De Voetbaltrainer 250

Pagina 42 van: De Voetbaltrainer 250

O n d e r 1 2 Byron Bakker: ‘In de Onder 12 komen spelers voor het eerst bij ons in de opleiding. De een komt uit de stad, de ander uit een klein dorpje. Er zijn qua (voetbal)achtergrond dus vaak veel verschillen en het is a...

O n d e r 1 2

Byron Bakker: ‘In de Onder 12 komen spelers voor het eerst bij ons in de opleiding. De een
komt uit de stad, de ander uit een klein dorpje. Er zijn qua (voetbal)achtergrond dus vaak

veel verschillen en het is aan ons om het in eerste instantie voor elkaar te krijgen dat die

jongetjes elkaar leren begrijpen, en dat ze op een goede manier met elkaar omgaan. Voorop

staat het creëren van een veilig klimaat, waarin kinderen kennis kunnen maken met de

werkwijze binnen onze opleiding. Een veilig klimaat is een vaak gehoord begrip. Natuur-

lijk begint dit met de wijze waarop je als coach je spelers benadert, maar in onze aanpak

zie je dit ook terug in het creëren van veel duidelijkheid omtrent de werkwijze, zowel op

als naast het veld. Buiten de lijnen gaat het dan bijvoorbeeld over op tijd op het veld zijn,

je spullen bij je hebben, de kleedkamer netjes achterlaten et cetera. Op het veld gaat het

om het volharden in je visie op trainingsvormen, posities, speelwijze, speelminuten en ga

zo maar door. Dit lijken allemaal vanzelfsprekende zaken, maar zeker in een eerste oplei-

dingsjaar is het essentieel om hieraan vast te houden. Dit wordt met name uitdagend als

er wat kritiek komt van je omgeving omdat er een ruzie in de kleedkamer is, de resulta-

ten even tegenzitten, of het spel er slordig uitziet. Het gaat dus om het volharden in het

programma dat is uitgezet binnen de drie leerlijnen Presteren als Voetballer, Bewegen als

Atleet en Leven als Topsporter. Binnen elke leerlijn leggen we namelijk een belangrijk fun-

dament, waar de collega’s bij de oudere jeugdteams vervolgens op kunnen voortborduren.’

In de eerste twee verhalen
vertelden Arno de Jong en Byron
Bakker reeds over de manier
van scouten en de manier van
werken in de RVBS. Vanuit die
RVBS stromen spelers door naar
de Onder 12, het jongste elftal in
de opleiding van FC Groningen.
In dit derde deel krijgen we een
indruk van de accenten die in de
Onder 12 worden gelegd.

‘Dankzij de veranderingen die een

aantal jaar geleden in het pupillen-

landschap zijn doorgevoerd, ma-

ken spelers in Onder 12 veel meer

speelminuten dan voorheen. Bij de

Twin Games spelen nu zestien kin-

deren tegelijkertijd op het veld, in

afstanden waarvan wij denken dat

die beter passen bij de leeftijdsspe-

cifieke kenmerken. De 8:8 is onze

basisspelvorm in het weekend,

maar omdat wij heel erg geloven in

variatie op verschillende aspecten,

vind je dit ook terug in de verschil-

lende wedstrijdvormen die we aan-

bieden. Vanaf oktober spelen we

ook 9:9 en vervolgens vanaf medio

januari gaan we doordeweeks

ook regelmatig naar 11:11 op een

groot veld. Door deze wisselende

aantallen en ruimtes worden onze

spelers continu bevraagd op hun

aanpassingsvermogen en bedienen

we zowel de biologisch vroeg- als

laatrijpere spelers in onze selectie.’

Verschillende
wedstrijdvormen

Fundament

‘Onze ervaring leert
dat de uiteindelijk

beste
positie voor een
speler gedurende

de opleiding vanzelf
wel ontstaat’

www.devoetbal trainer.nl42

‘Bij de keuze welke spelers vanuit de RVBS doorstromen naar de Onder 12, maken we een

inschatting van het uiteindelijke niveau dat een speler in onze ogen kan bereiken. Of we

daarbij uit de vier RVBS-locaties een balans vinden tussen het selecteren van voldoende

verdedigers en aanvallers, is van ondergeschikt belang. Het is sowieso de vraag of wij voor

elk kind kunnen voorspellen op welke positie hij uiteindelijk eindigt. In de praktijk zien we

namelijk bij amateurverenigingen vaak dat de betere spelers vooral in het voorste gedeelte

van het veld spelen, omdat ze daar beslissend kunnen zijn. Onze ervaring leert echter dat

de uiteindelijk beste positie voor een speler gedurende de opleiding vanzelf wel ontstaat.

Door dit open te laten, willen we voorkomen dat we te vroeg een stempel op een speler

plakken. Doe je dat namelijk wél, dan bestaat de kans dat er al op jonge leeftijd talent ver-

loren gaat.’

Stempel

‘Los van dat stempel geloven wij er sowieso in dat het in deze leeftijdscategorie nog steeds

heel goed is om op verschillende posities te spelen. Ook hier heb je het weer over het cre-

eren van een breed fundament, om vervolgens op latere leeftijd te kunnen specialiseren.

Als voorbeeld vinden wij het essentieel dat álle spelers leren om technisch goed te verde-

digen, ongeacht of je nu voorin, op het middenveld of achterin staat. Ditzelfde geldt voor

het uitvoeren van technische vaardigheden aan de bal. Per positie worden je vaardigheden

namelijk structureel anders bevraagd. Tot slot is ook het ontwikkelen van spelinzicht een

belangrijk argument om te rouleren in posities. Kinderen in deze leeftijdscategorie raken

steeds beter in staat om samen te werken. Door ze meer te laten leren over het spel op ver-

schillende posities, trachten we dit proces van samenwerken en communicatie in het veld

te bevorderen.’

Breed opleiden

42-43_gro3.indd 42 09-06-20 10:13