De Voetbaltrainer 249

Pagina 33 van: De Voetbaltrainer 249

de aanvaller ze voorbij is, moeten ze continu vanuit de zone verdedigen. De achterste verdediger moet doorlopend kijken of hij de bal kan zien. Als dat niet het geval is, moet hij zijn positie aanpassen om de zone te verdedi- gen...

de aanvaller ze voorbij is, moeten ze

continu vanuit de zone verdedigen. De

achterste verdediger moet doorlopend

kijken of hij de bal kan zien. Als dat

niet het geval is, moet hij zijn positie

aanpassen om de zone te verdedi-

gen. In deze vorm komt daarmee ook

meer de situatie om de 1:1 heen terug.

Vooral in de omschakeling naar de 4:4

+ 2. De speler die het dichtst bij de bal

is, moet direct na de 3:2 omschakelen

en de 1:1 opzoeken. Terwijl de spelers

die verder weg staan, op zoek moeten

gaan om zich zó te positioneren dat

zij een overtal kunnen maken rond

de 1:1. Daarnaast moet de speler aan

de zijkant zich zó positioneren dat

hij de ‘bodyguard’ is van de situatie.

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 33

Zodanig dat hij de bal altijd kan zien

(dat is namelijk een open lijn) en als

de bal er ertussen valt, hij kan ingrij-

pen. Zo hebben we het verdedigen

in drie fases gesplitst en inzichtelijk

gemaakt voor de spelers: 1:1 domine-

ren, overtal maken en zone eromheen

verdedigen.’

Allesomvattend
De vorige oefenvormen waren allemaal

kleinere vormen qua aantallen. Hoe heeft

u de verdedigende spelprincipes in een

grotere oefenvorm getraind?

‘Dit hebben we gedaan met een par-

tijspel 7:7 + 2 keepers met drukzetten

in vakken (zie kader). De nadruk in

deze vorm ligt op het hoog drukzetten

als team. Hiervoor worden de spelers

beloond; hoe dichter bij de goal van

tegenstander de bal wordt veroverd,

hoe meer punten een doelpunt ople-

vert. In deze allesomvattende vorm

komen alle spelprincipes van de eer-

dere vormen samen. Door te beginnen

met kleinere oefenvormen hebben we

gezorgd voor versimpelde situaties

voor de spelers. Daardoor begrijpen de

spelers deze situaties sneller en beter.

Het is mooi om te zien dat spelers

daarna ook in staat zijn om de spel-

principes in een grotere, complexere

vorm toe te passen.’

Inhoud
• er wordt 3:3 gespeeld met 2 keepers

• beide teams hebben een vast doel en een vaste keeper

• in eerste instantie wordt er met 2 ballen tegelijk gespeeld, 1 bal per

team

• de bal wordt ingespeeld op de middelste speler, deze speelt de bal

door naar de derde man

• daarna mogen beide teams proberen te scoren

• als beide ballen uit het spel zijn, speelt de trainer de derde bal in

naar het team dat als eerste heeft gescoord

• als de derde bal uit het spel is, begint het spel opnieuw

Variatie
• na 10 seconden de derde bal inspelen, zo kan er met 3 ballen tege-

lijk worden gespeeld

• andere aantallen, bijvoorbeeld 4:4

• opdracht meegeven aan een team om specifiek op een pressing-

trigger druk te zetten. Voorbeelden: Bal naar de zijkant, elke bal

achteruit, bal naar een speler met zijn rug naar de goal, bal op de

keeper

Partij van 3:2 + 2 keepers naar
4:4 + 2 keepers

Partijspel 7:7 + 2 keepers
met drukzetten in vakken

Inhoud
• in eerste instantie wordt er 3:2 + 2 keepers gespeeld

• beide teams hebben een vast doel en een vaste keeper

• 2 aanvallers staan aan beide kanten van het doel en beginnen bei-

den met een bal

• de derde aanvaller staat tussen de 2 verdedigers in (1 verdediger

ervoor en 1 verdediger achter de aanvaller)

• de aanvaller biedt zich aan bij 1 van de 2 aanvallers naast het doel

• de ene aanvaller speelt de bal in en loopt zelf door

• de andere aanvaller laat de bal liggen en loop de diepte in

• de verdedigers mogen pas naar voren lopen als de voorste aanval-

ler hen voorbij is

• als de bal uit is of er is gescoord, komen de resterende 3 spelers er-

bij. Hierdoor wordt er 4:4 + 2 keepers gespeeld

• 1 punt per gescoord doelpunt

Variatie
• als de verdedigers de bal afpakken, komen de resterende spelers

erbij

• er moet binnen 10 seconden gescoord worden

• bal afpakken en scoren binnen 3 passes is 2 punten

Inhoud
• er wordt 7:7+ 2 keepers gespeeld

• het veld is verdeeld in 4 vakken

• er wordt een vrij spel gespeeld, de spelers zijn niet vakgebonden

• 1 punt per gescoord doelpunt

• als de bal wordt veroverd in een vak én er wordt gescoord, krijgt

dat team een bepaald aantal punten

o 3 punten voor het vak dat het dichtst bij het doel van de te-

genstander ligt

o 2 punten voor het tweede vak vanaf het doel van de tegen-

stander

o 1 punt voor de andere vakken

Variatie
• het hele team moet over de middenlijn zijn voordat een doelpunt

telt

• het verdedigende team moet over de middenlijn zijn, anders telt

een doelpunt dubbel. Dit voor het stimuleren van fel verdedigen op

eigen helft

• punten per vak veranderen om de nadruk te leggen op een andere

hoogte van verdedigen

30-31-32-33_ab2.indd 33 22-04-20 09:11