De Voetbaltrainer 250

Pagina 29 van: De Voetbaltrainer 250

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 29 Trainingsvorm 4: Partijspel 6:6 + 2K + 2 Trainingsvorm 3: Partijspel 4:4 + 2K + 3 Het team dat opbouwt, speelt 1:2:3:1 met de punt naar achte- ren op het middenveld. Het drukzettend...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 29

Trainingsvorm 4: Partijspel 6:6 + 2K + 2

Trainingsvorm 3: Partijspel 4:4 + 2K + 3

Het team dat opbouwt, speelt 1:2:3:1 met de punt naar achte-

ren op het middenveld. Het drukzettende team stapt met een

middenvelder door, waardoor de formatie 1:2:2:2 wordt. De

enige speler die in een ander vak mag komen, is één rode mid-

denvelder die bijsluit in het aanvalsvak. Daar wordt het dus

2:2 + K, plus eventueel een of twee neutrale spelers.

De witte spelers blijven in hun eigen zijstrook en mogen de

bal maximaal twee keer raken. Zij mogen vrij bewegen in de

lengte totdat zij de bal voor het eerst raken. Als dit is gebeurd,

blijven ze in het vak waarin ze op dat moment staan (achter,

midden of voor).

Het opbouwende team moet dus afwegen of ze een witte spe-

ler echt nodig hebben in de opbouw, of het zonder hem oplos-

sen zodat hij in de eindfase een rol kan spelen.

Het is niet verplicht om de controleur te bereiken alvorens een

doelpunt te maken. Lukt dit wel, dan telt het doelpunt dubbel.

Scoort blauw nadat het de bal afpakt van de rode controleur,

dan telt een doelpunt voor drie. Buitenspel doet aan beide kanten mee.

In dit partijspel komen beide patronen tegen elkaar uit. De

gele keeper hoort bij rood, de groene keeper bij blauw. De witte

spelers horen bij het balbezittende team. De afstanden zijn erg

klein, anders wordt het aanvallen te makkelijk en het verdedi-

gen te moeilijk. Het team dat opbouwt, mag pas scoren als de

witte middenman is bereikt óf na tien keer rondspelen. Is die

laatste regel er niet, dan schermt blauw alleen het middenvak

af.

De neutrale spelers blijven alle drie in hun eigen zone en heb-

ben maximaal twee balcontacten. De bal moet blijven rollen.

Het opbouwende team mag overal komen, behalve in de zijstro-

ken. Het verdedigende team mag overal komen, dus ook in de

zijstroken.

Opnieuw telt een reguliere score voor 1 punt. Een goal direct uit een pass van de middenman levert 2 punten op. De neutrale spelers mo-

gen zelf niet scoren. Scoren nadat de bal wordt veroverd bij de neutrale middenspeler telt voor 3 punten.

In deze vorm stellen de witte spelers in de zijstroken de backs voor. Schermen de 9 en 10 van het verdedigende team de passlijn naar de

controleur goed af, dan kan hij via een back toch worden bereikt. Dit kan ook rechtstreeks of via een aanvallende middenvelder gebeuren.

Nieuw: Trainen op spelpatronen
Als vervolg op ‘Trainen op spelprincipes’ is bij De Voetbaltrai-

ner nu ook ‘Trainen op spelpatronen’ verkrijgbaar. In dit boek

worden 25 spelpatronen uitgewerkt, enerzijds met een be-

schrijving en tekening van de wedstrijdsituatie, anderzijds in

de vorm van een oefenvorm. Nu te bestellen in de webshop.

Spelpatronen gebruiken om automatismes in te slijpen

Trainen op spelpatronen

De vertaling naar het trainingsveld
voor 25 spelpatronenWWW.DEVOETBALTRAINER.NL

‘Enige ti jd geleden praatt en we bijna alleen maar over
spelpatronen’, zei Michele Santoni vorig jaar in De
Voetbaltrainer. ‘Tegenwoordig is er veel aandacht voor
spelprincipes. Die zijn inmiddels dusdanig ingeburgerd,
dat het weer ti jd wordt om patronen in te slijpen.’

Principes bieden spelers houvast in hun keuzes binnen
elke denkbare situati e. Maar automati smen creëren
en het spel versnellen lukt pas écht met spelpatronen.
Dit boek bespreekt 25 patronen en staat vol met
prakti sche vormen om ze trainbaar te maken.

Trainen op spelpatronen

ISBN 9789053220443

Trainen_op_Spelpatronen_omslag_metrug.indd 1 09-04-20 13:07

26-27-28-29_spelpatronen2.indd 29 09-06-20 10:11