De Voetbaltrainer 250

Pagina 61 van: De Voetbaltrainer 250

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 61 Aanvalsvorm 3:2 + K Inhoud • elke speler blijft te allen tijde in zijn eigen startvak • de blauwe spelers hebben maximaal 2 balcontacten • binnen 10 passes moeten zij een schot...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 0 2 0 2 0 61

Aanvalsvorm 3:2 + K
Inhoud
• elke speler blijft te allen tijde in zijn eigen startvak

• de blauwe spelers hebben maximaal 2 balcontacten

• binnen 10 passes moeten zij een schot op doel lossen

• rood kan scoren in de kleine doeltjes en mag 3 keer

raken

• voor elk team geldt dat de bal altijd moet blijven rol-

len

• welk doelsaldo weet blauw te bereiken na 10 aanval-

len?

Coaching
• ‘Speel elkaar strak over de grond in om tijdwinst te

boeken.’

• ‘Neem de bal aan richting de kant die je op wilt

gaan.’

• ‘Beslis wat een logisch moment is om richting het

doel te gaan.’

• ‘Gok als voorste verdediger op een pass die je kunt

onderscheppen.’

• ‘Sluit terug als de bal langs je gaat om een breedte-

pass te blokken.’

• ‘Sta als achterste verdediger op je voorvoeten en blok

elk schot.’

• ‘Coach als keeper je verdedigers en maak afspraken

over het blokken.’

Methodiek
• als team in totaal 15 balcontacten,

waarbij aannemen en spelen als 2

telt

• andere aantallen, bijvoorbeeld

met 4 blauwe spelers in een

vierkant

Rondo met richting
Inhoud
• er zijn 3 teams van 2 spelers, waarvan er 2 samen-

spelen op balbezit

• er wordt aan 1 kant gestart, met 3 spelers in de 3

vakken

• zij spelen de bal naar elkaar toe en gaan op zoek

naar de overkant

• lukt dit, dan sluiten de 2 buitenste spelers bij en

spelen ze de andere kant op

• het team dat de bal verliest, wisselt om met de ver-

dedigers

• het rode aanspeelpunt mag over de gehele breedte

bewegen

• het balbezittende team heeft maximaal 2 balcontac-

ten en de bal moet blijven rollen

• na maximaal 10 passes moet het drietal een poging

wagen de andere kant in te spelen

Coaching
• ‘Kijk tijdens het rondspelen over de bal heen of de

passlijn naar de overkant openligt.’

• ‘Speel op een hoog tempo over om de tegenstander

te laten lopen en openingen te creëren.’

• ‘Beweeg als aanspeelpunt in de breedte en time je

loopactie zo dat je vrijkomt.’

• ‘Houd als verdedigers oog voor de

bal én de positie en beweging van

de speler in je rug.’

Methodiek
• speel een vast aantal minuten en

wissel dan van rol; wie incasseert

de minste punten?

• het aanspeelpunt mag alleen in het

middelste vak blijven en niet uitwij-

ken naar de zijkant

Passcompetitie

56-57-58-59-60-61-62-63_oefenstof15meter.indd 61 10-06-20 08:51