De Voetbaltrainer 250

Pagina 34 van: De Voetbaltrainer 250

Differentiëren in aanbod Als jeugdvoetbaltrainer werk je misschien met een jong team. Ook bij jonge kinderen vinden we het gewoon te spreken van een team, terwijl het misschien beter is om te spreken van groepje individuen dat geacht ...

Differentiëren
in aanbod
Als jeugdvoetbaltrainer werk je misschien met een jong team. Ook bij jonge kinderen vinden we het gewoon

te spreken van een team, terwijl het misschien beter is om te spreken van groepje individuen dat geacht

worden samen te spelen. Dat samenspelen en samenwerken is lang niet voor elk kind vanzelfsprekend. On-

derlinge verschillen kunnen, zeker op het gebied van gedrag, groot zijn. Neem je dat gegeven voor lief of ga

je actief met die verschillen aan de slag en probeer je elk individu zo goed mogelijk te bedienen? De Voetbal-

trainer spreekt over deze vraag met Bart Schmeits.

Rekening houden met fases in speelgedrag

Bart Schmeits rondde eerst de

CALO in Zwolle af, om vervolgens

op de VU Bewegingswetenschap-

pen te studeren met als speciali-

satie Sportpsychologie. Na circa

twee in het onderwijs gewerkt

te hebben is hij zich fulltime gaan richten op de

sport. Sindsdien is hij als trainer actief (geweest)

binnen diverse talentprogramma’s van de volley-

balbond en voor verschillende volleybalverenigin-

gen. Daarnaast is hij voor zowel de volleybalbond

als voor NOC*NSF actief als opleider van trainers.

Schmeits is gespecialiseerd in het werken met kin-

deren en pubers en expert op het gebied van sport,

bewegen en een veilig sport- en leerklimaat.

Tekst: Gerjos Weelink

Streamer: ‘We willen het algehele niveau opkrikken, dus

zowel de frequentie van trainen (méér doen) als de kwali-

teit van de inhoud (beter doen)’

www.devoetbal trainer.nl34

Aansluiten
Bart Schmeits:
‘In mijn beleving sport
elk kind in de eerste plaats voor zijn

of haar plezier. Om kinderen plezier

te laten beleven aan een training, zal

die aan een aantal voorwaarden moe-

ten voldoen. Een van de belangrijkste

voorwaarden is dat oefenstof moet

aansluiten bij de ontwikkeling van de

kinderen. Kinderen ontwikkelen zich

waarop het kind interacteert met de

anderen. Zo is het heel goed mogelijk

dat de ene zevenjarige (kalenderleef-

tijd) net zo balvaardig (motorische

leeftijd) is als iemand van negen,

maar zich in de omgang (sociaal-

emotioneel) nog gedraagt als een kind

van vijf. Daarnaast staat een andere

zevenjarige die net zo balvaardig is als

iemand van vijf en zich in de omgang

gedraagt als iemand van negen. Ver-

geet je daar rekening mee te houden,

dan is de kans groot dat je training

niet goed loopt.’

Volgens Schmeits is het lastig om

een exacte definitie te geven van

‘normaal’, juist vanwege het feit dat

zevenjarigen al van elkaar verschillen.

Natuurlijk, er zijn algemene leeftijds-

kenmerken die je een beeld geven van

‘de zevenjarige’. Maar het trainen van

jonge kinderen (en ook van pubers)

is een specialisatie, geen startkwali-

ficatie. Uiteindelijk is het de (jeugd)

trainer-coach die moet aanvoelen wat

een kind aankan en nodig heeft om op

zijn of haar eigen niveau uitgedaagd

te worden.

De Jeugd VoetbalTrainer

op allerlei gebieden, bijvoorbeeld cog-

nitief, sociaal-emotioneel en in speel-

gedrag. We zijn geneigd te denken dat

alle kinderen zich in hetzelfde tempo

ontwikkelen, maar in de praktijk gaat

die vlieger niet altijd op. Een deel van

de trainingsgroep zal zich inderdaad

‘normaal’ ontwikkelen, maar er zijn

ook altijd kinderen die op bepaalde

gebieden sneller of juist langzamer

gaan. De uitdaging is dus om je trai-

ning efficiënt en effectief te organi-

seren, en tegelijkertijd aan te laten

sluiten bij de verschillende snelheden

waarop kinderen zich ontwikkelen.’

Leeftijden
‘Als we praten over de leeftijd van

kinderen, dan hebben we het eigenlijk

altijd over de kalenderleeftijd. Maar

er zijn binnen een training daarnaast

nog twee soorten leeftijden te onder-

scheiden. Je zou namelijk ook kunnen

spreken van een motorische en een

sociaal-emotionele leeftijd. Die eerste

zegt iets over het beweegniveau en de

snelheid waarmee een kind nieuwe

bewegingsvaardigheden leert. De

tweede gaat veel meer over de manier

34-35-36-37_schmeits.indd 34 09-06-20 10:11