De Voetbaltrainer 250

Pagina 41 van: De Voetbaltrainer 250

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 41 ‘Als een speler geselecteerd wordt voor de RVBS, dan staat het wennen aan de manier van trainen en aan elkaar voorop. Spelers kennen elkaar nog niet, het niveau is hoger omdat ze ...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 41

‘Als een speler geselecteerd wordt voor de RVBS,

dan staat het wennen aan de manier van trainen

en aan elkaar voorop. Spelers kennen elkaar nog

niet, het niveau is hoger omdat ze met en tegen

talenten van dezelfde leeftijd spelen. Boven-

dien is de kans groot dat ze, zeker in het begin,

zenuwachtig zijn. Door het aantal selectiemo-

menten te beperken geven we ze ook echt de tijd

om te wennen aan een nieuwe omgeving. Bij de

jongste kinderen, de vroegere F-pupillen, kennen

we zelfs helemaal geen selectiemomenten.’

Wennen

‘In het ontwikkelrapport scoort

een speler per onderdeel een

bepaalde kleur en die kleur

staat weer voor een bepaald ni-

veau. Wat we altijd belangrijk

vinden om hierbij aan te ge-

ven, is dat het gaat om subjec-

tieve inschattingen, die enkel

inzicht geven in het ‘hier en

nu’. Door dit meerdere keren

te doen, proberen we ontwik-

keling te monitoren en tevens

bespreekbaar te maken. Daar-

bij hopen we eventuele ver-

rassingen omtrent het al dan

niet doorgaan naar de Onder

12 te voorkomen. Het fijne aan

deze werkwijze is in elk geval

dat alle aspecten waar we naar

kijken, ook een heel nadruk-

kelijke plaats hebben in het

trainingsprogramma.’

Verrassingen

‘Omdat spelers dus langere tijd aan boord blijven, krijgen

ze volop de gelegenheid om te werken aan hun ontwik-

keling. In onze opleiding staan drie leerlijnen centraal.

Dit zijn: Presteren als Voetballer (1), Bewegen als Atleet

(2) en Leven als Topsporter (3). In de trainingen die we

geven komt telkens iets uit een van deze leerlijnen terug.

Denk daarbij natuurlijk aan verschillende voetbalvormen,

maar zeker ook onderdelen die gericht zijn op het beter

leren bewegen. Spelenderwijs helpen we kinderen

bijvoorbeeld om sneller te kunnen wenden en keren,

maar ook om tijdens een duel beter in balans te blijven.

Daarnaast proberen we in onze trainingsvormen as-

pecten te verwerken waarin we bepaald gedrag willen

uitlokken. Denk aan het spelen om winst en verlies, of

aan een partijtje onder leiding van een scheidsrechter

die bewust partijdig fluit. Waar het ons om gaat, is dat

we uiteindelijk spelers willen zien die doorzetten als het

even tegenzit.’

‘Waar die leerlijnen ons houvast geven bij het inrichten van onze trainingen, doen

ze dat ook bij het monitoren van ontwikkeling en het inschatten van de potentie

van de spelers. Na Onder 11 eindigt de RVBS, en gaan sommige jongens dus door

naar de Onder 12 van FC Groningen. Gedurende de tijd dat een speler bij ons in de

RVBS traint, werken we met een ontwikkelrapport. Daarin maken we steeds een

inschatting van iemands kwaliteiten, in relatie tot deze drie leerlijnen. Bij Preste-

ren als Voetballer maken we onderscheid in verdedigen en aanvallen. In het aan-

vallen onderscheiden we opnieuw twee aspecten: die van aanvaller aan de bal en

die van mede-aanvaller. Bij dat eerste kijken we naar technische en spelinzichtelij-

ke vaardigheden. Hoe is zijn aanname? Speelt hij veel terug of juist vooruit? Is een

speler creatief aan de bal?

Bij de rol als mede-aan-

valler kijken we naar hoe

iemand ruimtes bespeelt

en bijvoorbeeld vrijloopt.

Per onderdeel maken we

steeds een inschatting van

het niveau op dat moment,

waarmee de spelers zelf

ook inzicht krijgen in hun

kwaliteiten en belangrijk-

ste ontwikkelpunten.’

Leerlijnen

Monitoren van ontwikkeling

De Jeugd VoetbalTrainer

40-41_gro2.indd 41 10-06-20 15:40