De Voetbaltrainer 249

Pagina 57 van: De Voetbaltrainer 249

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 57 Bij het drukzetten met drie aanvallers tegen vier verdedigers komt de back van de tegenstander aan de contra- kant vrij. Tijdens het drukzetten door de as wordt juist een middenvel...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 4 9 2 0 2 0 57

Bij het drukzetten met drie aanvallers

tegen vier verdedigers komt de back

van de tegenstander aan de contra-

kant vrij. Tijdens het drukzetten door

de as wordt juist een middenvelder

van de tegenstander de vrije man. Het

doorstappen door de as is vooral suc-

cesvol als de tegenstander deze vrije

man niet bereikt.

Bij deze manier van drukzetten draait

alles om afstanden, met name voor de

centrale middenvelder aan de contra-

kant (in de tekening de linkshalf) die

doorstapt. Hij moet het spel dusdanig

goed lezen dat hij herkent hoe ver hij

moet doordekken. Hoe waarschijnlij-

ker het is dat het opbouwende team

de controleur weet te bereiken, hoe

dichter hij hem nadert. Hij staat dus

half-half tussen twee tegenstanders

in om te assisteren waar dat nodig

is. Eventueel kunnen andere spelers,

zoals de centrale verdediger en de

buitenspeler aan de contrakant, as-

sisteren door naar de vrijstaande mid-

denvelder toe te bewegen.

In deze situatie speelt het drukzet-

tende team 1:4:3:3 met de punt naar

voren en het opbouwende team 1:4:3:3

met de punt naar achteren op het

middenveld. Hetzelfde patroon kan

uiteraard in allerlei verschillende for-

maties worden toegepast. De gemeen-

schappelijke deler is dat middenvel-

ders verticaal doordekken.

Trainingsvorm 2: partijspel
6:6 + 2K in drie vakken

Doel
• het verbeteren van het drukzetten in de as

met doorstappende middenvelders

Organisatie
• de hoeken van beide strafschopgebieden

vormen de hoeken van het speelveld

• het veld wordt in de lengte in 3 gelijke

vakken verdeeld

• 12 veldspelers en 2 trainers die de ballen

inspelen

• 4 kleine doelen, 8 pylonen, 6 hesjes en vol-

doende ballen

Inhoud
• iedere speler start in eerste instantie in zijn eigen vak

• als een trainer een centrale verdediger inspeelt, begint het spel

• een middenvelder van het drukzettende team mag doorstappen

• daardoor ontstaat een overtal voor het opbouwende team in het middenvak

• elke speler mag meedoen in het eindvak, maar niet in het beginvak

• verovert het drukzettende team de bal in het eindvak, dan telt een doelpunt dubbel

Coaching
• ‘Kies als middenvelder het juiste moment om door te stappen op een centrale

verdediger.’

• ‘Ondervang het ondertal op het middenveld door half-half te gaan staan.’

Patroon 2: centraal drukzetten en doorstappen met middenvelders

• ‘Blokkeer passlijnen en coach de speler voor

je om dit beter te kunnen uitvoeren.’

• ‘Laat altijd de moeilijkst te bereiken mid-

denvelder van de tegenstander vrij.’

Methodiek en variatie
• de afstanden aanpassen in de lengte of de

breedte

• 5:5 + 1 in de formatie 1:3:1 waarbij de neu-

trale speler er 2:3:1 van maakt

• de kleine doeltjes vervangen door 2 grote

doelen en 2 keepers

4

54-55-56-57-58-59_spelpatronen1.indd 57 22-04-20 09:20