De Voetbaltrainer 251

Pagina 61 van: De Voetbaltrainer 251

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 0 5 2 0 1 4D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 1 2 0 2 0 61Online: www.knvb.nl/assist Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN de nieuwe spelers). Dit bood spelers de mogelijkheid om een dag o...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 0 5 2 0 1 4D e V o e t b a l t r a i n e r 2 5 1 2 0 2 0 61Online: www.knvb.nl/assist

Voetbaltalent
TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

de nieuwe spelers). Dit bood spelers

de mogelijkheid om een dag of tien

op vakantie te gaan of, voor de bui-

tenlandse spelers, hun familie op te

zoeken. Het belang daarvan moeten

wij niet vergeten. Na zo’n roerige tijd

is er niets fijners dan je te herenigen

met je familieleden.’

Eerste periode
Paul Simonis:
‘De belangrijkste doe-
len voor de eerste periode waren de

kennismaking en het opbouwen van

de fysieke belasting. Voor ons, als

trainer-coach, was het belangrijk de

groep te leren kennen. Tijdens de co-

ronaperiode zijn veel spelers op eigen

initiatief aan de gang gegaan en heeft

de club de mogelijkheid geboden om

op een goede manier individueel te

trainen. Uit verschillende testen is

gebleken dat de spelers relatief fit

uit de coronaperiode zijn gekomen.

Daarbij moet wel worden opgemerkt

dat de testen die zijn uitgevoerd (zo-

als vetpercentage, gewicht en de 30-

15 Intermittent Fitness Test) een goed

beeld geven van de algemene fitheid

en conditiestaat van de spelers, maar

vrij weinig over de voetbalspecifieke

fitheid van de speler. Wat overigens

voor testen die geïsoleerd plaatsvin-

den (buiten de voetbalcontext) altijd

een belangrijke noot is.’

30-15 Intermittent Fit-
ness Test (30-15 IFT)
Paul Simonis:
‘Zoals de titel van de
test aangeeft, is de 30-15 IFT een

(maximale) interval fitheidstest.

Hierbij dienen spelers herhaald

veertig meter shuttle runs uit te

voeren gedurende dertig seconden,

onderbroken door vijftien seconden

van herstel. De snelheid bij ieder ni-

veau neemt met 0,5 km/u toe. Twee

belangrijke voordelen van deze test

ten opzichte van traditionele conti-

nue en straight-line testen zijn dat,

naast kennis over een speler zijn

aërobe vermogen, ze ook iets zeggen

over de speler zijn vermogen om te

draaien en keren en te kunnen her-

stellen tussen inspanningen. Dit zijn

belangrijke fysieke capaciteiten van

een voetballer. Bovendien geven de

uitkomsten van de test ons handvat-

ten om heel nauwkeurig (weliswaar

geïsoleerde) high intensity interval

trainingen voor te kunnen schrijven.

De resultaten die uit de test naar vo-

ren zijn gekomen, hebben we gebruikt

voor de conditionele opbouw van de

daaropvolgende weken. De spelers

zijn onderverdeeld in drie groepen. Dit

geeft hun ook inzicht in hoe ze er zelf

voorstaan. De 30-15 IFT wordt drie à

vier keer per jaar herhaald om de pro-

gressie te meten. Later in de voorbe-

reiding hebben we ook de tien meter

sprinttest, de dertig meter sprinttest

en de agilitytest gedaan.

Tot aan 1 juli hebben wij nog te

maken gehad met de anderhalve-

metertrainingen. Hierin hebben we

getracht om de spelers zo goed mo-

gelijk voor te bereiden op de voetbal-

specifieke belasting. Dit hebben we

verwerkt in de warming up, waar-

door het lichaam alvast kon wennen

aan het wenden, keren, aanzetten

en afremmen. Daarnaast zijn we in

die fase begonnen met het inslijpen

van spelpatronen. We verwachten

bijvoorbeeld van een back dat hij in

aanvallend opzicht een dominante

rol heeft. Deze periode hebben we

gebruikt om met sjabloonvormen de

verschillende opties inzichtelijk te

maken. Wat zijn de mogelijkheden

als een back laag staat? Hoe kunnen

we doorkomen via de zijkant als een

back hoog staat? En wat wordt er

verwacht als een back aan de bin-

nenkant gaat spelen? De afstemming

en de positionering van de back ten

opzichte van de buitenspeler én de

man aan de bal is daarin cruciaal

(zie kader).

Zo ook de onderlinge communicatie.

Binnen het team moeten de spelers

verbaal én non-verbaal met elkaar

kunnen communiceren. Wanneer

een back laag staat en aan de bal

komt, wat is dan het moment voor

de buitenspelers om in actie te ko-

men? Wanneer beweegt hij nu in

de bal en wanneer maakt hij een

loopactie in de diepte? Wat doet

Paul Simonis was
veertien jaar werk-

zaam in de oplei-

ding van Sparta Rot-

terdam. Afgelopen

seizoenen had hij

de Onder 19 onder

zijn hoede. Daarnaast liep hij voor

de opleiding UEFA-Pro stage bij het

eerste elftal van Willem II. Dit seizoen

maakte hij de overstap naar Go Ahead

Eagles, waar hij assistent-trainer is ge-

worden van het eerste elftal.

Twee delen
Paul Simonis:
‘Voor het seizoen
2020/21 zijn Kees van Wonderen

(hoofdtrainer) en ik aangesteld.

Halverwege juni zijn we begonnen

met de voorbereiding op het nieuwe

seizoen. Dit liep door tot en met 10

juli. Daarna hebben de spelers twee

weken vrij gekregen. Vervolgens

zijn we op 23 juli gestart met de

tweede voorbereidingsperiode. We

hebben er bewust voor gekozen om

de voorbereiding in twee stukken te

verdelen. Het eerste deel hebben we

toegevoegd om ervoor te zorgen dat

spelers fysiek niet te ver terugvielen,

maar ook om de spelersgroep te le-

ren kennen. De spelers waren name-

lijk eind mei klaar met de trainingen

van het seizoen 2019/2020. Als je

dan zes weken gaat terugrekenen

(de tijd die je minimaal wilt hebben

in de voorbereiding) naar de eerste

competitiewedstrijd eind augustus,

zouden de spelers zo’n anderhalve

maand vrij zijn geweest. Dat was in

onze optiek veel te lang, waardoor

wij ervoor hebben gekozen om de

spelers twee keer tweeënhalve week

vakantie te geven.

In de eerste periode hebben wij

met de staf onderling, maar ook

richting de spelersgroep, afspraken

gemaakt welke kant wij op willen

qua werkwijze en werkethiek. Na

deze eerste voorbereidingsperiode

van vier weken hebben de spelers

kunnen wennen aan de manier van

werken van de technische staf, de

afspraken die er gelden en aan het

leven in en rondom Deventer (voor

54-55-56-57-58-59-60-61-62-63_startseizoen.indd 61 22-07-20 11:40