De Voetbaltrainer 249

Pagina 58 van: De Voetbaltrainer 249

www.devoetbal trainer.nl58 Trainingsvorm 3: opbouwen in K + 4:3 tegen doorstappende middenvelder In deze vorm komen beide patronen in verkleinde vorm terug. Het rode viertal bouwt samen met de keeper op en probeert tot scoren te kom...

www.devoetbal trainer.nl58

Trainingsvorm 3: opbouwen in K + 4:3

tegen doorstappende middenvelder

In deze vorm komen beide patronen in verkleinde vorm terug. Het

rode viertal bouwt samen met de keeper op en probeert tot scoren

te komen in de kleine goaltjes. Het blauwe drietal start voor elkaar

en zet van daaruit druk vooruit. Als de blauwe aanvallende mid-

denvelder doorstapt op een centrale verdediger, mag de rode con-

troleur uitzakken tussen of naast het centrale duo. Eventueel mag

ook de achterste blauwe speler doorstappen.

Trainingsvorm 4: doorstappende versus

uitzakkende middenvelder

In dit partijspel komen beide patronen tegen elkaar uit. Het team dat

opbouwt, start in de formatie 1:2:3:2 + 1 neutrale speler die in het mid-

denvak start. Het verdedigende team start in de formatie 1:2:4:1 met

de middenvelders in een ruit. Een middenvelder van blauw mag door-

stappen op een centrale verdediger van rood. Op dat moment mag een

rode middenvelder (of de neutrale speler) uitzakken naar de laatste

linie om er (exclusief keeper) weer +1 van te maken.

S P E L P A T R O N E N

Trainingsvorm 3 en 4

Doel
• het verbeteren van het drukzetten door de as (blauw)

• het creëren van een overtal met een uitzakkende middenvelder (rood)

Organisatie
Trainingsvorm 3

• een veld met de breedte van het doelgebied en een lengte van 35-40 meter

• 7 veldspelers en 1 keeper

• 2 kleine doeltjes en 1 groot doel

• 6 pylonen, minimaal 3 hesjes en voldoende ballen

Trainingsvorm 4

• een veld van strafschopgebied tot strafschopgebied

• schuine hoeken en 3 vakken in de lengte

• 15 veldspelers en 2 keepers op 2 grote doelen

• 8 pylonen, minimaal 8 hesjes en voldoende ballen

Inhoud
Trainingsvorm 3

• de opbouw start met een pass op de centrale verdediger

• de blauwe aanvallende middenvelder stapt op hem door

• daarna is het vrij spel, waarbij een rode middenvelder mag uitzakken

• na balverovering valt blauw aan richting het grote doel

Trainingsvorm 4

• elke speler begint in een eigen startvak

• een middenvelder van blauw mag doorstappen

• vervolgens mag een rode middenvelder uitzakken

• 1 opbouwende speler mag het volgende vak in dribbelen

Coaching
Blauw (drukzetten door de as)

• ‘Stap pas uit als de verdedigende organisatie goed is.’

• ‘Sta als contramiddenvelder half-half richting de contro-

leur.’

• ‘Zakt een middenvelder uit, dwing de bal dan naar de

zijkant.’

• ‘Zet agressief druk op de bal en zit daarbij laag door de

knieën.’

Rood (uitzakkende middenvelder)

• ‘Herken direct wanneer de derde opbouwer nodig is.’

• ‘Zak op hoge snelheid en in de juiste richting uit.’

• ‘Creëer tijd en ruimte door de onderlinge afstand te ver-

groten.’

• ‘Dribbel op het juiste moment op hoge snelheid in.’

• ‘Beweeg als middenvelders weg bij de bal om vrij te ko-

men.’

Methodiek en variatie
• begin met trainingsvorm 3 in een nog verder verkleinde

organisatie: K + 3:2

• begin met trainingsvorm 4 in 5:5 + 2K + 1 en op een klei-

ner veld

54-55-56-57-58-59_spelpatronen1.indd 58 22-04-20 09:20