De Voetbaltrainer 249

Pagina 37 van: De Voetbaltrainer 249

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 37 Zonespel 2 Organisatie • 9 gele hesjes en 9 witte hesjes • 4 rode dopjes • 2 grote doelen met keepers Vooruitdenken ‘Zowel bij tekening 3 als in deze tekening 4 is de gele aan...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 37

Zonespel 2
Organisatie
• 9 gele hesjes en 9 witte hesjes

• 4 rode dopjes

• 2 grote doelen met keepers

Vooruitdenken
‘Zowel bij tekening 3 als in deze tekening 4 is de gele aanvallende

partij voorwaardelijk bezig om wit de doelstelling te laten halen.

Want in de training gaat het om het zoneverdedigen en alles wat

daaronder valt. In mijn coaching richt ik me op de witte partij en

dan met name op de vier spelers die de ballijn naar de gele spits

dicht moeten houden. Ik daag ze uit om vooruit te denken: geel

speelt de bal van rechts naar links en probeert de spits te bereiken,

wat betekent dat voor jullie? Hoe staan jullie ten opzichte van el-

kaar? Als het geel lukt om die spits te bereiken, dan mag die in deze

vorm een buitenspeler aanspelen waardoor er, net als bij de vorige oefening, een 3:2-situatie ontstaat. De gele spits heeft ook als keuze

om dieper weg te staan, zodat hij in de bal kan komen. De witte verdedigers die buiten het vak staan, hebben eveneens keuzes: ze mogen

bijvoorbeeld tegen de spits aan gaan staan, alleen heeft dat als risico dat ze geklopt worden op snelheid. Lukt het wit om de bal te verove-

ren, dan gaat het spel de andere kant op. De witte spits kan worden aangespeeld, waarna die samen met de beide witte aanvallers die aan

de zijkant staan 3:2 kan uitspelen.’

Samenvatting:
• Hoofdmomenten kun je ook tij-

dens de training niet los van el-
kaar zien.

• Alle gekozen oefenvormen (dus

4

Partijspel
Organisatie
• 8 gele en witte hesjes, 2 blauwe hesjes

• 10 rode dopjes en 4 witte dopjes

• 2 grote doelen met keepers

Uitdagend
‘In een training is het volgens mij van belang dat je, ongeacht de

oefening die je geeft, in je coaching steeds hetzelfde benoemt.

Want in elke oefening gaat het over die onderlinge afstanden,

over het geven van rugdekking, over het samenwerken in het ver-

dedigen. Hetgeen steeds verandert, is de complexheid: de ruimte

waarin gespeeld wordt, de aantallen en de regels. Het aanpassen

van regels is een middel om het uitdagend te houden voor beide

teams. In deze partijvorm zit zo’n regelverandering bijvoorbeeld in

de vakken. Op het middenveld wordt 5:5 + 2 gespeeld, dus de beide

blauwe spelers horen bij het team in balbezit. Voor de vijf witte verdedigers in het middenvak is het afschermen van ruimtes en ballijnen

complexer geworden dan in de vorige oefeningen, want ze staan nu in een ondertal. Zodra de gele spits bereikt wordt (zie ballijn 2), legt

die af waarna een buitenspeler in het bovenste vak aangespeeld kan worden. Zodra het bovenste vak is bereikt, vervalt de restrictie van

het voetballen in vakken en is het spel volledig vrij. In veel van deze beschreven vormen is geel aan de bal en lijkt het alsof die centraal

staan, echter het tegendeel is dus waar. Als trainer-coach focus je je op je doelstelling en in deze training dus op de witte partij: lukt het

ze om die ballijnen dicht te houden, om te letten op onderlinge afstanden en om goed samen te werken in het verdedigen? Alles wat je

vanaf de warming-up al hebt aangereikt, komt hopelijk tot uiting in deze partijvorm. Als je in de partijvorm merkt dat spelers situaties

zijn gaan herkennen en ernaar kunnen handelen, weet je dat je rendement hebt behaald en dat is natuurlijk waar het om gaat.’

5

óók de warming-up) hebben een
directe link met de doelstelling.

• In oefenvormen komt de identi-
teit van het team ‘plezier in de
uitvoering’ terug.

• Ongeacht de oefenvorm is de
coaching min of meer gelijk.

• Tussenvormen gaan van eenvou-
dig naar complex.

34-35-36-37_valk.indd 37 22-04-20 09:11