De Voetbaltrainer 249

Pagina 62 van: De Voetbaltrainer 249

www.devoetbal trainer.nl62 ‘Voetbal vraagt om een flexibele benadering’ Sam Feringa (27) vond het een ‘supermooie kans’ toen sc Heerenveen hem begin vorig jaar vroeg om Performance Manager te worden. Maar wat wordt bij de Fri...

www.devoetbal trainer.nl62

‘Voetbal vraagt om een
flexibele benadering’

Sam Feringa (27) vond het een ‘supermooie kans’ toen sc Heerenveen

hem begin vorig jaar vroeg om Performance Manager te worden. Maar

wat wordt bij de Friese eredivisieclub van hem gevraagd? ‘Het belang-

rijkste is dat je als technische staf benaderbaar bent en open communi-

ceert. Zodat je een werkklimaat creëert waarin spelers zelf ook dingen

kunnen aangeven.’

Sam Feringa, Performance Manager sc Heerenveen

Sam Feringa: ‘Ik was als fysiothera-
peut in dienst bij sc Heerenveen, toen

Performance Manager Terry Peters in

januari naar Bayer Leverkusen ver-

trok. Heerenveen schoof mij vervol-

gens door. Een supermooie kans, ook

omdat ik uiteindelijk meer voel voor

de performancekant dan het medische

vakgebied. Als Performance Manager

heb ik kortgezegd een helikopterview

over de individuele programma’s van

de voetballers bij sc Heerenveen. Ruw-

weg kun je mijn werkzaamheden bij

de club verdelen in vier componenten:

fysieke belastbaarheid, planning en

periodisering, data en innovatie.’

Fysieke belastbaarheid
‘Met de technische staf van sc Hee-

renveen bespreek ik dagelijks hoe

belastbaar de spelers zijn. Mijn ach-

tergrond als fysiotherapeut is wat

dat betreft een voordeel. Het com-

municeert net even wat makkelijker

met de fysio’s van de club als voet-

ballers terugkomen van blessures, of

als ze kampen met kleine pijntjes.

Tekst: Sander de Vries

P R O F V O E T B A L

Gaat het over de conditie van een

voetballer, dan denken mensen vaak

aan hoeveel en hoelang voetballers

kunnen rennen. Met een aantal pa-

rameters, die we verkrijgen aan de

hand van bijvoorbeeld GPS-systemen

en hartslagmeters, kan ik precies zien

waar de voetballers in fysiek opzicht

staan. Wat hebben ze de periode er-

voor gedaan, welke arbeid moeten ze

verrichten en hoe zijn ze uit trainin-

gen, wedstrijden of een interlandpe-

riode gekomen? Met die informatie

maak ik vervolgens een plan, dat ik

neerleg bij de technische staf.

Stel dat er een speler binnenkomt

met een conditionele achterstand,

die niet meteen aan alle trainingen

kan meedoen. Dan ga ik de eerste

maanden regelmatig, rondom de trai-

ningen, een individueel programma

met hem afwerken zodat hij zo snel

mogelijk op het niveau van de groep

zit. Vanzelfsprekend gaat dit allemaal

in overleg met de technische staf. De

ene keer zegt Johnny Jansen: ga maar

met de speler aan de slag. Terwijl hij

het een andere keer belangrijk vindt –

bijvoorbeeld omdat er tactisch wordt

getraind – om met de volledige groep

te werken. Voor mij is dat geen pro-

bleem. De rolverdeling is duidelijk: ik

adviseer, maar uiteindelijk neemt de

hoofdtrainer samen met de techni-

sche staf de beslissing.

Het meest ideale scenario is dat Jan-

sen op de wedstrijddag over alle spe-

lers kan beschikken, die voldoende

trainingsarbeid hebben geleverd

waardoor ze zo goed mogelijk kun-

‘We werken met mensen, niet met
machines’

62-63-64-65_feringa2.indd 62 22-04-20 09:21