De Voetbaltrainer 250

Pagina 21 van: De Voetbaltrainer 250

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 21 len achter te blijven staan. Als spelers veel inbreng hebben, bedenken ze ook in de wedstrijd sneller zelf oplos- singen.’ Opvallend in de lange loopbaan van Noud van Buul is da...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 21

len achter te blijven staan. Als spelers

veel inbreng hebben, bedenken ze

ook in de wedstrijd sneller zelf oplos-

singen.’

Opvallend in de lange loopbaan van Noud

van Buul is dat hij regelmatig wisselde

van niveau. Bijvoorbeeld van eersteklas-

ser De Valk naar vierdeklasser FC Oda of

juist van vierdeklasser Mifano naar twee-

deklasser Heeze. Welke gevolgen had dat

voor de werkwijze?

Noud van Buul: ‘Meer dan naar het
niveau keek ik of een club de voor-

waarden kon invullen die bij mijn

visie en aanpak pasten. Bijvoorbeeld

dat ik op het trainingsveld met twee

keepers en de zestien beste veldspe-

lers kon werken. Dat mijn staf goed in

elkaar zat. Dat de selectie voldoende

kwaliteit had om in de competitie een

rol van betekenis te spelen. En vooral

ook of de ambities en de clubcultuur

bij mij pasten. Bij vierdeklasser FC

Oda werden tussen 2010 en 2014 al

die voorwaarden ingevuld. Daar heb

ik met heel veel plezier gewerkt. Bij

tweedeklasser Heeze speelde ook het

tweede elftal op een hoog niveau en

promotie naar de Reserve Hoofdklasse

werd gerealiseerd. Dus werd er, on-

danks eerdere toezeggingen, door het

bestuur druk uitgeoefend om dat elftal

toch samen met het eerste elftal te

laten trainen. Daar is een compromis

uitgerold. De warming-up, pass- en

trapvormen en de positiespelen de-

den we samen, maar daarna gingen

we apart aan de slag met de selectie

van achttien van het eerste elftal voor

vormen als aanval tegen verdediging

en 8:8 met twee keepers. Meer moeite

had ik met het gemak waarmee som-

mige belangrijke spelers notabene

in het kampioensjaar lieten weten

dat ze een weekendje weg of zelfs

een langere vakantie met het gezin

hadden geboekt op momenten dat

we beslissende wedstrijden moesten

spelen. Dat zou bij FC Oda ondenkbaar

zijn geweest. Van de andere kant kun

je op technisch en tactisch gebied

meer bij een eerste- of hoofdklasser

kwijt. Dat is dan weer de charme en

uitdaging voor een trainer. Maar als

ik moest kiezen, ging ik liever voor

een iets lager niveau waar aan alle

voorwaarden werd voldaan dan voor

een club op een hoger niveau waar

dat maar beperkt kon. Gelukkig had

ik meestal door mijn cv ook iets te

kiezen.’

Generatie Z
Marc Materek is naast clubtrainer bij de

hockeybond ook assistent-bondscoach van

Meisjes U16. Voor de trainers in het meis-

jesvoetbal kan het interessant zijn hoe hij

tegen de Generatie Z aankijkt.

Marc Materek: ‘Wij zien de talentvolle
speelsters U16 tijdens een drietal blok-

ken per jaar één keer per week. Van

september tot begin december, van

maart tot en met half mei en in de

piekfase in juni en juli. Daarin wordt

toegewerkt naar een Six Nations pres-

tatietoernooi. Voor deze leeftijdsgroep

is nog geen EK geagendeerd. In de

winter spelen ze vaak zaalhockey bij

hun club. Vanaf de laatste weken in

mei tot aan die piekfase moeten ze

zich kunnen focussen op school en de

slotfase van de competitie.

Daarnaast leiden we de meiden na-

tuurlijk op voor de volgende stap in

hun opleiding. Als ik kijk wat zij in

hun dagelijks leven tegenkomen, is

dat veel meer dan wat mij op die leef-

tijd bezighield. Ze hebben het altijd

druk. Er worden hoge eisen aan hen

gesteld door school, de club, vaak

ook thuis en door ons. Door druk en

te hoge verwachtingen haken op die

leeftijd nogal wat meisjes af. Van de

andere kant is het leuk te zien hoe

de overblijvende groep van talenten

gretig blijft om beter te worden en

zich in hoog tempo op allerlei ge-

bieden te ontwikkelen. Waar ik me

over blijf verbazen, is hoeveel kennis

deze meiden al in huis hebben en hoe

volwassen ze op hun leeftijd zijn. Ze

kunnen zichzelf uitstekend doelen

stellen en weten precies wat ze wel en

(nog) niet goed kunnen. Ze hebben het

antwoord op de topsportvraag: ‘Wat

vraagt het allemaal van mij om steeds

de prestatie en ontwikkeling neer te

zetten die op dit niveau van mij wor-

den verlangd?’ En gaan daarmee ook

elke dag aan de slag. Dat vind ik zo

knap. Jaloersmakend! Waarbij ik me

realiseer dat deze meiden niet alleen

op hun hockeytalent zijn geselecteerd,

maar bijvoorbeeld ook op motivatie,

doorzettingsvermogen, het kunnen

omgaan met tegenslagen, mentale

weerbaarheid en leefstijl.

Eind november is er altijd een stage

met trainingen en een oefeninterland,

maar we reserveren dan ook veel tijd

voor gesprekken. Zelfregulatie is een

terugkerend thema. Dan ben ik verrast

over hun niveau van feedback kunnen

geven en ontvangen. Ze zijn kritisch

naar elkaar en zichzelf en steunen

elkaar als het moet. Het maakt deze

groep niet alleen bijzonder op het veld

maar ook daarbuiten.’

Noud van Buul was een trainer die tot en

met zijn laatste club het lef had om heel

jonge, talentvolle spelers een kans te ge-

ven. Ook stond en staat hij bijna wekelijks

langs de lijn bij jeugdwedstrijden. Hoe

heeft hij de huidige generatie ervaren?

Noud van Buul: ‘Die jonge spelers
moet je niet over één kam scheren. Je

moet ze kneden en weten te pakken,

zodat ze voelen: die trainer gelooft in

me, geeft me een eerlijke kans. Hoe

je dat precies moet doen, is voor elke

‘Als ik moest kiezen, ging ik
liever voor een iets lager niveau
waar aan alle voorwaarden werd

voldaan dan voor een club op
een hoger niveau waar dat maar

beperkt kon’ (Noud van Buul)

18-19-20-21-22-23_oudenieuweabo.indd 21 10-06-20 08:48