ook

gebaseerd. De afstanden zijn dusdanig

groot dat de verdediger moet sprinten

naar de speler met de bal, de eerste

zes meter dus. En vervolgens moet

hij gaan handelen om de bal te ver-

overen, de laatste twee meter. Zoals

gezegd zijn die laatste twee meters

cruciaal. Op tijd afremmen, laag zit-

ten, beetje indraaien zodat je de te-

genstander dwingt naar je goede been.

Vaak coachen trainers dit andersom,

naar het zwakke been van de aanval-

ler. Maar ik wil zorgen dat verdedigers

met hun sterke been kunnen verde-

digen. Tot slot inschatten wanneer je

de bal kunt veroveren. Hierbij is er de

nadruk op gelegd dat mijn spelers op

de bal verdedigen, afpakken bij twijfel

van de aanvaller of afpakken vlak na-

dat de aanvaller de bal in zijn dribbel

heeft aangetikt. Deze vaardigheden

waren de basis. Daarna hebben we

het uitgebreid tot een 2:1. Dan komen

er gelijk heel andere aspecten bij; hoe

ga je aanlopen om een passlijn eruit

te halen? Door op een goede manier

aan te lopen maak je als het ware van

een 2:1 een 1:1.’

Tussenvorm
In de wedstrijd komen spelers niet vaak

geïsoleerd in de 1:1-situatie. Op welke

manier heeft u ervoor gezorgd dat de spe-

ler in de 1:1 ook rekening moest houden

met de ruimte in zijn rug?

‘Deze vorm is een tussenvorm. Het

uitgangspunt van deze oefenvorm is

het herhalen van de situaties waarin

spelers normaal gesproken in 1:1-si-

tuaties terechtkomen. Vaak gebeurt

dit als de bal naar de zijkant gaat en

er een 1:1 volgt tussen de buitenspeler

en de back. Bij ons is, net als bij zove-

len, de bal naar de zijkant een teken

om vol de 1:1 op te zoeken (pressing-

trigger).

De oefening speelt zich af op een

relatief klein veldje (17 x 10 meter)

met twee kleine doeltjes (zie kader op

pagina 36). In het midden wordt 2:2

gespeeld met aan beide zijkanten een

kaatser. Naast het doeltje van het ver-

dedigende team staat een kameleon.

Nadat de trainer de bal inspeelt, moe-

ten de verdedigers druk gaan geven.

Ze proberen de tegenstander naar de

zijkant te dwingen. Als de bal naar de

zijkant gaat, komt de kameleon er bij

de verdedigende ploeg bij. Dit zorgt

ervoor dat een van de verdedigers

druk kan uitoefenen op de kaatser aan

de zijkant. De andere spelers moeten

hierop anticiperen en een overtal ma-

ken rondom de bal en de ruimte in de

rug van de 1:1-situatie beschermen

(bodyguard). Als het verdedigende

team de bal verovert, moet de kame-

leon recht van verdedigen krijgen. Dit

doet hij door een rondje te lopen om

het doel. Daarna kan hij bij het andere

team helpen verdedigen. In deze dy-

namische vorm zijn spelers continu

bezig met het naar de zijkant dwingen

van de tegenstander en met het domi-

neren van de 1:1 die daaruit volgt.’

???

1:1 met 2 kleine doeltjes
Inhoud
• er wordt 1:1 gespeeld met 2 kleine doeltjes

• een speler is de aanvaller, de andere speler is de ver-

dediger

• de trainer speelt de bal in op de aanvaller

• wanneer de bal is ingespeeld, mag de verdediger het

veld in om te verdedigen

• de aanvaller probeert de verdediger uit te spelen, om

vervolgens te scoren op het kleine doeltje

• als de verdediger de bal verovert, mag hij scoren op

het kleine doeltje

• als de bal uit is, wordt er doorgedraaid

Variatie
• de aanvaller/verdediger laten beginnen vanaf een an-

dere positie

• een 2:1 maken waarbij je als verdediger meer moet

kijken hoe je aanloopt (passlijnen)

• een 1:2 maken waarbij je verdedigend de nadruk kunt

leggen op het insluiten, oftewel dubbelen, van de spe-

ler met de bal

• de bal inspelen vanaf een andere positie, bijvoorbeeld om de aanvaller de bal te laten ont-

vangen met de rug naar de verdediger (afhankelijk van je pressingtrigger)

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 31

30-31-32-33_ab2.indd 31 22-04-20 09:11